Verhalen van vrijwilligers: ervaringen, verslagjes en foto’s

Op deze plek vind je verhalen van vrijwilligers: ervaringen uit het veld, verhalen over vogels of bloemen, een indruk van een excursie of van een interessante cursus. Grappig, serieus, ontroerend of hilarisch. De overeenkomst tussen deze verhalen is bevlogenheid. Veel leesplezier.

foto: Henk Laverman Fotografie

Tellen vliegvlugge grutto’s

Voor mij start het weidevogelseizoen in februari met een bezoek aan drasplassen om de grutto’s na hun inspannende reis uit het zuiden te zien opvetten. Daarna het zoeken en beschermen van de nesten, het zien van de eerste kuikens en de fladderende vliegvlugge jongen. Tijdens het seizoen doe ik een BTS-telling, waarbij het broedsucces duidelijk wordt.

En als laatste de telling van jonge grutto’s op de verzamelplekken. Voor mij zijn deze slaapplaatstellingen een leuke en logische afsluiting van het weidevogelseizoen. Ik werk hier heel graag aan mee, want ik vind het belangrijk om te zien hoeveel jonge grutto’s overleven

Zodra de jonge grutto’s vliegvlug zijn maken de ouders zich op voor de terugreis naar warmere oorden. Dat heb ik altijd beetje aso gevonden. De jongen verzamelen zich en vormen steeds grotere groepen, die uiteindelijk gezamenlijk aan hun eerste lange tocht naar het zuiden beginnen. Ze foerageren overdag in weilanden of plassen en zoeken tegen zonsondergang een plasdras op om in grotere groepen veilig te overnachten.

Op deze slaapplaatsen worden ze geteld en gecheckt op kleurringen. Die ringen zijn niet altijd te zien. Soms foerageren ze in diep water. En tegen zonsondergang zijn de kleuren niet altijd te onderscheiden. De telling start 20 juni en duurt t/m 10 augustus. Deze einddatum is gekozen omdat dan de jonge IJslandse grutto’s hier beginnen te arriveren en onze tellingen vervuilen.

Het is een kwestie van heel goed kijken. Er staan ook wel eens volwassen grutto’s bij. De vogels staan vaak aan het einde van de plas en in het bijna-donker kan het verschil tussen volwassen en jonge grutto’s lastig te zien zijn. Bovendien foerageren de grutto’s soms tussen wulpen en kemphanen. Een telescoop is echt noodzakelijk.

Het is heel leuk om tegen zonsondergang bij zo’n drasplas te staan. We komen natuurlijk om jonge grutto’s te tellen, maar het is fantastisch welke vogels er verder nog te zien zijn. Dit jaar zelfs een groep van 7 wilde flamingo’s.

De snavels van de jonge grutto’s zijn nog roze. De verschillen in bevedering kun je heel goed zien in YouTube-filmpje van Landschap Noord-Holland.

Er wordt op veel verschillende plaatsen in Nederland geteld. De resultaten worden doorgegeven aan Sovon, die hier een jaarlijks rapport over produceert. Het resultaat van 2020 wordt in 2021 verwacht maar het rapport van 2019 vind je hier

Enthousiast geworden en wil je zelf ook jonge grutto’s op slaapplaatsen gaan tellen. Neem dan contact op met Wim Tijsen: w.tijsen@landschapnoordholland.nl,
tel 06 53118106

Marieke Schous, vrijwilliger, 19 oktober 2020

Dagvlinders tellen!

In het voorjaar van 2020 kwam mijn vrouw Marjolijn met het idee om vlinders te gaan tellen voor het BIMAG project. Ze is al langer actief bij ‘weidevogelen’ en het inventariseren van botanische slootkanten.. Ik vond het wel een goed idee en wilde ook wel iets actiefs doen dat zou bijdragen aan de kennis van de natuur.

Zo begon ik dus begin april met het tellen van dagvinders op twee stukken weiland van Sjaak Hogendoorn.  Aanvankelijk was ik snel uitgeteld; op de eerste route, een stuk nat weiland achter een rietkraag, heb ik de eerste twee maanden alleen twee toevallig voorbij waaiende Koolwitjes kunnen tellen. Het tweede deel, gelegen in de luwte van een elzenbosje leverde iets meer vlinders op, maar nog altijd maar één of twee per keer. Met ‘alle beetjes helpen’ en ‘geen resultaat is ook resultaat’ hield ik de moed er een beetje in, maar het was allemaal wel wat teleurstellend.

Niettemin, het was leuk om zo elke week een keer dat weiland door te lopen en het zo te zien veranderen. Langzaam maar zeker  kwamen er meer planten in bloei en bleek er op de natte weide een klein botanisch paradijsje te groeien. Er groeiden Rietorchissen, Moerasrolklaver, Kantig hertshooi, enorm veel Watermunt en velden Veenmos, met daarop weer een eigen typische vegetatie met onder andere Rondbladige Zonnedauw.

Begin juni kwamen er ook meer vlinders, meer in aantal en ook meer soorten.

Ik merkte al gauw, dat het ontzettend lastig was om de vlinders in een oogopslag te herkennen. Sommige zijn onmiskenbaar, maar voor de meesten moet je toch echt twee keer kijken en zo makkelijk lieten ze zich niet bekijken. Als eerste hulpmiddel heb ik toen de verrekijker van stal gehaald.

Toen waren de vlinders beter te zien, maar dat is nog niet hetzelfde als ze herkennen. Al snel doken er allerlei kleine drukke bruine vlindertjes op die niet in mijn geheugen zaten.  Ik moest dan de kenmerken goed in mijn hoofd houden en thuis in de vlindergids zoeken op de pagina’s met bruine vlinders met oogvlekjes welke ik gezien had.  Om dat wat makkelijker te maken heb ik de volgende keren ook mijn fototoestel met telelens meegenomen. De foto’s die ik daarmee maakte waren meestal niet echt toonbaar, maar goed genoeg om er de vlinders mee te determineren. Handig is ook, dat  er op die manier ook meteen bewijs is van de waarneming. Als iemand het lastig vindt te geloven dat ik echt een Bruin blauwtje gezien heb, heb ik hem op foto.

Ik de weilanden gedurende het jaar zien veranderen, planten in bloei zien komen en weer  zien verdwijnen. Dat is ‘bijvangst’, maar het maakt het al met al wel de moeite waard om zo eens per week er op uit te trekken. Bij de tellingen noteer ik altijd de weersomstandigheden en het gekke is dat ik kennelijk alleen geteld heb bij niet al te warm weer (19-21 graden) of op echt hete dagen. Dat bevestigde mijn beeld dat 2020 op een paar hittegolven na eigenlijk helemaal niet zo warm was.

Ik heb ook gemerkt dat met z’n tweeën tellen productiever is. Je loopt al snel een verstopt vlindertje mis, denk ik. Marjolijn had in de zomer andere zaken te doen en kon niet altijd mee, dus heb ik veel tellingen alleen gedaan. De laatste keren werd ik bijgestaan door Henri Wals en die tellingen leverden meer op dan die ervoor. Dat kan natuurlijk aan de toename van het aantal vlinders gelegen hebben, maar ik denk eigenlijk dat ‘twee zien meer dan één’ de beste verklaring is.

Mijn laatste telling deden we bij omstandigheden die eigenlijk ongunstig waren: het was met 16 graden onder de minimumtemperatuur voor tellingen en grotendeels -7/8e –  bewolkt. Niettemin telden we toch nog zeven vlinders in drie soorten.  Misschien zijn vlinders toch ruimer van opvattingen, qua temperatuur en zonnigheid, dan we denken.

Ik zie er nu al naar uit volgend jaar weer te tellen.

Hierbij het lijstje van de gevonden soorten en de aantallen die geteld zijn gedurende het seizoen.

argusvlinder 11
atalanta 3
boomblauwtje 1
bruin blauwtje 1
bruin zandoogje 4
dagpauwoog 3
groot koolwitje 6
icarusblauwtje 1
klein geaderd witje 1
klein koolwitje 103
kleine vos 33
kleine vuurvlinder 12

Verder nog de Sintjansvlinder geteld, maar dat is officieel een Nachtvlinder en staat niet op de tellijsten.

Ilpendam oktober 2020

Peter Mudde
Bruin blauwtje en kleine vuurvlinder

Aanleg visdiefeiland

Zaterdagochtend negen uur staat koffie klaar bij Frank en Els Wennekers in Hobrede! Met dat bericht togen Herman, Anne-Marie, Willem en ik in de vroege ochtend in oktober naar boerderij Wennekers.

Na dagenlang regen was het deze ochtend met af en toe een klein beetje zon en veel dreigende donkere wolken toch een goede dag om ons eerste visdief eilandje aan te leggen. Materialen als paaltjes, schelpen en een zogenaamde Ecoboard waren vooraf door Frank en Willem (Overweg) al verzorgd zodat we zelf alleen nog wat klein gereedschap mee hoefden nemen. En natuurlijk laarzen en regenkleding want dat we het niet droog zouden houden was wel te voorzien.

Maar, eerst verwend met koffie en een appelpunt, zaten we mooi te kletsen tot iemand ons tot de orde riep dat we nou toch echt aan de slag moesten. Goed punt, daar kwamen we tenslotte voor.

Met trekker en kiepwagen en anderen op laarzen door het zompige weiland want natuurlijk moesten we weer helemaal achterin het land van Frank zijn. De zon scheen op dat moment en voor natuurliefhebbers een lekkere wandeling door weilanden tussen de schapen en koeien door.

Samen met Frank een mooie plek uitgezocht en vervolgens een geinige discussie gevoerd over de gewenste vorm. Vierkant, rond, ovaal of……. Uiteindelijk kozen we voor een soort van hartvorm. Of dat er helemaal uit is gekomen laten we aan de neutrale kijker over. Nadat we het anti worteldoek op zijn plaats gelegd hadden, werden de schelpen uit de kiepwagen gestort en waren de eerste contouren van het eilandje al zichtbaar. Goed gereedschap in de vorm van zo’n kiepwagen is wel heel veel waard. Het scheelt echt een hoop tijd als je niet met scheppen, emmers  en een kruiwagens drie kuub schelpen moet verspreiden.

Na een soort van “technisch werkoverleg” waren we het eens over de aanpak en toen bleek maar weer eens dat vele handen licht werk maakt. Ook bleek dat de verwachting van regen terecht was en flinke buien storten zich op ons. Er werd echter gewoon stug doorgewerkt of er niets aan de hand was. De Ecorand werd uitgerold naar de gewenste plaats en in de gewenste vorm. Anderen zaagden de bijgeleverde palen op maat (de helft van de lengte was voldoende) en plaatsten deze op de gewenste plek. Eén boorde de palen voor en een ander liep er achteraan om deze rand op de palen vast te schroeven. In de tussentijd werden de schelpen verder verspreid en het worteldoek uit het zicht gewerkt. We wisten niet zeker of visdiefjes daar nou echt op letten, maar namen het zekere voor het onzekere. Daarbij, wij wilden het voor onszelf en eventuele kijkers netjes opleveren.

De palen in de grond, schelpen verspreid, ecorand vast en worteldoek onzichtbaar. Klus geklaard! Gereedschap verzamelen en terug naar de boerderij. Laarzen en regenkleding uit en Els had weer voor koffie gezorgd. Er ontspon zich nog een zeer levendige discussie over het boerenbedrijf en alles wat daarbij hoort. Een leuke afsluiting van een voor vrijwilligers en boer/boerin nuttige en goed bestede dag.

Peter Degeling – vrijwilliger

Monitoren vogelakkers en kruidenrijke akkerranden

Een aantal akkerbouwers heeft dit jaar in de droogmakerijen Schermer en Beemster bloemrijke akkerranden ingezaaid. De breedte varieerde van 2 tot 15 meter en de lengte ging tot wel 1500 meter. Alles bij elkaar vele kilometers bloemenranden.

Er waren verschillende doelstellingen voor dit project:

  • De akkerbouwer trok met zijn bloemenrand veel insekten aan, die op hun beurt de plaaginsekten op de akkers te lijf gingen.
  • Toename van de biodiversiteit op het bedrijf
  • Aanwezigheid van vogels, die op de insekten en de zaden kwamen fourageren

Van juni tot september hebben wij maandelijks de stand van zaken gemonitord. De monitoring was gericht op de aanwezigheid van vogels. Er waren 10 doelsoorten vastgesteld, die min of meer regelmatig op akkers te vinden zijn, maar overige soorten konden ook worden genoteerd.

Doelsoorten waren: kievit, scholekster, graspieper, veldleeuwerik, gele kwikstaart, ringmus, kneu, torenvalk, kerkuil, patrijs.

In juni en juli vonden wij veelal gele kwikstaarten, graspiepers , kieviten, scholeksters en veldleeuweriken. Allemaal insekteneters die ook gebroed kunnen hebben in de bloemenranden.  Het waren geen grote aantallen, maar ze waren wel algemeen aanwezig.

In augustus en september begonnen de bloemenranden uitgebloeid te raken en werd er zaad gevormd. Wij zagen toen meer zaadetende soorten: vinkachtigen. We troffen in die maanden kneutjes, groenlingen en putters.  Vooral die laatste soort (geen doelsoort!)  kwam in grote aantallen voor. Op de mooiste en breedste bloemenranden zaten ook de meeste vogeltjes. Putters telden wij in groepen van vele tientallen, tot wel 80  vogels in één groep, maar ook veel in kleinere groepen.  Opvallend was, dat er diverse roofvogels actief waren. Enkele torenvalken, die in de bloemenranden op muizen jaagden. Een mooie waarneming was een sperwervrouwtje, dat in de brede bloemenrand van Willem Gerritsen in de Schermer langdurig op  de puttertjes jaagde.

Alles bij elkaar een mooi project dat zeker een vervolg verdient.

Dorien de Haan en Theo de Wit (vrijwilligers)