Berichten

Braakbouwland experiment

In 2020 is Water, Land & Dijken gestart met een experiment op bouwland, met als doel om de kuikenoverleving te vergroten. Ruim 12 hectare bouwland heeft gedurende het weidevogelseizoen braak gelegen, waardoor de weidevogels alle tijd en ruimte kregen om te broeden en op te groeien. Vanwege het droge voorjaar zijn er op het braakbouwland ook greppel plasdrassen gecreëerd.

Uit de monitoring is gebleken dat het aantal legsels van kievit en scholekster op het braakbouwland vergelijkbaar is met voorgaande jaren. Echter de hoge maisstoppels zorgden op sommige plekken voor onvoldoende openheid, waardoor de kieviten en scholeksters op deze plekken niet gingen broeden. Het uitkomstpercentage van de nesten lag tussen de 75% en 100%. Door het niet bewerken van het bouwland, kwam er steeds meer begroeiing op het land. Tureluur, gele kwikstaart en mogelijk ook de veldleeuwerik vinden deze begroeiing juist aantrekkelijk en zijn daar ook gaan broeden. Uit de monitoring is verder gebleken dat de kuikens zich concentreerde bij de greppel plasdras of dat ze zich toch verplaatsten naar het naastgelegen grasland.

Komende jaren zal er verder geëxperimenteerd  gaan worden rondom bouwland, met als doel om een goede leefomgeving te creëren voor de weidevogels die bovendien inpasbaar is binnen de bedrijfsvoering.


foto: braakbouwland met hoge stoppels en greppel plas dras

Al veel gerealiseerd vanuit de natuurcompensatie Markermeerdijken

De Alliantie Markermeerdijken (AMMD) heeft Water, Land & Dijken in 2017 de opdracht gegeven om de weidevogelcompensatie te realiseren binnen haar werkgebied. Door de werkzaamheden voor de  versterking van de dijken neemt het leefgebied voor weidevogels op die locaties af. De Alliantie heeft ons gevraagd een plan te maken om op andere plekken het leefgebied voor de weidevogels te vergroten/verbeteren.

Vanuit dit plan is Water, Land & Dijken aan de slag gegaan met de uitvoering van diverse maatregelen ten gunste van de weidevogels. Er is de afgelopen 2 jaar al heel veel gerealiseerd:

  • Rond de 40 ha kruidenrijk grasland ingezaaid met een speciaal door het Louis Bolk instituut samengesteld kuikenmengsel,
  • Meerdere plas-drassen of greppel plas-drassen aangelegd,
  • Aanleggen van weidevogelflauwe taluds en op enkele plekken is het waterpeil verhoogd,
  • Er zijn bosjes gekapt zodat de predatoren zich daar niet meer kunnen verschuilen
  • Er zijn vossenrasters aangeschaft en geplaatst

Oprichting weidevogelboerderijen

Een bijzondere maatregel binnen dit project is de oprichting van drie weidevogelboerderijen;  langdurige verbintenissen met drie boeren binnen ons werkgebied.

De drie bedrijven die met deze langjarige beheercontracten gaan werken, zijn natuurlijk niet voor niets door de selectie gekomen. Ze zetten zich alle drie al vele jaren  actief in voor de weidevogels. Met de beheercontracten van 15 jaar krijgen ze de kans om ook op de langere termijn het verschil te kunnen maken voor de weidevogels.

De contracten zijn afgelopen week ondertekend en vanaf 2021 gaan de beheercontracten in.

Meer informatie: Grada Kwantes, projectleider, g.kwantes@waterlandendijken.nl

De vitaliteit van de bedrijven in de veenpolders

Bodemdaling, het realiseren van het Natuurnetwerk Nederland en de krimp van de weidevogelpopulatie zijn onderwerpen die veel boeren bezighouden. Daar komt de gebiedsgerichte stikstofaanpak en de ambitie voor kringlooplandbouw bij. Voor ons gebied worden allerlei visies en plannen gemaakt, zoals Vitaal Platteland Amsterdam. Veel boeren vragen zich dan ook af hoe de toekomst eruit ziet: kun je straks nog wel door in de veenweidegebieden? Cruciale vraag daarbij is: hoe staat de landbouw in veenweidegebied er op dit moment bij in vergelijking met soortgelijke bedrijven op de klei?

Vanaf 2006 kom ik op veel melkveehouderijbedrijven in Noord-Holland boven het Noordzeekanaal. Wat mij opvalt is dat er in de veenpolders heel gedreven goede ondernemers werken die ondanks de beperkingen van hun grond succesvol melkvee houden. Om een vergelijk te kunnen maken met hun collega’s in kleipolders heb ik een klein onderzoek gedaan. Als medewerker op een accountants- en advieskantoor kan ik beschikken over bedrijfsgegevens van melkveehouders.

Ik vergeleek de resultaten van 7 volledig melkveehouderijbedrijven op de klei met een groep van 7 melkveehouderijbedrijven in veenpolders. De groepen zijn aselect door een collega samengesteld en geanonimiseerd bij mij aangeleverd.

In onderstaande tabel is te zien waar de kleine verschillen tussen veen- en kleiboeren zoal te vinden zijn.

Onderwerp Verschil veen t.o.v. klei Opmerking
Intensiteit per ha Ca 25 % minder vee per ha grond
Melkproductie per koe per jaar 600 kg lager
Bouwplan ‘alleen’ gras, beetje mais
Omvang Minder koeien per bedrijf en minder ha in gebruik De bedrijven zijn wat kleinschaliger
Duurzaamheid veestapel Geen verschil Denk hierbij aan gemiddelde leeftijd, vruchtbaarheid en sterftecijfers van het vee
Krachtvoergebruik Per kg melk gelijk aan op de klei
Kosten die gemaakt worden voor de teelt van verwerking van het gewas Geen verschil tussen de groepen. De onderlinge verschillen bij veen zijn groter. Deze kosten bestaan uit, bemestings-, loonwerk-, brandstof- en onderhoudskosten voor de machines
Veeomzet per kg melk Geen verschillen
Saldo Op veen iets hoger Saldo is de omzet -/- toegerekende kosten zoals aangekocht voer.
Rentekosten Ca 10% lager dan op de klei Waarschijnlijk is de financiering op de kleibedrijven hoger
Privé-onttrekkingen per kg melk Iets hoger op de klei De oorzaak is dat de bedrijven minder melk produceren maar in Euro’s niet meer besteden

 

Conclusie
Uiteindelijk is er nauwelijks verschil in ‘liquiditeitsmarge’ (lees: resultaat) tussen de twee groepen melkveehouders.

Slot
Mijn beeld dat de melkveehouders in de veenpolders niet minder presteren dan op de klei werd op basis van dit onderzoek bevestigd. Natuurlijk is een steekproef van 7 + 7 bedrijven te klein om er wetenschappelijke conclusies aan te verbinden maar het heeft mij wel aan het denken gezet.

Ik hoop dat politici en beleidsmedewerkers binnen onze provincie zich realiseren dat de vitaliteit van de melkveehouderijbedrijven ondanks de beperkingen van de gebieden (perceelgrootte, ontwatering etc.) niet minder is dan dat van de bedrijven op de klei. De melkveehouders op het veen zijn ook vaklui en presteren goed. Geef ook deze ondernemers een toekomst en we moeten ons realiseren dat een ander gebruik en inrichting van dit gebied niet direct een verbetering van de leefomgeving voor de andere bewoners in zal houden.

Dirk Wijnker, bedrijfskundig adviseur bij Alfa Accountants en Adviseurs

Verlenging Agrarisch Natuurbeheer binnen NNN

De kogel is door de kerk! Agrarisch natuurbeheer binnen NNN met een jaar verlengd

Officieel loopt de beschikking voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) tot en met 31 december 2021. Echter, omdat het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) ingaat per 2023, en men het ANLb gelijk wil laten lopen aan het GLB, is het ANLb met 1 jaar verlengd.

In Noord-Holland staat het agrarisch natuurbeheer in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ter discussie. Provinciale Staten hebben om deze reden eerder besloten de beheervergoeding voor ANLb na 2021 stop te zetten. Dit besluit is tegenstrijdig aan het verlengen van het ANLb. We hebben dit al begin dit jaar aangekaart bij de provincie, en met succes, zo blijkt nu! De beheervergoeding voor agrarisch natuurbeheer binnen het NNN, is met een jaar verlengd tot en met 31 december 2022.

Provincie Noord-Holland is van mening dat de uitvoering van agrarisch natuurbeheer in de praktijk onvoldoende zekerheid biedt op duurzame natuur. Daarom wil zij uiterlijk 2027 het NNN gerealiseerd hebben. Alle percelen binnen NNN moeten dan zijn omgezet van landbouw naar natuur.

Water, Land & Dijken, LTO, terreinbeherende organisaties en provincie Noord-Holland werken inmiddels een jaar samen in de NNN pilot, welke plaats vindt in drie gebieden (Wormer- en Jisperveld, Eilandspolder-West en de Mijzenpolder). We zoeken naar alternatieve manieren om het natuurnetwerk te realiseren. De pilot zou eind 2020 worden afgerond, maar door vertraging vanwege een late opstart en extra onderzoeken hebben we meer tijd nodig om de pilot goed af te ronden. Ook hiervoor hebben we een jaar extra tijd gekregen.

Zie ook informatie over dit onderwerp op de website van de provincie Noord-Holland.