• INSTRUCTIES VOOR VRIJWILLIGERS

Goed geinstrueerd aan het werk

Ga je aan het werk in het veld? Om je goed op weg te helpen vind je hieronder verschillende instructies, zoals voor nesten zoeken in lang gras, het digitaal invoeren van nestgegevens of herkennen van predatoren.

Deze instructies voor weidevogelbeschermers kunt u lezen via de onderstaande linkjes, u kunt ook het document printen.

Alle cursussen voor weidevogelbescherming tot 1 juni a.s. zijn geannuleerd

De instructies voor weidevogelbeschemers kunt u lezen via de hiernaast staande linkjes, ook u kunt het document printen.

Let op: de gevonden nesten dienen binnen 48 uur te worden gemeld op de website van Boerenlandvogels Nederland. Wachtwoorden en inlogcodes kunt u opvragen bij het secretariaat van Water, Land & Dijken, e-mail: secretariaat@waterlandendijken.nl

Hiernaast een filmpje over het gebruik van het sleeptouw om te zorgen dat weidevogels een ander perceel opzoeken zodat er gemaaid kan worden. Klik op het filmpje om het te zien.

Deze tips en veldwerk-weetjes helpen je om nog beter in het veld bij het beschermen van de weidevogels.

  • Op percelen met een rustperiode worden vaak tot 31 maart nog werkzaamheden verricht. Er kunnen dan echter ook al nesten liggen. Het is verstandig om ook op deze percelen naar nesten te zoeken vanaf half maart. De boer (of loonwerker) kan er dan tijdens de werkzaamheden rekening mee houden. Denk in deze periode ook aan speciale nestbeschermers bij sleepslangen.
  • Het contact tussen boer en vrijwilligers is uiterst belangrijk. Zorg dat er (liefst vóór half maart) een overlegmoment wordt afgesproken. Probeer ook gedurende het seizoen regelmatig (liefst wekelijks) contact te hebben. Als dit allemaal niet lukt, moet de veldcoördinator hiervan op de hoogte worden gesteld. Hij/zij zal dan actie ondernemen.
  • Sommige vrijwilligers-groepen hebben een app-groep. Dit werkt meestal tot tevredenheid.
  • Signalen over buitengewone predatie (= veel predatie in korte tijd) moeten altijd aan de boer en aan de veldcoördinator worden gemeld. Zij kunnen dan de FBE (faunabeheer eenheid) inschakelen. Maak foto’s van gepredeerde eieren. Dit maakt het makkelijker om de predator te determineren.
  • Het invullen van gevonden legsels (en legselgegevens) op de site van boerenlandvogelsnederland.nl moet binnen 48 uur worden gedaan. De stalkaart op de boerderij hoeft dan niet persé meer te worden ingevuld. Als de boer op zijn computer de legselgegevens kan zien, is de stalkaart geen “must” meer. Veel boeren vinden een actuele stalkaart wel heel prettig. Maak hierover goede afspraken
  • Vrijwilligers, die zo nu en dan willen invallen op bedrijven waar een knelpunt is, kunnen zich melden op het kantoor. Bij voldoende animo van deze vrijwilligers worden dan één of meer zgn. “zwerfploegen” samengesteld.
  • Maak vaste afspraken over de afstand stokken tot nest. Bij predatiegevaar in het gebied is het raadzaam, de stokken verder uit elkaar te zetten. Doe dit heel nauwkeurig als je het nest nog een keer wilt bezoeken. Gebruik geen witgeschilderde stokken; die vallen te veel op in het veld.
  • Maak bij heel grote percelen (vanaf10 Ha) gebruik van de drone voor het opsporen van nesten. Dit is veel effectiever dan lopend zoeken op zulke percelen. De boer en vrijwilligers kunnen hiervoor (in overleg) een afspraak maken met de drone-coördinator Marieke Stam. Tel. 06-12550294
  • Eerst kijken, dan lopen. Neem de tijd om met je kijker het perceel af te speuren. Welke vogels zijn er? Wat is hun gedrag? Zijn er aanwijzingen voor nesten of pullen? Ga daarna alleen het land in, als het nodig is. Blijf er niet langer dan nodig is.
  • Nestbescherming met gaastunneltjes is vaak succesvol, en werkt vaak goed bij kievit en scholekster. Je kunt dit toepassen als er veel predatie van kraaien, kauwen of meeuwen te verwachten is. Na plaatsing van zo’n tunnel moet het nest worden geobserveerd om te weten, of de vogel terug komt op het nest. Als dit na een uur nog niet het geval is, dan moet het tunneltje worden verwijderd. Niet gebruiken bij grutto en tureluur.
  • Niet altijd verjagen ganzen de weidevogels van het land. Er zijn veel voorbeelden van geslaagde weidevogellegsels op “ganzenpercelen”. Blijf daarom ook aandacht schenken aan percelen met veel ganzen.
  • Ga niet met de hele groep om een gevonden nest Je maakt daarmee sporen, die predatoren goed kunnen lezen.
  • Het is handig om bij tureluurnesten en nesten van kleine vogeltjes in lang gras, korte stokjes te plaatsen vlakbij het nest, op ongeveer 40 cm afstand. Daardoor kunnen deze nesten makkelijker worden teruggevonden. (Hier ook gewone stokken blijven plaatsen!)
  • Om pullen te verjagen vlak vóór het maaien, wordt vaak gebruik gemaakt van vlaggen. Verkrijgbaar via de veldcoördinator. De vlaggen worden opgeslagen op een bedrijf in je werkgebied.
  • Maak foto’s. Maar niet alleen de standaardfoto’s van nestjes en pullen. Fotografeer ook het landschap, de vrijwilligersgroep, de boer, het beklimmem van het hek en de natte broek toen de plank over sloot niet zo sterk bleek. Stuur je foto’s naar het secretariaat van WL&D.
  • Vaak liggen er na de rustperiode nog late legsels, bijv. van eenden. Loop zo mogelijk vóór het maaien nog eens door het land. Geef speciale aandacht aan de sloot, de slootkanten en de eerste akker naast de sloot. Gebruik zo mogelijk een touw met rinkelbellen en/of andere herriemakers (sleeptouw)
  • Het huidig 6-jarig ANLB-contract loopt tot 1 januari 2022.
  • Blijf actief tot het eind van het seizoen. Juist dan worden de kuikens vliegvlug. Zij kunnen dan vaak best wat hulp gebruiken. Kijk in deze periode ook goed in de laat-maai-percelen. Waar zitten nog vogels en hoeveel? Communiceer dat met de boer, als hij maaiplannen heeft. Kun je jonge grutto’s vinden in een fouragerende groep? Het seizoen loopt minstens tot 15 juni.
  • Stel voor om samen met de boer het seizoen af te sluiten om alles even door te spreken en ook de resultaten op een rijtje te zetten. Leuk als dit kan worden vergeleken met resultaten van voorgaande jaren.
  • Na het broedseizoen kunnen veldcoördinator en agrariër flexibel beheer Daarbij worden pakketwijzigingen doorgevoerd op percelen, vanwege het wel of niet aanwezig zijn van weidevogels. Bijvoorbeeld ruilen van legselbeheer-percelen met laat-maaipercelen. Let wel: vrijwilligers moeten hierover vóór elk broedseizoen worden geïnformeerd. Vaak kun je al tijdens het broedseizoen aangeven, waar flexibel beheer gewenst is. Bespreek dit met de boer en de veldcoördinator.