Verhalen van en over vrijwilligers: excursies, ervaringen, verslagjes en foto’s

Op deze plek vind je verhalen van vrijwilligers: ervaringen uit het veld, verhalen over vogels of bloemen, een indruk van een excursie of van een interessante cursus. Grappig, serieus, ontroerend of hilarisch. De overeenkomst tussen deze verhalen is bevlogenheid. Veel leesplezier.

Verslag winterwandeltocht langs het Alkmaardermeer, donderdag 19 januari 2023

Rijkelijk beschenen door een aangenaam winterzonnetje wandelde op 19 januari jl. een groep vrijwilligers met een aantal introducés door de polders bij het Alkmaardermeer. Deze excursie moest op de oorspronkelijke datum 28-12-2022 worden afgelast wegens zeer slecht weer, en helaas opnieuw om dezelfde reden op 14-1-2023.

Onderweg werd naar vogels gekeken en naar bloeiende planten gespeurd. Want al was de eindejaarsplantenjacht van de Floron al afgerond, het blijft leuk in de winter wilde bloemen te zien.

De wandelroute van ruim tien kilometer was mooi en afwisselend van karakter, met drie molens, de dorpen Uitgeest en Akersloot en het gehucht Klein Dorregeest, de Castricummerpolder op de heenweg en de Hempolder en Dorregeesterpolder langs het Alkmaarder- en Uitgeestermeer op de terugweg.

Grasdijk langs het Uitgeestermeer.

Een groot deel van de route was onverhard en volgde slingerende grasdijkjes, zoals de eeuwenoude Koogdijk. In de Hempolder is een bezoek gebracht aan de vogelkijkhut. Van daaruit waren op de kleine plas geen vogels te zien, maar het hutje kon mooi dienst doen als onderdak tijdens de lunchpauze, even uit de frisse wind. Op de dijk langs de Dorregeesterpolder was het uitzicht over het meer na elke bocht weer anders. Via smalle bruggetjes stak de wandelgroep kleine, met riet omzoomde watertjes over.

Aan het Uitgeestermeer ligt een uitkijkpunt met een mooi weids zicht op het meer en de polders.

Allerlei vogelsoorten waren op het land, het water en in de lucht te horen en te zien, en al waren het niet echt zeldzame soorten, het was toch genieten van het vrolijke gefluit van een grote groep smienten, het gilletje van een waterral vanuit het riet en een grote zilverreiger die het polderlandschap sierde.

Acht wilde plantensoorten werden onderweg bloeiend aangetroffen, waaronder paarse dovenetel, speenkruid en reukeloze kamille. Daarnaast stonden in Uitgeest ook de krokussen al in bloei, en in een tuin een prachtige viburnum tjokvol met bloemtrossen.

De schoenen werden flink vies op de grasdijkjes, die door de vele regen van de voorafgaande periode hier en daar flink modderig waren. Gelukkig had iedereen daar rekening mee gehouden en volgens advies schone schoenen meegenomen voor het restaurantbezoek waarmee het uitje werd afgesloten. Gezellig napratend genoot de groep van heerlijke warme apfelstrudel en een kop koffie, chocolademelk of wat anders.

Deze route is op eigen gelegenheid te wandelen door knooppunten 51, 52, 37, 32, 89, 33, 34, 25, 95, 14, 13 en 51 te volgen (wandelnetwerknoordholland.nl). Bij knooppunt 33 moet voor de vogelkijkhut de route verlaten worden door hier rechtdoor te gaan de doodlopende weg op. Na knooppunt 25 is het uitkijkpunt te vinden door de linkertak van het pad te kiezen. De paden komen verderop weer bij elkaar uit. In het weidevogelbroedseizoen is deze wandeling ook zeer de moeite waard.

Excursiewerkgroep, Marjolein van der Tol

Vrijwilliger in beeld” – Wouter van der Vegt

Dit is de derde keer dat ik scherp stel op één van de vele vrijwilligers binnen Water Land en Dijken. De eerste twee waren Herman en Sjirk, beiden gepensioneerd en een lange staat van dienst in natuurbeheer. Ditmaal richt ik de lens op een ‘jonkie’, namelijk Wouter van der Vegt. Wouter is afgestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam met een fascinatie voor, let nu even goed op : ‘Biotic interactions and adaptations to abiotic stress’! Wat dat is, vertelt Wouter verderop in dit interview.

Wouter is pas een paar jaar één van onze vrijwilligers.  De fysieke cursus nog net voor de Corona uitbraak gevolgd, maar daarna toch een andere start dan de meesten van ons met alle regeltjes en beperkingen. Hoewel nog wat “vers” in de weidevogelbescherming was er met een jonge en frisse blik toch voldoende gespreksstof. Zijn verhaal:

Geboren in de Beemster polder maar in mijn jeugdperiode niet echt bewust bezig met natuur en milieu. Naast waar de jeugd zich normaal mee bezighoudt, speelde ik wat muziek (o.a. trompet) in de plaatselijke fanfare tot de orthodontist met een beugel daar een einde aan maakte. Daarnaast speelde ik niet onverdienstelijk in de jeugd darts-competitie. Geen niveau Michael van Gerwen, maar goed genoeg om uitgenodigd te worden voor de ‘Champions League of darts’. En omdat ik die dag de pijltjes erg vaak kreeg waar ik ze hebben wilde, verraste ik iedereen en zeker ook mijzelf met een prachtige derde plaats. Maar net als met de muziek, het is een beetje weggezakt.

Pas op de middelbare school ontstond er bij mij meer belangstelling voor biologie en na afronding van het VWO vertrok ik naar de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU) voor de studie Biologie. Na de algemene studie specialiseerde ik in ‘Ecologie & Evolutie’ en met name hoe dieren interacties met elkaar aangaan. Hoe reageren ze op een soortgenoot en hoe op een prooi of predator. Maar ook hoe ze het omgaan met de veranderende omgeving waarin ze zich bevinden. Vandaar die ‘Biotic interactions…enzovoort’.

Ik heb nu de VU als werkgever en doe onderzoek naar de biodiversiteit van bodemdieren in de stad om zo bloot te leggen wat een enorme biodiversiteit de stad herbergt en dat ook aan ieder te laten zien.

Hoewel ik voor mijn onderzoek ook veldwerk doe, is de grootste aantrekkingskracht van het werk voor weidevogelbescherming toch wel het lekker zinvol buiten zijn in de natuur met andere vrijwilligers met dezelfde interesses. Zaterdagochtend is dan een prima start van het weekeinde. Daarbij komt ook dat ik na alle theorie  van de afgelopen jaren het ook erg prettig vind om de natuur in levende lijve mee te maken. De weidevogels staan dan wel op nummer 1, maar zeker ook door mijn studie en werk kijk ik dan toch ook met veel meer interesse dan de anderen naar de wat kleinere schepsels zoals insecten.

Biologie en natuur in zowel werk- als vrije tijd wordt gelukkig ook afgewisseld met de broodnodige andere zaken. Ik ben als vrijwilliger bij het buurthuis Zuidoostbeemster betrokken en dan ben ik met verschillende mensen met heel andere dingen bezig. Ook dat is heel fijn om te doen. Eén voorbeeld daarvan, en dat is dan een mooie combinatie met een andere ‘hobby’, is dat ik elke maand een dart avond organiseer, waarbij iedereen van elk niveau welkom is. Ontspannen en gezellig.

Of ik met andere ogen naar weidevogelbescherming kijk dan de oudere ervaren vrijwilligers? Ik heb nog niet veel veldervaring, maar ik zie dat we in ieder geval in mijn groepje weinig technologie gebruiken. Ik snap dat ik met internet, social media en apps ben opgegroeid in een andere tijd dan de meeste vrijwilligers, maar omdat er bij WLD een app beschikbaar is en een drone verbaas ik me dat we nog met papier en potlood werken. WLD heeft wel een website en een Facebook pagina, ik weet niet of die bekendheid hebben. Om meer jongere vrijwilligers te bereiken zou het mooi zijn als je mee kunt liften met een ‘influencer’ of ‘vlogger’ zoals Camilla Dreef, bekend van oa BinnensteBuiten en Youtube.

Net als velen maak ik me ook wel enige zorgen over de natuur in Nederland en dus ook over weidevogels die ondanks allerlei programma’s in aantal blijven afnemen. De druk van agrarische en niet-agrarische bedrijven en de groei van de bevolking (en dus bebouwing) op de toch al schaarse natuur is groot. Daarentegen zie je ook de overlevingskracht van de natuur die in staat is om ook  op moeilijke plaatsen zoals in steden toch in staat is zich aan te passen en te overleven.  Met mijn werk en vrijwilligerswerk hoop ik actief iets bij te dragen aan een gezonde natuur.

Wouter van der Vegt

Note Peter Degeling :    nu zijn drie mannen in de schijnwerper gezet.
Volgende keer zal dat zeer zeker een vrijwilligster zijn! 😉

Vrijwilliger in beeld – Sjirk de Boer

Zoals beloofd stellen we eenmaal per kwartaal het beeld scherp op één van de vele vrijwilligers. Ditmaal richten we de lens op Sjirk de Boer. Niet omdat zo’n naam bij mij direct een beeld oproept van frisse (of Friese) groene weides en een mooie veestapel, maar vooral omdat hij zich al ongelooflijk lang inzet voor de natuur en met name de weidevogel. Toen ik Sjirk belde voor een interview zei hij dat hij echt niet zoveel bijzonders te vertellen had. Nou, dat viel wel mee. Ik had een groothoeklens nodig om alles in beeld te krijgen 😉. Dit is in beknopte vorm zijn verhaal:

Geboren op het Friese platteland tussen weide, bos en water was ik zoals alle jeugd in die regio al zeer jong bezig met het zoeken van kievitsnesten. Niet om deze te beschermen, maar een kievit ei leverde al snel een gulden tot zelfs 3 ½ gulden per stuk op en dus een populaire bijverdienste.

De jaren zeventig, een heel andere tijd.  Natuurverenigingen en beschermers bestonden nog niet. Toch was er al wel enig natuurbewustzijn en bestond er een regel dat na 18 april niet meer geraapt mocht worden. Hoewel zeker niet bewust bezig met bescherming, ontstond in die tijd wel de liefde voor het platteland en de natuur.

Voor mijn werk verhuisd naar Amsterdam! Klinkt erg stads, maar Nieuwendam lag dicht tegen Waterland Oost aan en de natuur op de grens van stad en land was overweldigend en divers met weidevogels, roofvogels, fazanten en allerlei andere dieren. Ook daar ging ik eieren zoeken, niet alleen om te eten, maar begon deze ook te beschermen. Dat dat rapen niet mocht wist ik en dat wist de lokale ‘boswachter’ ook! Een boete van 25 gulden voor een milieudelict. Of die straf nou echt de aanleiding was voor mijn ruim 35 jaar weidevogelbescherming denk ik eerlijk gezegd niet.

Kort na de oprichting, midden jaren tachtig, werd ik na een oproep voor vrijwilligers lid van de natuurvereniging Waterland, een voorganger van Water Land en Dijken en actief rond Zuiderwoude onder leiding van Frans Parmentier, een autoriteit op gebied van weidevogelbescherming. Vanaf die tijd heb ik er met veel plezier veel tijd in gestopt. Ik ben toch wel een beetje een einzelgänger en nam een groot gebied voor mijn rekening. Daarnaast een volledige baan en dus was ik in het seizoen wel erg weinig thuis. Gelukkig had mijn vrouw Fokje hier geen probleem mee. Terugkijkende zal ik in die tijd best de nodige nesten ‘gemist’ hebben die ik nu bijna zeker gevonden zou hebben en ik realiseer me dat ervaring in het veld echt waardevol is.

Twintig jaar geleden verhuisd naar Purmerend en later ook mijn zoekgebied verlegd naar het gebied rond Purmerland. Met meer tijd en net zoveel enthousiasme.

Vijfendertig jaar klinkt lang en dat is natuurlijk ook zo maar als je iets leuk vindt, vliegt de tijd. Je doet het niet voor geld of om complimentjes te krijgen of om aan de grote klok te hangen wat je allemaal doet. Toch zijn er wel wat feitjes die me trots maken. Ik maakte al jaren foto’s met een camera die elke tien seconden een foto maakte. De voorloper van de wildcamera. Als ik dan in het jaarverslag één van mijn foto’s zie vind ik dat mooi. Ook dat ik een jaar het eerste Tureluur ei vond is prachtig. Niet zo veel aandacht als het eerste kievitsei, maar toch. En dan dit jaar waar ik op het gemeentehuis van Purmerend verrast werd met een ‘Het heeft Zijne Majesteit de Koning behaagd…..!’ en een Koninklijke onderscheiding kreeg voor mijn inzet voor natuurbescherming. Ik ben nu dus Lid in de Orde van Oranje Nassau! Dat is natuurlijk wel een heel grote klop op de schouder.

Hoewel ik nog steeds de nodige uren besteed aan de bescherming van onze weidevogels beperkt mijn gezondheid wel iets. Gelukkig heb ik een fantastische boer ( Jacob Willig ) waar ik actief ben en mag ik gebruik maken van zijn quad. Geweldig, ook om te merken dat vogels veel minder schrikken van iets op vier wielen dan iets op twee benen en het zoeken alleen maar makkelijker gaat. Ik hoop dit nog lang te kunnen doen want lekker in je eentje of met een maatje het veld in midden in de natuur het geeft mij zoveel genoegdoening.

Ik maak me geen echt grote zorgen over de natuur en vooral weidevogels, maar bescherming tegen de vos en andere predatoren en goed beheer is en blijft wel hard nodig. Los van alle serieuze problemen ben ik er van overtuigd dat de boerenbedrijven, samen met de natuurverenigingen en -organisaties in staat zijn die kwetsbare natuur in stand te houden zodat we daar nog lang van kunnen genieten.

Peter Degeling – Vrijwilliger

Vrijwilliger in beeld: Herman Froklage

De vrijwilligersraad wil graag elk kwartaal één van onze vele vrijwilligers in het zonnetje zetten. Niet de beste of de snelste, maar iemand die iets bijzonders doet, heeft meegemaakt tijdens het vrijwilligerswerk of iets interessants kan vertellen. Alle vrijwilligers mogen zichzelf aanbieden, maar zeker ook als je een andere vrijwilliger met een mooi verhaal of goede ideeën kent, laat het weten.

We starten deze eerste keer met Herman Froklage. Het feit dat hij onlangs is aangesloten bij de Vrijwilligersraad leek ons een goede reden om met een ‘interview’ eens wat meer te weten te komen over Herman.

Ik ben Herman Froklage en ik woon in het mooie de Rijp en natuurliefhebber van nature 😉. Al in 1992 heb ik mijn cursus natuurgids bij het IVN afgerond en daarna jaren rondleidingen in het Ilperveld gegeven. Er is een periode geweest dat de activeiten op een wat laag pitje stond, maar de liefde voor natuur is altijd  gebleven.

Na mijn pensionering in 2014 was ik op zoek naar invulling met een zinnige bezigheid en kwam ik weer bij de natuur uit.

Eén van deze activiteiten werd het monitoren van weidevogels en zoeken van nesten, waarmee ik in 2018 bij Water Land en Dijken gestart ben.

Wel eerst nog een opleiding gevolgd bij Landschap Noord-Holland, want ja, weten is meten nietwaar? En als aanvulling op mijn kennis als natuurgids ook zeer welkom. Verder doe ik nog wat ‘losse’ activiteiten zoals aanleg van schelpeneilandjes.

Dit jaar ben ik begonnen met het tellen van boerenzwaluwen bij WLD, ook weer een erg leuke bezigheid  en sinds kort dus ook lid van de vrijwilligersraad van Water Land en Dijken.

Buiten mijn activiteiten voor Water Land en Dijken heb ik voor de corona periode met een klein groepje voor Landschap Noord-Holland een aantal malen een oevermonitoring gedaan  langs de Knollendammervaart. Ook een prachtige bezigheid in de natuur.

En dan ben ik als vrij nieuwe inwoner van De Rijp (ik woon er inmiddels vier jaar) ook nog vrijwilliger bij museum Het Houten Huis, bij de VVV De Rijp en bij de Zonnebloem Graft- De Rijp.

Verder start binnenkort de voorbereiding voor het Midwinterfeest 2022 op 9, 10 en 11 december waar ik ook mijn medewerking aan toegezegd heb. Het is zeer de moeite waard dit feest te komen bezoeken, dus wees welkom. Al met al een hele lijst en je kunt nagaan dat ik me niet verveel.

Bij mijn vrijwilligerswerk voor Water Land en Dijken doe ik ook veel mooie ervaringen op, maar mijn ervaringen in de natuur rond Mecklenburg zal ik nooit vergeten. Vijf zeearenden tegelijk in de lucht en de onvergetelijke vlucht van honderden kraanvogels,  iedere avond op onze favoriete camping in Klockow in de Muritz, Mecklenburg. Prachtig om te zien en te beleven.

Blij in de natuur en bij mijn vrijwilligerswerk word ik van het geluid van de eerste grutto en tureluur. Daarmee begint voor mij de lente. De samenwerking en gezelligheid daarbij met de andere vrijwilligers maakt me vrolijk.

En ik geniet enorm van de momenten dat ik met mijn kleinkinderen allerlei natuuractiviteiten doe.

Natuurbescherming is en blijft voor mij zeer belangrijk, de transitie voor klimaat en duurzaamheid die nodig is om het leven op deze aardbol aangenaam te houden, is essentieel. We werken allemaal met verschillende uitgangspunten en aanpak met alle natuur- en milieu beschermingsorganisaties gezamenlijk naar dit doel toe.

De overheid is hierbij naar mijn mening duidelijk aan zet om de juiste richting, wetgeving en middelen aan te reiken voor de uitvoering van de ‘Green Deal’, structuur is hard nodig.

Water Land en Dijken is voor mij een belangrijke speler bij de realisering van de omslag die hiervoor gevraagd wordt in het overleg met overheden en de leden. Als lid van de vrijwilligersraad lijkt het me goed ook van het bestuur van WLD en de boeren te horen hoe zij tegen deze transitie aankijken en wat de vrijwilligersraad hierin kan betekenen.

Aan alle (potentiële) vrijwilligers zou ik willen meegeven, geniet van je werkzaamheden als vrijwilliger en weet dat je werk belangrijk is voor een betere en mooiere wereld.

En tenslotte :

Wij hebben op dit moment nog plekken beschikbaar in de vrijwilligersraad die ingevuld moeten worden. Kom als je interesse hebt vrijblijvend eens een keer kijken hoe het daar toe gaat.

Groet, Herman

Verslag wandelexcursie damhertenbronst in de Amsterdamse Waterleidingduinen, 14 oktober 2022

In oktober is het de bronsttijd van de damherten en dat is een mooie gelegenheid voor een spannende herfstnatuurbeleving in de Amsterdamse Waterleidingduinen, waar een grote populatie damherten leeft. Op 14 oktober 2022 vond daarom rond de avondschemering een excursie plaats onder leiding van boswachters Martin en Mark van terreinbeheerder Waternet. Overdag was er wat regen gevallen, maar tijdens de excursie was het prima weer.

Vanaf ingang Oranjekom/Oase wandelde de groep om 17:00 het gebied in. Eerst werden enkele elementen bekeken die met de drinkwatervoorziening te maken hebben, zoals de Oranjekom en de waterinlaat. Daarna voerde de wandelroute dieper het mooie duingebied in en lieten de eerste damherten zich horen. Onderweg waren er mooie paddenstoelen te zien, zoals groepjes zeer grote parasolzwammen. Gaandeweg lieten de eerste damherten zich ook zien. De volgroeide herten (mannetjes) zijn veel groter en imposanter dan de hinden.

Tijdens de bronst maken de herten een geluid dat lijkt op boeren en snurken. Dit wordt ook wel ‘knurren’ genoemd. Smakelijk klinkt het niet voor mensenoren, vermakelijk is het wel! Naar mate de bronsttijd vordert, kunnen de herten er schor van worden doordat hun adamsappel geïrriteerd raakt. Hinden die klaar zijn voor de paring, antwoorden met een heel ander geluid: het klinkt als een lief miauwtje. Tijdens de excursie lieten zij dit helaas nog niet horen. Iets later in oktober is daar meer kans op. In juni worden de kalfjes geboren.

Op een bij de boswachters bekende bronstplaats diep in het bos waren veel herten te zien die zich uitsloofden in hun bronstkuilen. De opwinding was af en toe goed te zien aan hun driftig ‘kwispelende’ jonge heer. Herten urineren in hun bronstkuil en gaan er vervolgens in liggen om de geur in hun vacht op te nemen en zo onweerstaanbaar te zijn voor de hinden. Loop je bij zo’n kuil, dan is de kenmerkende geur goed te ruiken.

Tot vechtpartijen is het tijdens de excursie niet echt gekomen. Damherten vechten ook veel minder dan edelherten en zullen elkaar vrijwel nooit doden. Toch kunnen er felle gevechten plaatsvinden en worden regelmatig herten gezien die daardoor mank lopen, zo ook tijdens de excursie. Sporen van gevechten kunnen ook aangetroffen worden, bijvoorbeeld op een zandpad, waar hoefafdrukken en door de geweien kriskras getrokken strepen te zien zijn.

Damherten zijn in de bronsttijd goed te bekijken vanaf geringe afstand. Ze zijn zo op elkaar geconcentreerd, dat de aanwezigheid van mensen hen niet deert. Op de bronstplaats genoten de excursiedeelnemers een tijd lang van het schouwspel. Er werd naar hartenlust gefotografeerd, door sommigen met joekels van lenzen. Geleidelijk viel de avond en werd het de hoogste tijd om terug te keren, want de route was nog enkele kilometers tot het beginpunt. Ruim na zonsondergang sloten we voldaan de excursie af.

Vrijwilliger Laura Overdijk:

“Naast de damherten waren er ook ontzettend veel paddenstoelen te zien. En voor mij en de rest ook een nieuw fenomeen: boomschuim. Zeepstoffen die in een boom zitten en in aanraking komen met zuurstof en water. Groetjes, Laura”


Zelf de damhertenbronst beleven in de Amsterdamse Waterleidingduinen? Echt een aanrader!

Het duurt nog even totdat het weer zover is: in de tweede helft van oktober, net na zonsopkomst of in de uren tot aan zonsondergang zijn de beste momenten voor deze natuurbeleving in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Overal kom je dan bronstige damherten tegen, bijvoorbeeld tijdens een wandeling van ingang De Zilk naar ingang Panneland of ingang Oranjekom/Oase. De bronstplaats van de excursie ligt vanaf laatstgenoemde ingang een klein stukje voorbij het Vliegermonument. In Nationaal Park Zuid-Kennemerland leven ook damherten, maar daar is de trefkans wat kleiner, doordat ze er in lagere aantallen voorkomen.

Beide gebieden zijn opengesteld tussen zonsopkomst en zonsondergang. Voor de Amsterdamse Waterleidingduinen is een toegangskaart nodig.

Excursiewerkgroep, Marjolein van der Tol

Fotografie: Laura Overdijk en Marieke Schous

Oproep voor een ‘razende reporter’

In de vrijwilligersnieuwsbrief van 27 oktober 2022  treffen jullie, na het vorige interview met Herman Froklage, een interview aan met één van onze andere zeer ervaren vrijwilligers Sjirk de Boer. Ik hoop dat jullie het een leuke invulling van de nieuwsbrief vinden om een paar keer per jaar iets meer te weten te komen van één van de meer dan 400 vrijwilligers binnen Water Land en Dijken.

Ik had hier totaal geen ervaring mee en zelf vind ik het wel boeiend en een leuke activiteit. Toch wil ik een oproep aan jullie doen. Is er binnen de grote groep vrijwilligers iemand die uit een ander of vorig leven ervaring heeft met interviews en het daarna in een leuk artikel te delen met de mede vrijwilligers? Die ervaring mag, maar hoeft niet persé professioneel te zijn. Ervaring met een clubblad, een schoolkrant (voor velen al enige tijd geleden😊) of iets anders is ook voldoende. Belangrijkste is dat je het leuk vindt om te doen en er vier keer per jaar een paar uurtjes tijd in wilt stoppen. Je kunt daarbij al je creativiteit kwijt, want (bijna) alles wat jij wilt is mogelijk.

Heb je interesse, of wil je graag iets meer weten, geef dan je mailadres of telefoonnummer door aan het secretariaat, dan neem ik contact met je op. (secretariaat@waterlandendijken.nl)

Met vriendelijk groet,

Peter Degeling – vrijwilliger

Dag Allen, die deze excursie mogelijk hebben gemaakt.

Joke Tierie ontving ons tegenover het Raadhuis op de Kleine Dam in de Rijp.

Er zou regen komen, maar die hebben we gelukkig niet gezien.

Na afloop was iedereen het erover eens: ”Dit was (weer) een geslaagde excursie.”

We hebben zelfs Museum in ’t Houten Huis bezocht en daar koffie of thee gedronken met koek erbij. Dat maakte de wandeling compleet.

Ank Rossenaar begeleidde ons door allerlei smalle steegjes en straatjes, waar je normaal niet zo komt. Je neemt de doorgaande wegen zoals de Rechtestraat en de straatjes daarachter bekijk je niet. Dat hebben we nu wel gedaan en met groot succes. We hebben de buitenkanten van verschillende weeshuizen bekeken. Die wezen waren er natuurlijk veel, met al die vaders en broers in de grote vaart. Verder waren er veel kleine huisjes te bewonderen onder andere langs het Langebrugspad, de Gevallen Vrouwensteeg, waar het moeilijk lopen was en de Keizerbuurt. Alle huisjes en gebouwen  goed in de verf tegenwoordig. Met Ank hebben we de ene kant van het dorp bekeken en met Herman Froklage het andere deel en het museum.

Hier en daar vertelde Trudy, ook vrijwilliger,  ook het één en ander. Zij is in De Rijp geboren en heeft daar de kleuter- en lagere school bezocht en ging met haar moeder naar het consultatiebureau.

We kregen ook de uitleg van woorden als: de makelaar, die de twee voorste delen van een huis verbond, waar de uitdrukking likkebaarden vandaan komt, en het woord goedejaarseindehuisje: Als je financieel een goed jaar had gedraaid, had je daarna voldoende geld om een stukje aan je woning te bouwen.

Omdat het Open monumentendag was konden we ook nog even de kerk bezoeken.

Al met al. Ik vond het een geslaagde excursie en ben zeker van plan om nog eens terug te komen om weer van alle moois te genieten.

Bedankt ALLEN, die deze excursie hebben mogelijk gemaakt.

Pia Mentz, vrijwilliger

Raadhuis De Rijp

De beroemdste inwoner van de Rijp was Jan Adriaanszoon Leeghwater, deze timmermanszoon bouwde het schitterende raadhuis van De Rijp, een voorbeeld van de Hollandse renaissancestijl.

Van het alleroudste dorpsgezicht is weinig over, want het dorp is in de 17e eeuw 3x getroffen door brand, toch is er genoeg geschiedenis over voor een mooie wandeling.

Onze gids Ank Rossenaar wist ons veel te vertellen over de Ebenist (houtbewerker) en de makelaar, een gedeelte dat de bovenkant van een houten huis afmaakt. Vaak verfraaid met een afbeelding van het bedrijf dat in het gebouw huisde.

Ook hebben we de goedejaarseindehuisjes, een uitbouw als er een goed jaar was geweest qua inkomen, gezien.

Ook de weeshuisjes en alle mooie steegjes, zelfs de Gevallen Vrouwensteeg, geweldig.

Ook is er nog een beroemde inwoner en wel Jan Janszn. Weltevree. Hij monsterde aan in 1626 op de Hollandia die via Batavia naar Japan ging, maar door slecht weer terecht kwam op het eiland Chesu ten zuiden van Korea. Normaal werden de vreemdelingen niet gedood maar mochten het land ook niet meer verlaten.

Jan kreeg een nieuwe Koreaanse naam: Pak Yon, en verbleef de rest van zijn leven aan het hof van de koning. Jan werd geroemd om zijn intelligentie en verstandige kijk op allerlei dingen.

Een mooi beeld van Weltevree staat bij de kerk

Joke Tierie, excursiebegeleidster

Verslag fietsexcursie Castricum en omgeving, zaterdag 20 augustus jl.

Onze twee gidsen Hans en Gerard waren prima op tijd, en na het bekijken van een korte film in het Huis van Hilde over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse landschap en in het bijzonder het Oer-IJ-gebied, stapten we op de fiets. We hadden geluk met een heerlijk zomers maar niet te warm weertje.

Het aantal fietskilometers viel erg mee maar de info was pittig, wat kregen we veel te verwerken over strand- en oeverwallen, dijkjes en kadetjesland (percelen met bolvormig land tussen de greppeltjes), kerkjes en uiteraard over het oude stroomgebied van het Oer-IJ, de meest noordelijke zijtak van de Rijn die hier was aan het begin van de jaartelling, in de driehoek Zaanstad, Velsen en Alkmaar, en die uitmondde in zee bij Castricum. Een zichtbaar restant is de Schulpvaart, waar we een mooi zicht op hadden vanaf een bruggetje tussen Castricum en Limmen.

Ieder die interesse heeft kan kijken op de website van Stichting Oer-IJ: oerij.eu

Ook een bezoek aan het Huis van Hilde is een aanrader.

Nogmaals dank aan onze uitstekende gidsen voor deze geslaagde excursie!

Excursiewerkgroep, Joke Tierie

Zomerexcursie 2022: Bustrip naar het Naardermeer op zaterdag 16 juli 2022

Verslag van een vrijwilliger.

Natuurgebied Het Naardermeer, het oudste natuurmonument van Nederland, was op zaterdag 16 juli j.l. het decor van de zomerexcursie voor vrijwilligers. De bus van vereniging Groengrijs bracht de deelnemers vanuit Purmerend naar de bestemming. De ene helft van de groep had ’s ochtends een vaartocht op het Naardermeer en wandelde ’s middags door de bosrijke natuur naar Meermolen de Onrust voor een rondleiding met de molenaar. De andere helft beleefde de dag andersom. Aan het eind van de middag werden de deelnemers weer opgehaald en terug naar Purmerend gereden.

De excursiewerkgroep van Water, Land & Dijken ontving van vrijwilliger Pia Mentz een heel leuk en enthousiast verslag van deze excursie, dat u hieronder kunt lezen. Pia, hartelijk dank hiervoor!

Dag Mensen Van De Uitjes,

Zeg in het geval van het Uitje Naardermeer maar gerust Uit Naardermeer. Wat een uitgelezen dag wat het weer betreft. Ook de plaatsen die we bezocht hebben. Mijn introducé had Corona. Daarom ging mijn kleindochter Jona van 7 jaar mee. Wat hebben we genoten en daarna geslapen.

De dag begon met een rit in een bus, waarin je alle weilanden en andere zaken goed kon bekijken. We keken onze ogen uit bij het zien van een aantal vogels en hazen. De buschauffeur deed zijn werk uitstekend en Wim controleerde of ieder van de groep wel aanwezig was. Joke deed dat voor de eerste vaargroep.

Na die busrit kwamen we aan bij de Meermolen De Onrust bij het Naardermeer. Daar vertelde de molenaar ons van alles over het werk, de geschiedenis en de waterverplaatsing van de molen.
Op een gegeven moment moest de vang gelicht worden en daarvoor werd de jongste nestzoeker uitgenodigd. Jona had er niet zo’n zin in, maar met mij erbij lukte het prima. Wij trokken aan een touw en de molen kon nu zijn werk doen, er stond een aardig windje.

Alles in de molen mocht bewonderd worden. We mochten zelfs tot boven in de molen, waar in het verleden een molenaar met zijn tien kinderen gewoond heeft.

Na deze bezienswaardigheid gingen we de wandeling van 5 km. maken naar Erf Stadzigt. Een aantal mensen vroeg Jona of dat niet te ver was op haar sandalen. Nee hoor, zij had daarop ook de avondvierdaagse van 5 km. gelopen dus… Henk stond ons terzijde met de route op zijn telefoon in de hand.
Jona en ik liepen helemaal vooraan. Wij hadden het idee, dat we daar helemaal alleen liepen. We kwamen prachtige bomen tegen. Er was er zelfs één bij, waaronder de grazers schuilden voor het zonnetje.

Halverwege kwamen we een klein huisje naast een groot huis tegen. Daar konden we koffie, thee, koek en ijs kopen voor €1. Twee oudere gezusters runden deze toko. Ze vonden het gezellig mensen te ontmoeten en een praatje te maken. Voor een gezelschap van meer dan tien personen was er geen koffie genoeg. Één van de zussen ging dan ook vlug met haar rollator nieuwe, verse koffie zetten. Jona kocht, na enig aandringen, een ijsje en Henk en Mieke namen er daarna ook één. Daar gingen we weer op weg. Nog 2 km. Bij Stadzigt konden we ons meegebrachte broodje en het komkommertje opeten.

Van daaruit gingen we met de boot het Naardermeer op. Het was zó warm en het zonnetje prikte zo erg, dat we onze vesten als bescherming gebruikten. De wind viel ook weg, doordat we veel aan twee kanten door het hoge riet voeren. De schipper droeg een groot aantal gedichtjes voor. Leuk om te horen. Hij gaat er zelfs binnenkort een boekje van uitgeven. Ook een aantal rijmpjes van Toon Hermans droeg hij voor.
We gingen uit de boot en liepen op het trilveen en over vlonders. Jona werd gewaarschuwd, dat ze goed op de planken moest lopen. Ze keek verbaasd op: zij is dat lopen op vlonders al jaren gewend in Zweden.

We zagen ook een eendenkooi. Daar zwommen een aantal mooie eendjes. Ook hoorden we het verhaal, hoe de overvliegende eenden met grote hoeveelheden werden gevangen genomen met behulp van lokeenden en kwispelende kleine hondjes.
Daar, op het open water van het Naardermeer zagen we ze eindelijk. Daar waren we als eerste voor gekomen: vier of vijf keer zagen we een purperreiger overvliegen! Onze dag kon helemaal niet meer stuk, toen we van heel nabij een fuut met drie jongen op haar rug zagen. Die hadden we meerdere keren op de Beemsterringvaart gezien, maar deze waren wel héél dichtbij.

Na dit bootreisje gingen we nog even zitten en zagen daar heel veel mussen op de picknickplaats. Dit waren toch vogels, die Jona niet vaak ziet. Wel wilde eenden en krakeenden. De bergeenden broedden onder hun planken vloer. Nijlganzen, kauwen, eksters en kippen lopen over het terrein. Soms een zilverreiger. Ook koolmeesjes, maar mussen, nee.

Jona en ik hebben een héérlijke dag uit gehad. Wij danken een ieder die deze dag heeft mogelijk gemaakt. We zullen er nog lang over napraten en hopen dat Jona over een aantal jaren in het voorjaar nog weidevogels zal kunnen tellen en daarna de weideoeverplanten zal gaan monitoren, want van planten weet ze ook het nodige. Zwanenbloem en gele lis staan bij haar in de voortuin.

Pia Mentz, 16 juli 2022, rondje Naardermeer.

Verslag rondleiding in natuurgebied Het Zwanenwater, zaterdag 25 juni 2022

Één van de mooiste natuurparels van onze provincie is zonder twijfel het Zwanenwater bij Callantsoog. Met z’n dertigen bracht een groep vrijwilligers en introducés op zaterdag 25 juni j.l. een bezoek aan dit prachtige natuurgebied voor een rondwandeling met een boswachter van terreinbeheerder Natuurmonumenten. Het was aangenaam lenteachtig weer.

De route ging voor deze gelegenheid vooral over smalle, slingerende, onverharde paadjes die voor publiek niet toegankelijk zijn. Er was veel te zien, zoals een stuifkuil en een bos met opvallend gevormde dennen. Deze dennen waren lang geleden van de dood gered met de verwijdering van zieke delen en dat had tot rare vervormingen geleid.

Een plek die vrijgemaakt is voor de ontwikkeling van rietland, maar die nu nog kaal is, is ontdekt door enkele kievitparen die er jongen wisten groot te brengen.

De prachtige soortenrijke hooilandjes in de vochtige en natte valleien stonden uitbundig in bloei. Van dichtbij waren mooie soorten te bewonderen, zoals Welriekende nachtorchis, Moeraskartelblad, Veenpluis, Stijve ogentroost en Tormentil.

Langs het pad in het moerasbos stonden o.a. de statige Moerasmelkdistel en de charmante Wateraardbei. Soorten als Muizenoor, Zandblauwtje, Hazenpootje en Duizendguldenkruid sierden de droge zandige delen.

In het vochtige bos langs het Eerste Water liep het paadje achter een broedkolonie aalscholvers langs; dat was goed te horen en te ruiken. Jarenlang broedden lepelaars met honderden paren in het Zwanenwater, maar sinds de aalscholvers dit gebied ook als broedplaats ontdekten, zijn ze vrijwel weggeconcurreerd. Tegenwoordig broeden er nog maar enkele lepelaarpaartjes.

Heel boeiend was het om harkwespen van dichtbij te zien graven in een zandbult.

In een poeltje verderop leeft de enige populatie knoflookpadden van West-Nederland. Hoe ze daar ooit terechtkwamen is niet bekend, maar moet wel het gevolg zijn van menselijk handelen.

Terug bij de ingang vond de afsluiting van de rondleiding wat later dan gepland plaats. De gids had ook zoveel te vertellen en wat viel er veel interessants te zien!

Excursiewerkgroep, Marjolein van der Tol

Verslag excursie schaapherder Marijke Dirkson zaterdag 7 mei 2022

Werken voor de natuur, met dieren, en mensen erbij betrekken. Dat is kort samengevat de passie en de doelstelling van schaapherder Marijke Dirkson.

Op zaterdag 7 mei j.l. bezocht een groep vrijwilligers van Water, Land & Dijken en enkele belangstellende introducés haar bedrijf, dat sinds twee jaar gevestigd is op een boerderij in Burgerbrug. De bedrijfsnaam Landschapsbeheer Rinnegom is behouden en herinnert aan de buurtschap bij Egmond-Binnen waar het allemaal begon in 2010.

Nadat we rond 10:00 hartelijk ontvangen werden met koffie of thee en een versnapering, gaf Marijke een zeer interessante en uitgebreide lezing over haar werk met kuddes van Kempische Heideschapen. Er komt heel wat kijken bij dit bijzondere vak. Er wordt gewerkt aan de hand van een begrazingsplan dat wordt toegespitst op de doelstelling van de opdrachtgever. Zo kan bijvoorbeeld het moment van begrazen zo worden gekozen, dat de groei van orchideeën wordt bevorderd.  Een kudde wordt vaak voor een bepaalde tijd binnen een raster van flexinetten gezet, maar kan ook met een herder door een natuurgebied trekken.

Na de lezing bekeken we de winterweides voor de schapen achter de boerderij en daarna de stal waar de schapen in het voorjaar zijn om af te lammeren. Niet allemaal tegelijk, want 2.000 schapen (uit acht kuddes) passen er niet in. Een slim kleurensysteem bij de dekrammen maakt het mogelijk om de schapen in groepen na elkaar op het juiste moment binnen te zetten. Tijdens ons bezoek trok een parmantige kalkoen tussen de schapen de aandacht.

Met de verhuizing naar Burgerbrug is een droom van Marijke en haar man in vervulling gegaan; alles komt hier samen. Hun ambitie is om de boerderij volledig circulair te maken. Voorbeelden zijn de bokashi die ze maken van de stalmest om de weides mee te bemesten en die zeer gunstige eigenschappen heeft voor de bodem, en het verbouwen van luzerne die als krachtvoer voor de schapen dient.

Tegen 13:00 sloten we deze leuke, boeiende en leerzame excursie af met een heerlijk glaasje troebele appel- of perensap.

Excursiewerkgroep, Marjolein van der Tol

Verslag rondleiding Ruïne van Brederode zaterdag 26 maart 2022

Op zaterdag 26 maart ging er na een lange pauze van twee jaar eindelijk weer een groep vrijwilligers van Water, Land & Dijken op excursie!

Deze keer stond er een bezoek aan de middeleeuwse Ruïne van Brederode met na afloop voor liefhebbers een duinwandeling op het programma.

In de theetuin bij de ruïne verzamelden de deelnemers zich vanaf 11:00 om een kopje koffie of thee met een lekkere koek te nuttigen. Het was een prachtige lentedag met volop zon, een zacht briesje en 17 graden.

De vrijwilligers van de ruïne waren allen in middeleeuwse stijl gekleed, zo ook onze gids Ferry. Hij heeft ons vele plekken buiten en binnenin de ruïne laten zien en veel verteld over het leven in het kasteel en erbuiten, en de bewoners. Ook over de kasteelruïne zelf hebben we veel opgestoken. Zo werden de wenteltrappen bijvoorbeeld bewust met ongelijke treden aangelegd, om het binnendringers zo lastig mogelijk te maken in hun weg naar boven. Aan de buitenzijde van de ruïne zijn verschillende sporen te zien van wat er vroeger heeft gezeten, zoals die van schuine daken die er ooit waren. De toiletten die ‘privaten’ genoemd werden, zijn nog aanwezig en aan de buitenkant zichtbaar als kokers met een schuin dakje. Binnen is te zien dat de privaten van het personeel eigenlijk geen privacy boden, maar die van de kasteelheer juist wel. Zo hebben wij nog veel meer leuke, boeiende en soms akelige anekdotes gehoord.

De buitenmuren van de ruïne zijn een groeiplaats van de zeldzame Muurbloem, een soort van de kruisbloemenfamilie met grote gele bloemen.

Na afloop van ons bezoek aan de Ruïne van Brederode was het tijd voor de wandeling door de Kennemerduinen. De helft van de groep wandelde mee. De route volgde mooie kronkelpaadjes met na elke bocht een ander beeld, soms fraaie vergezichten. Na enkele kilometers en een flinke klim bereikten we de top van de Brederodeberg. Dit duin is zo hoog doordat de heren van Brederode telkens nieuw afgezette zandlagen met beplanting lieten vastleggen, om onderstuiving van het kasteel te voorkomen. De 45 meter hoge top is het hoogste punt van de Kennemerduinen. Na de afdaling vervolgden we onze weg met een boog om de Oosterplas heen, waarna we al gauw het beginpunt van de wandeling bereikten en het uitje afsloten. Het was een geslaagde dag!

Excursiewerkgroep, Marjolein van der Tol

Ervaring uit het veld

Sinds de lente van vorig jaar ben ik samen met mijn buurman Jacob Jan Kooij begonnen met nestbescherming. Na een paar cursussen over vogels hun nesten en gedrag bijgewoond te hebben.
Eerst liepen we een paar keer mee met ervaren nestzoekers en toen kregen wij als tweetal al snel zelf een aantal boeren “toegewezen” in Beets. Gerard en Jan Milatz en Pleun van de Wel.
Wat doen we precies? Samen gaan wij naar één van de boeren, overleggen met hem wat hij al weet van de aanwezige vogels op zijn land en wat zijn wensen zijn. De boer is namelijk dagelijks in het veld en ziet heel veel vogels en hun gedrag. Dus het kan zijn dat de boer zegt: “Kijk even op dat perceel, want daar zag ik gisteren een kievit paartje.” of “Zouden jullie dat stuk land even willen controleren op nesten, want ik wil daar over een paar dagen gaan maaien.”
Wij gaan dan gewapend met een verrekijker, aangepaste kleding, schoeisel en genummerde stokken het land in en observeren het gedrag van de vogels (op ons eigen beginnersniveau).
Wij denken dan te weten waar zich een nest zou kunnen bevinden en behoedzaam begeven wij ons dan naar de bewuste plek. Vaak is ons door de baltsende vogels een loer gedraaid en is er niets te vinden. Maar uiteraard is het ook weleens raak en dan vinden wij een nest, meestal van een kievit, in mindere mate van een scholekster en in nog mindere mate van een grutto of tureluur. De laatste twee vogels hebben ook moeilijker te vinden nesten.
In het begin ben je ongegeneerd blij dat je wat vindt. Pleun zei een keer:” Ik zag dat jullie een nest hadden gevonden, want jullie stonden te juichen. Dat was ook zo. We zijn af en toe zo blij als een kind als we een nest met inhoud vinden. Vorig jaar konden we dan nog weleens midden in de Beetskoog een highfive “doen”, dit jaar blijft het bij een duim omhoog of een elleboogstoot.
Het zoekseizoen start begin maart en eindigt ergens in juni. Vorig jaar hadden we 31 nesten gevonden en dan rekenen we ook de nesten mee, waar de boer ons naar verwijst, omdat hij ze al gespot heeft tijdens zijn werk. Dat jaar hadden we geen tureluursnest gevonden.
Soms gaan we vroeg in de ochtend en dat is eigenlijk de beste en de mooiste tijd van de dag. Het is dan zo stil, dat je alleen de zingende vogels hoort en in de verte de A7, helaas. Vorig jaar liepen we tussen Beets en Oudendijk, toen ik een bekend, maar een toch al 30 jaar niet meer gehoord geluid, vernam: de roep van de veldleeuwerik die boven het weiland hing. Een geluksmoment, prachtig. Vroeger als kind, lag ik wel eens in het weiland en keek dan met mijn armen achter het hoofd omhoog naar de veldleeuweriken die toen nog talrijk waren. Kortom, we genieten wat af.
Dit jaar hebben we ruim 45 nesten gevonden! Merendeels dus kievitsnesten, dan scholeksters, een aantal nesten van grutto’s en 2 tureluursbroedsels. Kortom, we zitten in een stijgende lijn qua nesten. Maar dat heeft niets te maken met het weer. Het is zo (te) droog. En het land is keihard. We hebben al een stok gebroken die we in de grond wilden steken. Want wat ik vergeet te vertellen is dat we bij het vinden van een nest, een genummerde stok op een bepaalde afstand van het nest in de grond steken, opdat de boer er langs kan maaien. We hebben de stokken voorzien van een witte punt en een nummer. Bij de boerderij aangekomen, tekenen we de nesten in op een plattegrond van de weilanden van de boer en schrijven het nummer erbij, tevens het aantal eieren dat in het nest ligt en op welk weiland het gevonden is en op welk soort gewas (bijv. gras of mais). Tenslotte schrijven we de vinddatum en de data op wanneer wij het nest controleren. Soms liggen er bij controle meer eieren in of het nest is gepredeerd (lees: leeggeroofd).
Als het nest “uit” is, krijgt de boer daar een bepaald bedrag voor. Dus het is een win-win situatie. De boer zorgt beter voor de natuur, wij zijn van de straat, de vogelnesten worden beschermd en de vogelstand wordt beter. Dat laatste is de vraag, want er is een aantal factoren dat tegenwerkt: droogte, lage waterstand, predatie van kauw, meeuw, hermelijn, rat, soms zelfs vos. Het is soms om moedeloos van te worden. Maar omdat wij dit tweede jaar al ruim 10 nesten meer hebben gevonden, de boeren enthousiast meedoen en meedenken en omdat we ook vaker plas-dras gebied zien (een expres door de boer onder water gezet stuk land, waar vogels heerlijk kunnen foerageren) en door het “later-maaien” concept, houden wij de moed erin en gaan we volgend jaar weer fanatiek aan de slag.
Als u dus twee mannen in het land ziet lopen, stilstaan of zelfs liggen, dan zijn wij het. O, ja, we gaan ook geregeld met de auto het land in, want dan zijn de vogels minder schrikachtig.

Ik hoop u zo een tip van onze hobby sluier te hebben opgelicht.

Dick Knip

foto: Henk Laverman Fotografie

Tellen vliegvlugge grutto’s

Voor mij start het weidevogelseizoen in februari met een bezoek aan drasplassen om de grutto’s na hun inspannende reis uit het zuiden te zien opvetten. Daarna het zoeken en beschermen van de nesten, het zien van de eerste kuikens en de fladderende vliegvlugge jongen. Tijdens het seizoen doe ik een BTS-telling, waarbij het broedsucces duidelijk wordt.

En als laatste de telling van jonge grutto’s op de verzamelplekken. Voor mij zijn deze slaapplaatstellingen een leuke en logische afsluiting van het weidevogelseizoen. Ik werk hier heel graag aan mee, want ik vind het belangrijk om te zien hoeveel jonge grutto’s overleven

Zodra de jonge grutto’s vliegvlug zijn maken de ouders zich op voor de terugreis naar warmere oorden. Dat heb ik altijd beetje aso gevonden. De jongen verzamelen zich en vormen steeds grotere groepen, die uiteindelijk gezamenlijk aan hun eerste lange tocht naar het zuiden beginnen. Ze foerageren overdag in weilanden of plassen en zoeken tegen zonsondergang een plasdras op om in grotere groepen veilig te overnachten.

Op deze slaapplaatsen worden ze geteld en gecheckt op kleurringen. Die ringen zijn niet altijd te zien. Soms foerageren ze in diep water. En tegen zonsondergang zijn de kleuren niet altijd te onderscheiden. De telling start 20 juni en duurt t/m 10 augustus. Deze einddatum is gekozen omdat dan de jonge IJslandse grutto’s hier beginnen te arriveren en onze tellingen vervuilen.

Het is een kwestie van heel goed kijken. Er staan ook wel eens volwassen grutto’s bij. De vogels staan vaak aan het einde van de plas en in het bijna-donker kan het verschil tussen volwassen en jonge grutto’s lastig te zien zijn. Bovendien foerageren de grutto’s soms tussen wulpen en kemphanen. Een telescoop is echt noodzakelijk.

Het is heel leuk om tegen zonsondergang bij zo’n drasplas te staan. We komen natuurlijk om jonge grutto’s te tellen, maar het is fantastisch welke vogels er verder nog te zien zijn. Dit jaar zelfs een groep van 7 wilde flamingo’s.

De snavels van de jonge grutto’s zijn nog roze. De verschillen in bevedering kun je heel goed zien in YouTube-filmpje van Landschap Noord-Holland.

Er wordt op veel verschillende plaatsen in Nederland geteld. De resultaten worden doorgegeven aan Sovon, die hier een jaarlijks rapport over produceert. Het resultaat van 2020 wordt in 2021 verwacht maar het rapport van 2019 vind je hier

Enthousiast geworden en wil je zelf ook jonge grutto’s op slaapplaatsen gaan tellen. Neem dan contact op met Wim Tijsen: w.tijsen@landschapnoordholland.nl,
tel 06 53118106

Marieke Schous, vrijwilliger, 19 oktober 2020

Dagvlinders tellen!

In het voorjaar van 2020 kwam mijn vrouw Marjolijn met het idee om vlinders te gaan tellen voor het BIMAG project. Ze is al langer actief bij ‘weidevogelen’ en het inventariseren van botanische slootkanten.. Ik vond het wel een goed idee en wilde ook wel iets actiefs doen dat zou bijdragen aan de kennis van de natuur.

Zo begon ik dus begin april met het tellen van dagvinders op twee stukken weiland van Sjaak Hogendoorn.  Aanvankelijk was ik snel uitgeteld; op de eerste route, een stuk nat weiland achter een rietkraag, heb ik de eerste twee maanden alleen twee toevallig voorbij waaiende Koolwitjes kunnen tellen. Het tweede deel, gelegen in de luwte van een elzenbosje leverde iets meer vlinders op, maar nog altijd maar één of twee per keer. Met ‘alle beetjes helpen’ en ‘geen resultaat is ook resultaat’ hield ik de moed er een beetje in, maar het was allemaal wel wat teleurstellend.

Niettemin, het was leuk om zo elke week een keer dat weiland door te lopen en het zo te zien veranderen. Langzaam maar zeker  kwamen er meer planten in bloei en bleek er op de natte weide een klein botanisch paradijsje te groeien. Er groeiden Rietorchissen, Moerasrolklaver, Kantig hertshooi, enorm veel Watermunt en velden Veenmos, met daarop weer een eigen typische vegetatie met onder andere Rondbladige Zonnedauw.

Begin juni kwamen er ook meer vlinders, meer in aantal en ook meer soorten.

Ik merkte al gauw, dat het ontzettend lastig was om de vlinders in een oogopslag te herkennen. Sommige zijn onmiskenbaar, maar voor de meesten moet je toch echt twee keer kijken en zo makkelijk lieten ze zich niet bekijken. Als eerste hulpmiddel heb ik toen de verrekijker van stal gehaald.

Toen waren de vlinders beter te zien, maar dat is nog niet hetzelfde als ze herkennen. Al snel doken er allerlei kleine drukke bruine vlindertjes op die niet in mijn geheugen zaten.  Ik moest dan de kenmerken goed in mijn hoofd houden en thuis in de vlindergids zoeken op de pagina’s met bruine vlinders met oogvlekjes welke ik gezien had.  Om dat wat makkelijker te maken heb ik de volgende keren ook mijn fototoestel met telelens meegenomen. De foto’s die ik daarmee maakte waren meestal niet echt toonbaar, maar goed genoeg om er de vlinders mee te determineren. Handig is ook, dat  er op die manier ook meteen bewijs is van de waarneming. Als iemand het lastig vindt te geloven dat ik echt een Bruin blauwtje gezien heb, heb ik hem op foto.

Ik de weilanden gedurende het jaar zien veranderen, planten in bloei zien komen en weer  zien verdwijnen. Dat is ‘bijvangst’, maar het maakt het al met al wel de moeite waard om zo eens per week er op uit te trekken. Bij de tellingen noteer ik altijd de weersomstandigheden en het gekke is dat ik kennelijk alleen geteld heb bij niet al te warm weer (19-21 graden) of op echt hete dagen. Dat bevestigde mijn beeld dat 2020 op een paar hittegolven na eigenlijk helemaal niet zo warm was.

Ik heb ook gemerkt dat met z’n tweeën tellen productiever is. Je loopt al snel een verstopt vlindertje mis, denk ik. Marjolijn had in de zomer andere zaken te doen en kon niet altijd mee, dus heb ik veel tellingen alleen gedaan. De laatste keren werd ik bijgestaan door Henri Wals en die tellingen leverden meer op dan die ervoor. Dat kan natuurlijk aan de toename van het aantal vlinders gelegen hebben, maar ik denk eigenlijk dat ‘twee zien meer dan één’ de beste verklaring is.

Mijn laatste telling deden we bij omstandigheden die eigenlijk ongunstig waren: het was met 16 graden onder de minimumtemperatuur voor tellingen en grotendeels -7/8e –  bewolkt. Niettemin telden we toch nog zeven vlinders in drie soorten.  Misschien zijn vlinders toch ruimer van opvattingen, qua temperatuur en zonnigheid, dan we denken.

Ik zie er nu al naar uit volgend jaar weer te tellen.

Hierbij het lijstje van de gevonden soorten en de aantallen die geteld zijn gedurende het seizoen.

argusvlinder 11
atalanta 3
boomblauwtje 1
bruin blauwtje 1
bruin zandoogje 4
dagpauwoog 3
groot koolwitje 6
icarusblauwtje 1
klein geaderd witje 1
klein koolwitje 103
kleine vos 33
kleine vuurvlinder 12

Verder nog de Sintjansvlinder geteld, maar dat is officieel een Nachtvlinder en staat niet op de tellijsten.

Ilpendam oktober 2020

Peter Mudde
Bruin blauwtje en kleine vuurvlinder

Aanleg visdiefeiland

Zaterdagochtend negen uur staat koffie klaar bij Frank en Els Wennekers in Hobrede! Met dat bericht togen Herman, Anne-Marie, Willem en ik in de vroege ochtend in oktober naar boerderij Wennekers.

Na dagenlang regen was het deze ochtend met af en toe een klein beetje zon en veel dreigende donkere wolken toch een goede dag om ons eerste visdief eilandje aan te leggen. Materialen als paaltjes, schelpen en een zogenaamde Ecoboard waren vooraf door Frank en Willem (Overweg) al verzorgd zodat we zelf alleen nog wat klein gereedschap mee hoefden nemen. En natuurlijk laarzen en regenkleding want dat we het niet droog zouden houden was wel te voorzien.

Maar, eerst verwend met koffie en een appelpunt, zaten we mooi te kletsen tot iemand ons tot de orde riep dat we nou toch echt aan de slag moesten. Goed punt, daar kwamen we tenslotte voor.

Met trekker en kiepwagen en anderen op laarzen door het zompige weiland want natuurlijk moesten we weer helemaal achterin het land van Frank zijn. De zon scheen op dat moment en voor natuurliefhebbers een lekkere wandeling door weilanden tussen de schapen en koeien door.

Samen met Frank een mooie plek uitgezocht en vervolgens een geinige discussie gevoerd over de gewenste vorm. Vierkant, rond, ovaal of……. Uiteindelijk kozen we voor een soort van hartvorm. Of dat er helemaal uit is gekomen laten we aan de neutrale kijker over. Nadat we het anti worteldoek op zijn plaats gelegd hadden, werden de schelpen uit de kiepwagen gestort en waren de eerste contouren van het eilandje al zichtbaar. Goed gereedschap in de vorm van zo’n kiepwagen is wel heel veel waard. Het scheelt echt een hoop tijd als je niet met scheppen, emmers  en een kruiwagens drie kuub schelpen moet verspreiden.

Na een soort van “technisch werkoverleg” waren we het eens over de aanpak en toen bleek maar weer eens dat vele handen licht werk maakt. Ook bleek dat de verwachting van regen terecht was en flinke buien storten zich op ons. Er werd echter gewoon stug doorgewerkt of er niets aan de hand was. De Ecorand werd uitgerold naar de gewenste plaats en in de gewenste vorm. Anderen zaagden de bijgeleverde palen op maat (de helft van de lengte was voldoende) en plaatsten deze op de gewenste plek. Eén boorde de palen voor en een ander liep er achteraan om deze rand op de palen vast te schroeven. In de tussentijd werden de schelpen verder verspreid en het worteldoek uit het zicht gewerkt. We wisten niet zeker of visdiefjes daar nou echt op letten, maar namen het zekere voor het onzekere. Daarbij, wij wilden het voor onszelf en eventuele kijkers netjes opleveren.

De palen in de grond, schelpen verspreid, ecorand vast en worteldoek onzichtbaar. Klus geklaard! Gereedschap verzamelen en terug naar de boerderij. Laarzen en regenkleding uit en Els had weer voor koffie gezorgd. Er ontspon zich nog een zeer levendige discussie over het boerenbedrijf en alles wat daarbij hoort. Een leuke afsluiting van een voor vrijwilligers en boer/boerin nuttige en goed bestede dag.

Peter Degeling – vrijwilliger

Om de waterkwaliteit te verbeteren doen boeren mee met het pakket ‘Botanische weiderand’.
Dat houdt in dat ze vanaf de slootkant een strook van 2 meter breed vrijhouden van bagger, mest en
slootvuil. Hierdoor is er minder uitspoeling van nutriënten naar de sloot en draagt het bij aan het
verbeteren van de waterkwaliteit. Voor het vrijhouden van de 2-meter brede rand van bagger, mest
en slootvuil krijgen de boeren een vergoeding.

Monitoring botanische weideranden Assendelft, 9 juni 2020
Planten in kaart brengen in de botanische weiderand De overheid heeft als eis gesteld dat er
minimaal 4 indicatorsoorten (specifieke planten) in de botanische rand aanwezig moeten zijn. Water,
Land & Dijken wil graag weten of deze er ook inderdaad zijn, en waar. Daarom gaan er al een aantal
jaar vrijwilligers het weiland in om de aanwezige planten in de botanische weiderand in kaart te
brengen. Zo ook vrijwilligers Hanneke Waller, Carla Kuit en Peter Wetzels, zij gingen in juni op pad in de regio.

Vanwege de coronamaatregelen wilden we sowieso wachten tot 1 juni. Pas daarna mochten we met
zijn drieën op stap gaan, zoals we in eerdere jaren hebben gedaan. Carpoolen was nog verboden. Dat
betekende dat ieder apart van Amsterdam/Diemen naar Assendelft moest zien te komen. Voor de
fervente fietser van ons groepje niet zo’n probleem, met de auto ook niet, maar voor Carla was het
op zijn zachtst gezegd een hele onderneming. Ze heeft er 2,5 uur over gedaan om er te komen, maar
was er op de afgesproken tijd. Dan ben je echt wel goed gemotiveerd! Petje af!

Wanneer wij in een weiderand lopen, kijken we niet alleen naar de indicatorsoorten voor WLD. We
noteren het liefst alles wat we aan wilde en verwilderde planten kunnen benoemen. Dat doen we
voor FLORON. Dit keer was het voor ons een uitgelezen kans om tegelijk met het monitoren van de
ons toebedeelde weideranden een kilometerhok te kunnen inventariseren waar we normaal
gesproken niet kunnen komen, omdat er geen openbare wegen in liggen. Daarom waren er al lange
tijd geen waarnemingen van bekend. Het is ons uiteindelijk gelukt om ruim voldoende soorten te
noteren voor dat kilometerhok, zodat het nu weer te boek staat als “goed bekeken”. Daar waren wij
heel erg blij mee.

Om in het veld op gepaste afstand van elkaar te blijven wanneer je een ander een plant wilt
aanwijzen, had ik een lange stok meegenomen. We hadden van tevoren goed bekeken hoeveel 1,5
meter is. Dat is toch meer dan je denkt. Het was even wennen, maar het lukte prima.
Wat de weideranden betreft waren er grote verschillen. We begonnen met een rand die niet zo goed
herkenbaar was als een strook van 2 meter vanaf de waterkant, maar deze voldeed wel aan het
vereiste aantal indicatorsoorten. Deze weiderand hebben we voor driekwart bekeken.
Daarna hielden we een korte pauze. Ons was verteld dat we dan een kop thee konden drinken en
daar maakten we graag gebruik van. We konden lekker buiten zitten, maar ook hier keurig op
afstand.

De tweede en derde weiderand gingen vlotter dan de eerste. De tweede was kort van lengte en erg
kapot getrapt door vee. De derde was erg lang. Daarom deden we daarvan maar een deel, maar al
snel was duidelijk dat het in orde was: genoeg indicatorsoorten.

Daarna gingen we naar een andere plek in Assendelft voor de resterende twee randen. We moesten
er immers minimaal vijf doen. Hier viel het erg tegen, want hier was nog niet gemaaid. Dat zou pas
na 8 juni gebeuren.

Het gras stond dan ook erg hoog. Daardoor was het erg zwaar om doorheen te lopen. We konden in
de vierde rand toch goed zien wat er in de rand groeide. De lange stok was erg handig om het hoge
gras opzij te duwen om meer te kunnen zien. Op een deel van de rand lag bagger. Op die plekken
stond geen hoog gras. Dat gaf ons beter zicht op de gewenste begroeiing.
De score was voldoende.

We begonnen vermoeid aan de vijfde weiderand. Deze lag in het verlengde van de vierde. Om daar
te komen moesten we door een hek met daarop het WLD-bord. Altijd leuk om zo’n bord tegen te
komen. Al snel gaven we het op. Er was geen doorkomen aan. We besloten om nog een keer terug te
komen na de maaibeurt, in de hoop dat we dan zullen mogen carpoolen.
De vier weideranden die we hebben bekeken voldeden allemaal aan het minimum aantal
indicatorsoorten.

Van de droogte van dit voorjaar hebben we niets gemerkt. Het water in de sloten stond hoog en alles
stond er fris bij. We hadden geluk met het weer en hadden een heerlijke middag.
Met vriendelijke groet,
Hanneke Waller

Vrijwilligers monitoren botanische weiderand

Vrijwilliger Hanneke Waller heeft een leuk verslag met foto’s gemaakt van het werk in het veld.

Lees hier het verslag…….