Verhalen van en over vrijwilligers: excursies, ervaringen, verslagjes en foto’s

Op deze plek vind je verhalen van vrijwilligers: ervaringen uit het veld, verhalen over vogels of bloemen, een indruk van een excursie of van een interessante cursus. Grappig, serieus, ontroerend of hilarisch. De overeenkomst tussen deze verhalen is bevlogenheid. Veel leesplezier.

We hebben een leuke dag gehad. Op de Vogelboulevard was het nogal buiig. De foodtruck zorgde voor een heerlijke cappuccino.

Terug in de bus hadden we wat oponthoud omdat iemand haar portemonnee kwijt was. Overal gezocht, uit de bus, buiten zoeken….. En toen na 10 minuten kwam de portemonnee gelukkig weer tevoorschijn uit een heel ander vakje.

Door naar het Bezoekercentrum Oostvaarders plassen. Een gezellig restaurant met een prachtige winkel waar we wat konden nuttigen.

Vlak naast het Bezoekerscentrum op een vrij dunne tak zaten een juveniele Zwaluw samen met een ouder, regelmatig kwam de andere ouder voedsel brengen. Dit bijzondere schouwspel konden we van dichtbij bekijken.

Na de lunch werd de groep verdeeld over 4 gidsen om het gebied verder te gaan verkennen.

Een heerlijke wandeling met bezoek aan verschillende uitkijk posten waaronder ‘de Roerdomp’ die sinds 2 weken geopend was. Vanuit de Roerdomp hadden we een prachtig uitzicht over de Oostvaarders plassen met veel foeragerende vogels en grote groepen Krakeenden. Ook konden we de Heckrunderen, Konikpaarden en Edelherten in de verte zien lopen.

Sommigen hebben zelfs de Visarend gezien.

Met zo nu en dan een bui, zagen we ook de zon vandaag. Dank je wel Water, Land & Dijken. We hebben een fijne dag gehad.

Groetjes Monique (vrijwilliger)

Verslag rondwandeling in het Wildrijk op vrijdag 26 april 2024

Het Wildrijk is eind april op zijn mooist op een zonnige dag. En tijdens deze excursie hadden de deelnemers dat geluk. De boshyacinten stonden overal in het bos vol in bloei. Op een paar plaatsen troffen we ook bloeiende hartbladzonnebloemen. Margreet en Baukje waren onze gidsen. Margreet heeft ons twee jaar geleden nog rondgeleid door het Zwanenwater, en was dus voor sommigen een bekend gezicht. Zij is een goede gids met veel kennis.

Hartbladzonnebloem en Boshyacint

Het Wildrijk is echt een groene oase in de Zijpepolder. Deze voormalige buitenplaats is aangelegd op oude nollen (duintjes), waardoor het hoger ligt dan het omringende bollenland. Verstuiving van het zand werd met de boomaanplant tegengegaan. Vroeger waren er nog veel meer van dit soort bosjes in deze polder, maar deze zijn bijna allemaal verloren gegaan. Het Ananasbos dat iets noordelijker ligt, is het andere overgebleven voormalige buitenplaatsbos.

Om de rijkdom aan stinzenplanten te behouden wordt de bosbodem open gehouden door jonge boompjes en struiken te verwijderen. Omgewaaide bomen mogen blijven liggen in het bos, zij vormen een leefgebied voor allerlei insecten, plantjes en schimmels en dragen zo bij aan de biodiversiteit. In oktober is het bos ook zeker een bezoek waard als de rijkdom aan paddenstoelen zich toont.

Het Wildrijk wordt voorzien van schoon water uit de duinen dat via een duinrel wordt aangevoerd en als het nodig is het gebied ingepompt wordt. Via slootjes wordt het daarna door het bos geleid. Het watersysteem is geïsoleerd van de omringende polder om de natuurkwaliteit hoog te houden. Bijzonder is dat Water, Land & Dijken vrijwilliger Herman zo’n dertig jaar geleden betrokken was bij de aanleg van het pompsysteem en daar kon hij ons wat over vertellen.

Herman bij de pomp

Aldoor klonk in het bos een vrolijk zangvogeltjesconcert met winterkoninkjes, fitissen, tjiftjaffen, boomklevers en nog veel meer. Her en der in het bos zijn bunkertjes te vinden, die daar gebouwd zijn door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Daar overwinteren nu een aantal vleermuis- en vlindersoorten in. Een bijzonderheid in het Wildrijk is een herdenkingsbos voor overleden kinderen. Op deze nu nog open plek kunnen herdenkingsboompjes worden geplant.

De groep deelnemers met links een bunkertje, zichtbaar als heuvel.

Terug bij de ingang van het Wildrijk roken we aan de blaadjes van Look-zonder-look. Deze plant ruikt naar ui, maar hoort niet bij dezelfde familie. Het is een kruisbloemige en heeft geen bolletje. Ook hondsdraf ruikt sterk en werd even onder de neus gehouden.

We namen afscheid van onze gidsen die ons een geslaagde excursie in een uniek sprookjesbos hebben bezorgd.

Excursiewerkgroep,

Marjolein van der Tol

Verslag rondleiding Fort K’IJk op zondag 24 maart 2024

Tijdens de tweede excursie van 2024 bracht een groep vrijwilligers een bezoek aan Fort K’IJk (voorheen Fort bij Krommeniedijk) in Uitgeest. Er stond een gure wind, maar het was zo goed als droog tijdens het deel van de rondleiding dat buiten plaatsvond. Onze gids Theo had zeer veel kennis over de geschiedenis van dit fort en over de gehele Stelling van Amsterdam. Hij vertelde hier boeiend over, liet ons vele binnenvertrekken zien en nam ons mee over het fortterrein.

De aanleiding voor de bouw van de Stelling van Amsterdam was de oorlog in 1870 tussen Frankrijk en Duitsland over het koningschap in Spanje. De forten moesten bestand zijn tegen de door de Duitsers uitgevonden snel ronddraaiende granaten die met gemak een bakstenen muur konden doorboren. Daarom werden de forten van een meter dik beton gemaakt en werd er een dikke laag zand overheen aangebracht.

De kaart met de ligging van de forten van de Stelling van Amsterdam, getoond door Theo. Ook het ringvormige gebied dat geïnundeerd kon worden om de vijand op afstand te houden, is hierop te zien.

Theo bracht ons bovenop het fort naar de voormalige hefkoepel waar ooit het ‘Kiekeboegeschut’ was, dat door de soldaten binnen dertien seconde omhoog gedraaid kon worden om vijanden onder vuur te nemen. Nu staat op deze plek de ‘K’IJk-koepel: een vogelkijkhut met een bijzonder mooi uitzicht op de natuurgraslanden van Weijenbus en Vroonmeer, waar jaarlijks op de plasdras vele weidevogels aansterken na hun lange reis.

De K’IJk-koepel op de voormalige hefkoepel.

In de poterne, die we bezochten toen we weer in het fort waren, leerden we hoe vroeger regenwater werd opgevangen en opgeslagen onder het fort. In de vloer ligt een glasplaat waardoor er iets te zien is van deze schoonwateropslag.

De manschappen van het fort zaten het grootste deel van het jaar in kazernes in Amsterdam. Alleen tijdens oefeningen verbleven zij in het fort. Vrouwen die in de buurt woonden, konden dan wat verdienen door de was voor de soldaten te doen. Ook werden er aardappels voor ze geschild. De lokale economie werd dus gestimuleerd.

En zo hoorden we nog vele boeiende en leuke anekdotes over het fort, teveel om op te noemen. Aan het eind van de rondleiding vatte Theo zijn verhaal samen bij een maquette van het fort. Teruggekomen in de poterne namen we afscheid van hem.

In de theeschenkerij was de door de Heeren van  Zorg beloofde kruidenthee uit de natuurvriendelijke kruidentuin jammer genoeg niet voorradig, en moesten we genoegen nemen met een ander, maar evengoed lekker theetje. Vooral de heerlijke versgebakken appeltaart met slagroom maakte veel goed. We genoten! Na gezellig nagepraat te hebben gingen de meeste deelnemers naar huis. Drie deelnemers trotseerden de kou in de K’IJk-koepel eerst nog even om te genieten van de weidevogels op de laatste resten van de plasdras. Het waterpeil werd alweer geleidelijk omlaag gebracht om het gebied geschikt te maken voor het broeden.

Excursiewerkgroep, Marjolein van der Tol

Excursieverslag bezoek aan Boerderij Natuurlijk Genoegen in Driehuizen en wandeltocht Menningweerpolder

Met het voornemen om voortaan meer excursies aan te bieden die betrekking hebben op agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb), was deze excursie een mooie start van het nieuwe seizoen.
Vooraf aan de ronde over de boerderij gaf de boer Jeroen Konijn eerst een overzicht in de tijd en een college over biologisch boeren.
In 1987 startte zijn vader op deze locatie en in 1997 nam hij de boerderij over.

Zijn vader bedreef de gangbare reguliere landbouw, maar tijdens een bezoek aan Amerika zag Jeroen dat het resultaat ervan daar was dat water duurder was dan melk. Hij begon zich daarna te verdiepen in de biologische landbouw/veeteelt, waar hij zich via cursussen verder in bekwaamde en het bedrijf ombouwde naar biologisch. Na bestudering van de theorieën van Rudolf Steiner, die onder andere ook de stand van maan en zon als uitgangspunt neemt voor diverse werkzaamheden waaronder zaaien en maaien, volgde medio 2004 de overstap naar biologisch – dynamisch. Dit had onder andere als gevolg dat voortaan de koeien hun horens behielden.

Door de omslag werd het gebruik van kunstmest vervangen door hoogkwalitatieve ruige mest van de eigen boerderij, waardoor het bodemleven weer volledig werd hersteld.
Hooi komt van de kruidenrijke graslanden om de boerderij evenals het stro voor de potstallen. De dierenarts kon voortaan zo goed als wegblijven. Het bedrijf is circulair en financieel gezond.

Tijdens de rondleiding werd allereerst de oude potstal aangedaan. Hier lagen de koeien vorstelijk in het stro dat op het achterste gedeelte was neergelegd en iedere week weer wordt bijgewerkt/vervangen, in het voorste deel belandt de stront, die drie keer per week wordt overgebracht naar de mestopslag. Opmerkelijk, er was geen stront te ruiken.

Buiten lagen de mesthopen, Jeroen pakte een stuk en liet het ons ruiken, ook hier geen strontlucht. Iets verder lag een andere mesthoop maar dan vanuit de andere stal en anders van opbouw. Daar was de ondergrond waarop de koeien liggen opgebouwd uit houtsnippers.

Aangekomen bij deze gigantische stal was de lichtinval rondom, en het wit reflecterende witte dak opvallend. De massa houtsnippers moet wel meerdere keren per week omgezet worden. Ook hier geen geuren en mooie schone koeien.

Als klapstuk volgde een klim naar de vijf hooiopslagen en droogkelders. De lucht, verwarmd door de zon, wordt via het dubbele dak naar de dubbele vloer met roosters gevoerd en daar door de verse voorraad gemaaid gras gevoerd met als resultaat prachtige voeding voor de koeien. Boven de kelders hangt een verrijdbare kraan, iets wat Jeroen in Zwitserland had gezien en vervolgens uit Oostenrijk werd geleverd. Jeroen brengt  het maaisel met de trekker naar de hal en zijn dochter van veertien hijst het vervolgens met de grijper de kelders in. Hij moet daarbij wel op tijd aanleveren 😊

Tot slot een bezoek aan de melkstraat waar Jeroen om vijf uur s ’morgens en s ’avonds de koeien melkt, geen melkrobot meer want dan gaat de hele dag de pieper af liet hij weten.

Na een hartelijk afscheid met veel waardering voor de boer en zijn bedrijf werd de excursie vervolgd met de wandeling, een aantal nam afscheid en wandelde niet mee.

Aangekomen in Driehuizen ging de tocht via de Visweg, over het smalle bruggetje de kleiige Oudelandsweg op, waar we aan het einde allemaal een cm gegroeid waren.

Gauw de klei verwijderd en via de Kopdammerdijk naar restaurant Het Genot van Grootschermer waar een kostelijke kop soep wachtte, met keuze uit tomaten, uien of courgette.

Nadat we voldoende waren opgewarmd volgde het gedeelte over de dijk richting de molen aan de Menningweerdijk en verder richting Driehuizen terug naar de boerderij.

Volgens de deelnemers was het een zeer interessante, leerzame en bijzonder leuke dag, hoeveel waardering kun je krijgen.

Excursiewerkgroep, Herman Froklage

Foto’s: Mirjam Veeninga, Marjolein van der Tol en Herman Froklage

Ik heb genoten van de leerzame en interessante rondleiding en uitleg van Jeroen in Driehuizen.
Aansluitend de stevige wandeling door de Menningweerpolder en heerlijke kop soep in Grootschermer.
En wat hebben we het getroffen met het weer! Ik kijk terug op een geslaagde excursie.
Dank daarvoor!
Groetjes,
Mirjam 

‘Vrijwilliger in Beeld’ Meindert van der Meulen

Alweer de 5e in de serie “Vrijwilliger in beeld” en nu had ik, Peter Degeling,  de eer Meindert van de Meulen te mogen interviewen. Tot voor kort krasse Friese knar van 86 die zich al lang inzet voor de natuur en de weidevogel. Helaas is dat hoofdstuk vanwege zijn gezondheid nu afgesloten.

Zijn verhaal….

Zoon van een bakker geboren en opgegroeid midden in het Friese Dokkum. Maar, meer dan 80 jaar geleden was de weidsheid van het Friese platteland daar altijd dichtbij en daarmee dus ook de weidevogels. Zoals de oudere Friezen nog weten, zochten velen daar tot half april naar eieren en ik dus ook met mijn vader en oom. Niet om te beschermen, maar om op te eten of te verkopen. Een leuke en smakelijke bijverdienste. Het wemelde destijds nog van de weidevogels. Het was moeilijker een ‘vrij’ weiland te vinden waar nog geen zoekers liepen dan nesten met eieren, want die waren er in overvloed. De aantallen kievieten en grutto’s  kun je je nu niet meer voorstellen.


Het eerste tureluurei gevonden

Halverwege de vijftiger jaren was er in het noorden echter weinig werk en kwam ik terecht op het kantoor van de PTT (nu Post NL). Groningen was toen als echte Fries niet acceptabel, dus werd dat Amsterdam. Van daar ging ik nog jaarlijks twee weken naar Dokkum om eieren te rapen. Dat stopte toen ik na een aantal jaren verhuisde naar Purmerend waar ik nu nog steeds woon. Na 40 jaar trouwe dienst, een feestje, een speldje en een mooie speech kon ik in 1996 al vrij jong met vervroegd pensioen. Hobby’s in die tijd waren mijn aquarium en je raadt het al: Postzegels! Postzegels doe ik nog steeds en heb een grote verzameling met het thema post en postkantoren. Maar toen kwam er meer tijd vrij voor: weidevogels ! Helaas had mijn vrouw daar weinig mee dus veelal alleen en soms ook met een maatje de polders rond Kwadijk in.
Ik vind het wel fijn om alleen te lopen, urenlang in de natuur en lekker doen wat ik zelf wil.

Mijn begin was zeker wel bijzonder. Op de fiets naar Kwadijk zag ik de weilanden en kievieten en geen mensen lopen en ik dacht:  ‘wat in Friesland kan, moet hier toch ook kunnen’. Ik dus het land in en had al behoorlijk wat eieren in de pet toen er politie verscheen. Boer X had gebeld dat er iemand zonder toestemming op zijn land liep. Ik gaf eerlijk toe dat ik eieren aan het zoeken was en dat je in Friesland geen toestemming hoefde te vragen als je de boel maar netjes achterliet. Het bleef bij een waarschuwing en de eieren hoefde ik niet af te geven. Als dat wel had gemoeten had ik beslist de pet laten vallen. Die agenten zouden er echt niet met mijn eieren vandoor gaan.😉

Welk jaar precies weet ik niet meer en weidevogelbescherming stond nog in de kinderschoenen toen ik aansloot aan bij een clubje weidevogelbeschermers in de Monnickenmeer met een oud en klein clubhuis in Broek in Waterland. Heel gezellig, maar op de fiets net iets te ver. Rond Kwadijk was er (nog) niets en op een bepaald moment ben ik gewoon naar boer Bakker gegaan en gevraagd of ik op zijn land nestbescherming mocht doen. Het was voor hem ook nieuw maar vond het helemaal prima. Niet lang daarna volgden enkele boeren daar in de buurt. Dat samen maakte het een prachtig en vogelrijk weidegebied.

Bijzondere momenten? Sowieso is de natuur bijzonder prachtig maar ik heb 2 keer het eerste tureluur ei van Noord-Holland gevonden. Daar hoeft niet gelijk de fanfare voor uit te rukken, maar als actieve beschermer is het wel ontzettend leuk. Had vroeger in Friesland graag het eerste kieviet ei willen vinden, want dan komen de fanfare, burgemeester en Koning tevoorschijn. Helaas bleef ik steken op een paar derde plaatsen.

Ik heb geen computer en geen mail en doe alles nog op de oude manier wat verklaart dat je op Internet niet veel over mij vindt behalve bij wat activiteiten ten behoeve van allerlei onderzoeken. Ik verleende daar graag mijn steun aan, maar als je me vraagt of met alle rapporten en adviezen van allerlei instanties de afgelopen jaren ook iets wezenlijks gebeurt en verandert ben ik niet erg positief. Veel gepraat en veel bedacht, maar weinig die daadwerkelijk ook iets doen.

Net als velen maak ik me dan ook wel enige zorgen over de natuur in Nederland en dus weidevogels, maar ook over de toekomst van de boeren. De huidige acties zijn misschien niet de juiste, maar begrip voor hun problemen heb ik wel. Aan de andere kant zie ik met de intensieve varkenshouderij en het uiterlijk van de op het oog magere vaak moeilijk lopende melkkoeien ook dat dit niet helemaal de juiste weg is. Het oude Friese zwartbont is kleiner en geeft minder melk, maar ziet er een stuk gezonder uit.

Ik zie ook  weilanden veranderen, soms door uitbreiding van de stad, maar ook de verruiging  als niet de boer maar een pachter of organisatie beheert. Een goed weiland is niet te strak, maar zeker ook niet te ruig.

Ik ben nu 86 en heb sinds kort wat fysieke ongemakken waardoor ik het land niet meer in kan en moet stoppen met de weidevogelbescherming. Heel jammer en ik zal het missen, maar het is niet anders. Ik heb vele jaren in goede gezondheid  volop kunnen genieten van de natuur en een steentje bij kunnen dragen. Ik hoop dat in de toekomst voldoende vrijwilligers beschikbaar zijn en de boeren bereidwillig om dit werk voort te zetten.

Was getekend, Meindert van de Meulen.


Mooi plaatje van het Kwadijk waar Meindert vaak en heel graag kwam

Verslag Winterwandeltocht bij Bakkum-Noord op 4 januari 2024

De zeer onstuimige wind op 28 december zorgde voor uitstel van de winterwandeltocht naar 4 januari. Een paar buitjes houden een echte wandelaar niet tegen.

Eerst was het tijd om te genieten van een heerlijke taartpunt met koffie of thee in de gezellige serre van het Ruiterhuys. Een valwind in de openhaard blies rook de ruimte in en joeg zo de groep naar buiten. Gelukkig had iedereen het lekkers allang op en was het tijd voor de wandeltocht.

Het eerste deel van de route, dat door de polder liep, was veel te nat na alle regenval van de voorafgaande periode, en is noodgedwongen overgeslagen. De ingekorte route ging daardoor alleen door het duingebied. Het enthousiasme van de groep was er niet minder om.

Bij het vogelkijkscherm van het ‘Meertje van Vogelenzang’ waren veel vogels te zien op en rondom het water: Aalscholvers, Krakeenden, Kuifeenden, Slobeenden en nog veel meer. En in het bos zagen en hoorden we een Goudhaan, Winterkoning, Glanskop, Grote bonte specht, Boomklever en meer. Daar ontmoeten we ook twee Schotse hooglanders.  Het pad stond hier en daar onder water. Soms konden we om de grote plas heen, soms kozen we een ander paadje.

Na enkele kilometers door het bos bereikten we de ‘Wei van Brasser’ waar een mooi meertje is.
PWN heeft hier de natuur hersteld. Ooit hebben hier een paar boerderijen gestaan en werden op de akkertjes graan, aardappels en maïs verbouwd.
Nu is het een paradijsje voor watervogels. We zagen onder meer een Grote zaagbek, Tafeleenden, Futen, en zelfs een ruiter, waarvan ik denk dat het een Witgatje was. Anderen dachten aan Groenpootruiter.

Langs het meer ging de route verder. We liepen om de grote plassen heen en maakten een paar sprongetjes zodat onze voeten droog bleven. Nog wel…

Er volgde een hoger gelegen en dus droog gedeelte van de route, dat ons naar het uitzichtpunt ‘De Hoge Toren’ bracht. In Tweede Wereldoorlog heeft hier bovenop het duin een negentig meter hoge toren gestaan. Het uitzicht is ook zonder de toren prachtig, alleen de skyline van Tata Steel moet je even wegdenken. De meertjes van de Wei van Brasser en het Doornvlak liggen fraai in het duinlandschap. De andere kant op zagen we paar Exmoor pony’s grazen op een duin.

We verlieten het uitzichtpunt en ontdekten een bloeiend exemplaar van Klein kruiskruid. Verder was er weinig te beleven qua winterbloeiers, maar voor de Eindejaarsplantenjacht waren we toch een dag te laat. We vervolgden onze route richting het Doornvlak, waar net als op de Wei van Brasser vroeger akkertjes waren, en waar nu de natuur is hersteld. Er staat hier nog een monumentale boerderij.

Vanuit de vogelkijkhut heb je een mooi zicht op het Vogelwater. Vogels waren er niet te bekennen, maar een regenboog die heel mooi spiegelde op het water, maakte het beeld toch bijzonder. De route zou langs de westkant van het Doornvlak verder lopen over een heel mooi pad, maar helaas was het daar zo nat dat de terreinbeheerder het pad had afgezet. We kozen een ander pad totdat we weer op de beoogde route waren.

Het leek er droog te zijn. Maar ja, wat er voorbij de bocht is, zie pas als je er bent. Op het laatste deel van onze route maakte een aantal grote plassen van onze winterwandeltocht een waterwandeltocht! Hier was het water niet te omzeilen. In het bos naast het pad was het net zo nat. Waden was de enige optie. Er stond zelfs een Blauwe reiger aan een plas, dacht hij soms een visje te kunnen vangen?

De route was op 17 december, toen ik een controle deed, op enkele plekken een beetje drassig. Dat er zóveel water bij was gekomen, had ik niet verwacht. Gelukkig gingen alle deelnemers er sportief mee om en was de stemming uitstekend. Het scheelde dat ik van tevoren had aangeraden om waterdichte wandelschoenen te dragen. Maar niet iedereen had die. Sommigen hielden de voeten geheel droog, anderen liepen te soppen. Gelukkig was het niet koud en waren we alweer snel bij de parkeerplaats. Het was een avontuur om nooit te vergeten!

Excursiewerkgroep, Marjolein van der Tol

Foto’s: Laura Overdijk en Marjolein van der Tol

Reacties van deelnemers:

Hoi Winnie,
Hier wat foto’s voor op de site en/of de nieuwsbrief. Het was een geslaagde wandeling ondanks de natte voeten!
Ook nog de beste wensen,
Laura

Hoi Marjolein,
Dank je wel voor de foto’s en de organisatie , het was een prachtige dag.
Vriendelijke groet , Trudy Zijp

Hallo Marjolein,
Nog bedankt voor de mooie en gezellige wandeling op 4 januari.
Ook voor het feit dat we alsnog mee konden lopen.
Uiteraard maakten de plassen en natte voeten de wandeling onvergetelijk.
Desondanks of mede daardoor een mooie dag gehad.
Groet,
Adri Martens

Verslag paddenstoelenwandeling in het Noordhollands Duinreservaat, Zaterdag 7 oktober 2023

Onder grote belangstelling en bij mooi weer werd deze excursie gehouden onder leiding van IVN-gids Joop Bons.
Eerst hield hij bij de Schaapskooi (het nieuwe bezoekerscentrum bij Bergen) een inleidend praatje over het ontstaan van het duingebied.


Inleiding op het terras van Bezoekerscentrum de Schaapskooi

Joop had een dag van te voren een verkenning gedaan voor de beste plekken voor onze excursie, en had gezien dat er minder paddenstoelen waren dan een jaar eerder. Gelukkig vonden we met z’n allen tijdens de wandeling toch heel wat verschillende soorten en werd er enthousiast gefotografeerd door veel deelnemers.
Ongeveer alle kleuren van de regenboog waren te bewonderen.


Genoeg paddenstoelen om te bestuderen en te fotograferen

Het ging natuurlijk niet alleen om het mooie uiterlijk van de paddenstoelen. Onze gids wist ook veel over de bijzondere leefwijze van schimmels. Zo vertelde hij hoe schimmels in de bodem een netwerk van draden vormen, dat het mycelium wordt genoemd. Als schimmels vruchtlichamen vormen:  de paddenstoelen, dan pas zien wij ze. En ook vertelde hij hoe schimmels en planten bij de plantenwortels stoffen met elkaar uitwisselen en hoe belangrijk dat is voor de plantengroei. Deze samenwerking wordt mycorrhiza genoemd. En we kregen nog veel meer interessante informatie.

Uiteenlopende soorten paddenstoelen met soms prachtige namen kwamen wij tegen. Panteramaniet, Rodekoolzwam (officieel Amethistzwam), Roodsteelfluweelboleet, Aardappelbovist, Kopergroenbekerzwam, Braakrussula en Parelstuifzwam zijn slechts enkele voorbeelden hiervan. Onderstaande fotocollages tonen wel veel, maar nog niet eens alle soorten die we hebben gezien. En dat alles op een route van pak ‘m beet één kilometer.

De rijkdom aan soorten, kleuren en vormen wordt mooi zichtbaar als je de foto’s van de paddenstoelenwandeling bij elkaar ziet.

Op de grond, op een stukje hout, op boomstammen en op levende bladeren, overal troffen we paddenstoelen aan.

Joop kon niet alleen heel boeiend ‘zwammen’ over zwammen, hij kon ook heel goed ‘bomen’ over bomen, een specialiteit van hem. We keken bijvoorbeeld naar een boomstam met een verwonding in de bast. Een boom is in staat zo’n gat geheel te dichten. Dit gebeurt vanuit de rand en kan jaren duren, afhankelijk van de omvang. Een geoefend oog kan in de bast een voormalig gat herkennen.

Na afloop werd er onder het genot van een kopje koffie of thee gezellig nagepraat aan de picknicktafels bij de Schaapskooi. En al wist Joop dat er in de herfst van 2022 meer soorten stonden, het was ons toch reuze meegevallen wat wij allemaal hadden gezien. Zo kon iedereen na een leerzame rondleiding met een voldaan gevoel naar huis.

Excursiewerkgroep,

Wim Altman en Marjolein van der Tol

Foto’s: Laura Overdijk en Marjolein van der Tol

‘Vrijwilliger in Beeld’ Loek Londo

In deze ‘Vrijwilliger in Beeld’ iemand waar bij  zijn naam bij sommigen een lichtje zal gaan branden, ook als je hem nog nooit hebt ontmoet. Zijn naam kun je namelijk regelmatig vinden onder prachtige natuurfoto’s in o.a. publicaties van Water Land & Dijken. In dit interview vertelt Loek daar iets meer over, en uiteraard over zijn werk als vrijwilliger bij Water Land & Dijken. Voor dit interview spreken we af in de Grote Kerk in Oosthuizen waar een foto expositie plaats vindt waar Loek een aantal van zijn beste foto’s laat zien. Het ‘Perfecte plaatje’? Misschien, maar was zeker de moeite van een bezoek waard.

En nu Loek:

Op de vraag wat er eerder was, de kip of het ei en in mijn geval fotografie of weidevogelbescherming kan ik duidelijk zijn. Al op mijn 18e was ik bezig met fotografie. En aangezien ik niet meer de jongste ben, kun je wel narekenen dat dat allemaal nog in zwart/wit was, fotorolletjes en donkere kamers. Kun je je voorstellen dat dit allemaal plaats vond op een 10e etage van een flat in Purmerend waarbij de douche als donkere kamer functioneerde?  De liefde voor fotografie is gebleven maar fotorolletjes en een donkere kamer hebben plaats gemaakt voor de digitale fotografie. In 2004 maakte ik aarzelend deze overstap met een geleende camera en ging er een wereld met nieuwe mogelijkheden voor mij open. Nieuw enthousiasme!

Of ik toen al wel met natuur en natuurbeheer bezig was? Jawel, maar niet heel bewust of gericht. Ik had ook andere hobby’s zoals zeilen en het houden en kweken van cactussen. Cactussen zijn stekelig, maar uitermate boeiend hoe deze planten onder barre omstandigheden kunnen groeien en bloeien. Sommige van mijn cactussen waren tientallen jaren oud. We waren in bezit van een Etap 22, een zeilboot van 6.60 meter en maakten deel uit van een actieve groep zeilers. Toen de fabrikant stopte met organiseren van bijeenkomsten, heb ik begin jaren tachtig met een aantal zeilers de Etap club Nederland opgericht, die nog steeds actief is. Zeilen doe ik echter niet meer.

In 2011 trof ik in één van de regionale blaadjes een oproep aan van Water Land & Dijken waarin een fotograaf werd gezocht. Met een belletje naar een bestuurslid vroeg ik wat ze zochten en nodigde zij me uit om eens langs te komen. Ik had geen mooi professioneel portfolio dus heb maar een paar in mijn ogen goed gelukte foto’s meegenomen en kwamen daarmee vrij snel tot een overeenkomst. En van het een komt het ander en in 2013 werd ik ook weidevogelbeschermer en kwam terecht in een groepje ervaren vogelaars die mij de fijne kneepjes van het nesten zoeken bijbrachten.

Tegenwoordig woon ik in het hart van de polder de Zeevang en ‘loop’ ik bij de familie Mantel-Prinsze in Warder. Een prachtig landelijk gebied voor vogels èn voor fotografie. Meestal alleen, maar neem soms wel eens iemand met interesse mee om te laten zien wat ik doe, wat een prachtig gebied het is en ook een beetje voor de gezelligheid. Ook gaat mijn vrouw wel eens mee, maar omdat zij zich (te) veel zorgen maakt over de vogels die we verstoren kijkt ze meer omhoog dan naar de grond. Als je naar nesten zoekt moet je ook niet naar mooie ‘plaatjes’ zoeken en andersom. Speurend naar nesten kom ik echter regelmatig in een spagaat en valt mijn oog op een mooi plaatje. Nou ja, daar ligt  toch mij hart hè. De combinatie heeft ook voordelen.

Op de vraag op welke foto ik nou het meest trots ben, dan is dat een foto die nu op deze expositie hangt. Het is een foto van de molen de Breek onder een grote volle maan en een meeuw die in een prachtig  contour net door die maan vliegt. Een foto waar ik in de vroege ochtend voor op pad ging en waar alle factoren meewerkten zodat het een geslaagde compositie werd. En welke foto ik graag nog eens zou willen maken? Niet zozeer een specifieke foto, maar ik zou wel graag nog een keer onder leiding van een professionele fotograaf één van de Waddeneilanden Vlieland of Schiermonnikoog  bezoeken. Ik vind het ook leuk als boeren of veldwerkers mij bellen als ze iets bijzonders in de wei of veld zien. Ik kom dan graag. Of ik de natuur zie veranderen? Ja, maar niet alleen verslechteren. In de gebieden om ons heen zie ik steeds meer verschillende grassen en kruiden in de weilanden, kleurrijke randen en gezonde sloten en slootkanten. Ik heb de indruk dat steeds meer boeren de natuur ruimte geven, ook de boeren die in het verleden alleen naar productie keken. Als er gemaaid is, ruik je steeds vaker diverse heerlijke geuren en niet alleen de vettige lucht van raaigras.

Van Water Land & Dijken krijgen we naar mijn mening wel voldoende aangereikt met oa de nieuwsbrieven. Ik gebruik in het veld naar tevredenheid de app Boerenlandvogelmonitor op de smartphone. Was wel even een verandering van tastbare lijstjes op papier, maar scheelt gewoon een hoop (papier)werk.

Was getekend, Loek Londo

Verslag landschapsfietstocht in de Beemster, zaterdag 12 augustus 2023

Wat een geluk dat we een overdekt startpunt hadden voor de fietsexcursie in de Beemster! Terwijl de regen met bakken uit de hemel kwam, zaten de gearriveerde deelnemers aan de koffie of thee met koek in het knusse rustpunt van Boerderij Wennekers in Hobrede. Drie deelnemers hadden minder geluk en zaten op de fiets middenin die bui. Na aankomst werden ze indien gewenst door Els en Frank Wennekers voorzien van droge kleding, terwijl de natte kleren in de droger gingen.
Dat is nog eens service!

Droog weer was gelukkig al in aantocht, zodat de groep een half uur later dan gepland op de fiets kon stappen, nadat gids Inga Tessel binnen alvast een inleidend verhaal had verteld. De bewoners van de Beemster door de jaren heen en de nog zichtbare sporen in het landschap stonden centraal  in het verhaal van deze dag.


Oostdijk

Vanaf de Oostdijk werd Fort Benoorden Purmerend bekeken en vertelde Inga over Fort bij Kwadijk, dat in de Zeevang had moeten komen, maar nooit is gebouwd.

De vele verhaaltjes van Inga op diverse stopplekken gingen over de molens die de Beemster hebben drooggelegd, een vroeger tramspoor door de Beemster, de vele schooltjes die ooit aan de kruispunten stonden en waarvan diverse pandjes nog bestaan, en een weegbrug die behouden is en die nog echt gebruikt kan worden, op afspraak ook door recreanten.


Weegbrug bij het kruispunt Volgerweg – Jisperweg

Inga vertelde verder over de negen kaasfabriekjes die ooit in de Beemster stonden, over Korenmolen de Nachtegaal die ook te bezichtigen is,
over familiedrama’s in de Tweede Wereldoorlog, waarvan één gelukkig met een goede afloop, en nog veel meer.


Korenmolen de Nachtegaal aan de Hobrederweg

Het bleef gelukkig droog tijdens de fietstocht en uiteindelijk brak ook de zon nog door. Na de laatste stopplek in de buurt van Hobrede keerde men huiswaarts of eerst terug naar het startpunt bij Boerderij Wennekers. Het was een leuk en leerzaam uitje.

Excursiewerkgroep, Marjolein van der Tol

Zomerexcursie: zeehonden en lepelaar spotten op het wad op zaterdag 1 juli 2023

Op zaterdag 1 juli was de zomerexcursie gepland. Bij het opstaan bleek het echter geen zomerse dag te worden.
De regen, die de natuur hard nodig had, bleek die dag uit de hemel te vallen.
Gelukkig stond de bus van GroenGrijs al ruim voor de afgesproken tijd op ons te wachten bij de P+R.

Toen we na een uurtje rijden in Den Oever uitstapten was de regen gestopt en konden we droog naar het uitzichtpunt wandelen en ons vermaken in het dorp.

Om twaalf uur was iedereen aan boord van De Dageraad.

Inmiddels was het best lekker weer geworden en konden we boven op het dek genieten van de vele zeehonden en vogels.

Na drie uur heerlijk op het water gevaren te hebben, gingen we weer aan wal.

De bus stond klaar en werden we heel comfortabel weer naar Purmerend terug gereden.
Al met al een zeer geslaagde dag en was iedereen blij de regen in de ochtend getrotseerd te hebben.

Excursiewerkgroep, Ria Minne

Verslag rondleiding door Eendenkooi Van der Eng op zaterdag 17 juni 2023

Als een oase in het open grasland net buiten Uitgeest vormt Eendenkooi van der Eng een rustoord voor eenden en allerlei andere dieren.

Daarom werden de deelnemers aan de rondleiding op 17 juni in twee groepjes ontvangen, één ’s ochtends en één ’s middags en zo bleef de verstoring minimaal.

Bij stralend zomerweer werden de deelnemers opgehaald bij het verzamelpunt door gids Hans, die als vrijwilliger actief is met het in stand houden van de eendenkooi en veel kennis heeft over het heden en verleden.

De route naar de eendenkooi was al mooi: door een klein bosje, over een wiebelig vlotbruggetje – terwijl de eendenkooi fraai in beeld kwam – en langs een mooi slootje tussen kruidenrijke hooilandjes werd de poort bereikt.

Daar kwamen de eerste verhalen over het kooikersvak. Zoals over een stukje brandende turf dat mee ging om de mensengeur te verdoezelen en het pad rondom de kooiplas en vangarmen dat dagelijks vrijgehouden werd van de kleinste takjes en blaadjes om er geruisloos te kunnen lopen. Anders zouden de eenden ervandoor gaan.

Vanuit een kijkhut was de kooiplas, omringd door tientallen broedkorven, heel mooi te zien. Er zwommen zo’n veertig Wilde eenden, maar op andere dagen worden er ook wel honderd gezien.

Aan de vangarmen wordt momenteel onderhoud gepleegd, waarvoor veel nieuwe rietschermen nodig zijn. Een makhok werd bekeken, een verblijf voor eendenpullen die gefokt werden om als lokeenden te dienen.

Gelukkig worden er in deze eendenkooi tegenwoordig geen eenden meer ‘voor de bout’ gevangen. Een tijd lang werden ze nog wel gevangen om geringd te worden, maar ook dat gebeurt nu niet meer. De eenden hebben er nu een paradijsje waar ze nog dagelijks in een vangarm gevoerd worden met graankorrels. De eenden zijn er dol op en blijven daarom komen. Dit ritueel werd tijdens de rondleiding gedemonstreerd.

Na twee uur liep de eerste groep terug naar het verzamelpunt. Daar druppelden de eerste deelnemers van de middagploeg al binnen. Ook zij konden genieten van de boeiende rondleiding en de verhalen van Hans.

Excursiewerkgroep, Marjolein van der Tol

Reacties van deelnemers:

 Mooie, leerzame excursie met aardige mededeelnemers en een uitstekende gids.

Hartelijk dank voor dit aanbod. Benieuwd naar het volgende uitstapje.

Vriendelijke groet, Joke en Karel

 Eendenkooi excursie was leuk en leerzaam mede door de enthousiaste gids.

Mirjam

Verslag drone ochtend 18 april 2023

Het was een perfecte dag om te dronen: koel (5-7 graden) en bewolkt. Uitstekend weer dus om de drone uit te testen. Want we hadden de primeur: vandaag zou voor het eerst de nieuwe drone in gebruik worden genomen.  Een dag eerder zag ik nog een Loeki de Leeuw filmpje, waarbij zijn gloednieuwe drone tegen een wolk vloog en te pletter viel.

Arme Loeki… En hopelijk was het geen voorbode voor wat ons te wachten stond… Gelukkig was die vrees ongegrond.

Iets na zessen arriveerden de dronepiloten Peter en Tijmen, die niet alleen zeer professioneel, maar ook erg bevlogen bleken, waardoor de vlucht probleemloos verliep. We ontmoetten elkaar in de ochtendschemer op het erf naast de 18e-eeuwse witte stolpboerderij. Nadat we een plan hadden gemaakt reden ze met de auto door naar perceel 5A, waar vandaan de drone de lucht in zou gaan.

De zes percelen ten oosten van de vaart zouden over twee dagen bemest gaan worden. Het was dus belangrijk dat we alle nesten opspoorden. Drie dagen eerder, op zaterdag, hadden Roelf en ondergetekende anderhalf perceel uitgekamd (9B en de helft van 9A), wat behoorlijk wat tijd in beslag nam. Het zijn nl. lastig te observeren weides: kadetjesland vol hobbeltjes en bobbeltjes, slootjes met oud riet en gras dat op sommige stukken al aardig gegroeid was. Ideaal voor vogels en biodiversiteit, zeer bewerkelijk en onoverzichtelijk voor de weidevogelbeschermer. Hoera dus voor de drone, die door een van tevoren ingevoerd vluchtplan systematisch ieder hoekje afzocht.

In totaal vond de drone 6 kievitsnesten (allen met 4 eieren), inclusief de 2 nesten die zaterdag al gevonden waren. Op 5B werd 1 nest gevonden, net als op 9A. Op 9B werden de overige 4 nesten gevonden. Zaterdag hebben we hier dus 2 nesten over het hoofd gezien, wat maar weer benadrukt hoe lastig doorzoekbaar dit land is. Naast tijdsbesparing, levert de drone dus ook een stukje gemoedsrust op. Ik zeg met opzet een ‘stukje’ want ondanks de alsmaar voortschrijdende techniek blijken kleinere nesten, zoals van de graspieper, vooralsnog niet detecteerbaar.

Op het afgerasterde deel van 9A, waar we een graspiepersnest vermoedden, deden Peter en Tijmen hun stinkende best door de drone extra laag en vaak te laten overvliegen. Helaas leverde dit niets anders op dan een bozige alarmerende graspieper die om ons heen cirkelden. Tegen de vernuftige graspieper, blijkt nog geen techniek te zijn opgewassen…

Na ongeveer twee uur waren alle percelen afgezocht en werden Roelf en ondergetekende getrakteerd op uitleg over de nieuw drone, die niet alleen veel kleiner, lichter en goedkoper is dan zijn voorganger, maar ook haarscherp beeld levert waarbij zelfs individuele grassprietjes zichtbaar zijn.

De heren waren hiermee duidelijk en terecht in hun sas, en wij waren weer blij met twee enthousiaste piloten die iedere keer voor dag en dauw hun bed uitkomen om de vrijwilligers met de drone te ondersteunen. Het was kortom een vlekkeloos verlopen ochtend, ware het niet dat de auto op de terugweg vastliep in een modderig tractorspoor, en er pas na veel gesputter en onder de modder weer uit kwam.

Marjolein van Goor

PS Na afloop probeerden we de scholeksterplateaus te plaatsen. De bodem van de sloot was echter zo hard dat ondanks flinke inspanning van Roelf met grondboor en handheiblok, er geen paal in de grond kwam. Volgende week wagen we pogen twee, dan met aangescherpte punten.

Verslag excursie Fort bij Edam

Voor de rondleiding die begon om 10:00, werden de deelnemers verdeeld in twee groepjes met elk een eigen gids.

Één van de gidsen was natuurfotograaf Jan Butter, die soms urenlang op het fortterrein in zijn schuiltentje zit af te wachten wat er zoal voor zijn lens komt. Ten tijde van de excursie broedde aan de rand van de fortgracht een ijsvogel. Het vriendelijke verzoek niet te dicht bij te komen werd uiteraard door alle aanwezigen in acht genomen.

Aan het einde van de middengang in het fort kwamen we via een trap bovengronds aan de achterzijde. Bovenop hadden we een schitterend uitzicht over Polder de Zeevang.

Binnen kregen we een goede indruk van de leefomstandigheden van de circa 250 soldaten die het fort bewoonden. In een kleine slaapzaal sliepen 24 soldaten in stapelbedden die steeds twee aan twee tegen elkaar aan stonden; aan beide zijden van de zaal zes stuks. Met een tussenruimte van veertig centimeter konden de soldaten net aan hun bed in en uit.

In de keuken waren allerlei oude keukenspullen te zien en de grote kookketels waarmee het eten voor al die soldaten werd bereid. Één van de lokalen was ingericht als ziekenzaal, en in het fort was zelfs een loopgraaf gemaakt, waar je echt doorheen kon lopen.

Voor de communicatie werd morse gebruikt; veel van de apparaten die daarvoor werden gebruikt, waren tentoongesteld. We konden ook nog een kijkje nemen in een kazemat waarin de afweer zat om het fort te verdedigen.

Er was veel uitleg over de bouw en constructie van het fort en de onderlinge afstanden tussen de forten van de Stelling van Amsterdam. In tijden van oorlog kon het land onder water worden gezet om de vijand op afstand te houden. Maar tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Nederland neutraal en tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vliegtuigen gebruikt, waardoor inundatie niet meer zinvol was en zo verloren de forten hun functie. De Duitsers hebben Fort bij Edam zelfs bezet tijdens de oorlog. Na de bevrijding werden Duitse soldaten er gevangen gehouden. Daarna is het fort jaren gebruikt voor opslag van wapens en munitie.

Er zijn ooit plannen geweest om de forten af te breken, maar gelukkig is dat niet gebeurd en hebben zij uiteenlopende nieuwe bestemmingen gekregen. De forten zijn voor 1 gulden verkocht aan de gemeente waarin ze liggen, met verplichting tot onderhoud. De gehele Stelling van Amsterdam staat tegenwoordig op de lijst van UNESCO Werelderfgoed.

In Fort bij Edam worden tegenwoordig rondleidingen gegeven en ook de vrijwillige brandweer heeft er een tentoonstelling. Ook voor kinderen is het leuk een bezoek te brengen. Er is heel veel informatie en er is een mooie tentoonstelling over de flora en fauna van het fortterrein.

Na afloop van de rondleiding konden we rond 11.30 heerlijk buiten in het zonnetje van koffie of thee met een koekje genieten, want in het fort was het tamelijk fris, maar buiten was de lente losgebarsten.

Excursiewerkgroep,

Joke, Herman en Marjolein

Verslag stadswandeling Monnickendam

Zaterdag 18 februari, veel regen en wind, maar de wandeling ging door. We hadden nog te maken met corona, want zowel onze gids als een deelnemer waren positief getest. Wel had de gids snel 2 nieuwe mannen geregeld dus dat ging goed.

De groep werd opgesplitst in 2 groepen, de groep die de toren inging en de groep die dat niet deed. Ik was bij de torenbeklimming dus kan geen verslag doen van de andere groep.

De gids moest even de sleutel halen en toen de toren in. Hij vertelde dat de toren iets later dan de kerk was gebouwd, althans de toren werd tegen de onafgebouwde kerk geplaatst. Dat kon je in de kerk zien omdat de achterste rij pilaren, 2 stuks, duidelijk van een ander materiaal waren. Wat ook grappig is, is dat het orgel aan de kerkwand hangt en de bediening van het orgel vanuit de toren gebeurt.

Zoals op meerdere plekken in Nederland was het hier ook eerst Katholiek en later werd het Gereformeerd, ook te zien in de bouw.

Maar goed, wij de toren in, best even een klim en boven op waaide het flink, maar we hadden een prachtig uitzicht op Monnickendam en de omgeving. Het was wel iets bewolkt, dus het verre buitengebied was lastig te zien.

Nog even de kerk in gegaan omdat een deelnemer een voorouder had die in de kerk begraven was, maar niet kunnen vinden. Hij zal dat bij het kerkbestuur moeten opvragen. Ook werd de kerk netjes gestofzuigd.

De kerk ligt niet zoals vaak in het centrum. Omdat het allemaal nat land was, is hij op een terp gebouwd en ook het klooster, dat later is afgebroken.

Daarna hadden we nog 40 minuten om door de stad te lopen met mooie gevels en gevelstenen. Er is bij de VVV ook een wandeling langs gevelstenen te krijgen. Ook nog gelopen door de foksteeg, die deze naam kreeg door de grote gezinnen die daar woonden.  We eindigden bij de waag en de speeltoren.

Gelukkig was het tijdens de hele wandeling droog met zelfs af en toe een zonnetje.

Joke Tierie, Excursiewerkgroep

Verslag winterwandeltocht langs het Alkmaardermeer, donderdag 19 januari 2023

Rijkelijk beschenen door een aangenaam winterzonnetje wandelde op 19 januari jl. een groep vrijwilligers met een aantal introducés door de polders bij het Alkmaardermeer. Deze excursie moest op de oorspronkelijke datum 28-12-2022 worden afgelast wegens zeer slecht weer, en helaas opnieuw om dezelfde reden op 14-1-2023.

Onderweg werd naar vogels gekeken en naar bloeiende planten gespeurd. Want al was de eindejaarsplantenjacht van de Floron al afgerond, het blijft leuk in de winter wilde bloemen te zien.

De wandelroute van ruim tien kilometer was mooi en afwisselend van karakter, met drie molens, de dorpen Uitgeest en Akersloot en het gehucht Klein Dorregeest, de Castricummerpolder op de heenweg en de Hempolder en Dorregeesterpolder langs het Alkmaarder- en Uitgeestermeer op de terugweg.

Grasdijk langs het Uitgeestermeer.

Een groot deel van de route was onverhard en volgde slingerende grasdijkjes, zoals de eeuwenoude Koogdijk. In de Hempolder is een bezoek gebracht aan de vogelkijkhut. Van daaruit waren op de kleine plas geen vogels te zien, maar het hutje kon mooi dienst doen als onderdak tijdens de lunchpauze, even uit de frisse wind. Op de dijk langs de Dorregeesterpolder was het uitzicht over het meer na elke bocht weer anders. Via smalle bruggetjes stak de wandelgroep kleine, met riet omzoomde watertjes over.

Aan het Uitgeestermeer ligt een uitkijkpunt met een mooi weids zicht op het meer en de polders.

Allerlei vogelsoorten waren op het land, het water en in de lucht te horen en te zien, en al waren het niet echt zeldzame soorten, het was toch genieten van het vrolijke gefluit van een grote groep smienten, het gilletje van een waterral vanuit het riet en een grote zilverreiger die het polderlandschap sierde.

Acht wilde plantensoorten werden onderweg bloeiend aangetroffen, waaronder paarse dovenetel, speenkruid en reukeloze kamille. Daarnaast stonden in Uitgeest ook de krokussen al in bloei, en in een tuin een prachtige viburnum tjokvol met bloemtrossen.

De schoenen werden flink vies op de grasdijkjes, die door de vele regen van de voorafgaande periode hier en daar flink modderig waren. Gelukkig had iedereen daar rekening mee gehouden en volgens advies schone schoenen meegenomen voor het restaurantbezoek waarmee het uitje werd afgesloten. Gezellig napratend genoot de groep van heerlijke warme apfelstrudel en een kop koffie, chocolademelk of wat anders.

Deze route is op eigen gelegenheid te wandelen door knooppunten 51, 52, 37, 32, 89, 33, 34, 25, 95, 14, 13 en 51 te volgen (wandelnetwerknoordholland.nl). Bij knooppunt 33 moet voor de vogelkijkhut de route verlaten worden door hier rechtdoor te gaan de doodlopende weg op. Na knooppunt 25 is het uitkijkpunt te vinden door de linkertak van het pad te kiezen. De paden komen verderop weer bij elkaar uit. In het weidevogelbroedseizoen is deze wandeling ook zeer de moeite waard.

Excursiewerkgroep, Marjolein van der Tol

Vrijwilliger in beeld” – Wouter van der Vegt

Dit is de derde keer dat ik scherp stel op één van de vele vrijwilligers binnen Water Land en Dijken. De eerste twee waren Herman en Sjirk, beiden gepensioneerd en een lange staat van dienst in natuurbeheer. Ditmaal richt ik de lens op een ‘jonkie’, namelijk Wouter van der Vegt. Wouter is afgestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam met een fascinatie voor, let nu even goed op : ‘Biotic interactions and adaptations to abiotic stress’! Wat dat is, vertelt Wouter verderop in dit interview.

Wouter is pas een paar jaar één van onze vrijwilligers.  De fysieke cursus nog net voor de Corona uitbraak gevolgd, maar daarna toch een andere start dan de meesten van ons met alle regeltjes en beperkingen. Hoewel nog wat “vers” in de weidevogelbescherming was er met een jonge en frisse blik toch voldoende gespreksstof. Zijn verhaal:

Geboren in de Beemster polder maar in mijn jeugdperiode niet echt bewust bezig met natuur en milieu. Naast waar de jeugd zich normaal mee bezighoudt, speelde ik wat muziek (o.a. trompet) in de plaatselijke fanfare tot de orthodontist met een beugel daar een einde aan maakte. Daarnaast speelde ik niet onverdienstelijk in de jeugd darts-competitie. Geen niveau Michael van Gerwen, maar goed genoeg om uitgenodigd te worden voor de ‘Champions League of darts’. En omdat ik die dag de pijltjes erg vaak kreeg waar ik ze hebben wilde, verraste ik iedereen en zeker ook mijzelf met een prachtige derde plaats. Maar net als met de muziek, het is een beetje weggezakt.

Pas op de middelbare school ontstond er bij mij meer belangstelling voor biologie en na afronding van het VWO vertrok ik naar de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU) voor de studie Biologie. Na de algemene studie specialiseerde ik in ‘Ecologie & Evolutie’ en met name hoe dieren interacties met elkaar aangaan. Hoe reageren ze op een soortgenoot en hoe op een prooi of predator. Maar ook hoe ze het omgaan met de veranderende omgeving waarin ze zich bevinden. Vandaar die ‘Biotic interactions…enzovoort’.

Ik heb nu de VU als werkgever en doe onderzoek naar de biodiversiteit van bodemdieren in de stad om zo bloot te leggen wat een enorme biodiversiteit de stad herbergt en dat ook aan ieder te laten zien.

Hoewel ik voor mijn onderzoek ook veldwerk doe, is de grootste aantrekkingskracht van het werk voor weidevogelbescherming toch wel het lekker zinvol buiten zijn in de natuur met andere vrijwilligers met dezelfde interesses. Zaterdagochtend is dan een prima start van het weekeinde. Daarbij komt ook dat ik na alle theorie  van de afgelopen jaren het ook erg prettig vind om de natuur in levende lijve mee te maken. De weidevogels staan dan wel op nummer 1, maar zeker ook door mijn studie en werk kijk ik dan toch ook met veel meer interesse dan de anderen naar de wat kleinere schepsels zoals insecten.

Biologie en natuur in zowel werk- als vrije tijd wordt gelukkig ook afgewisseld met de broodnodige andere zaken. Ik ben als vrijwilliger bij het buurthuis Zuidoostbeemster betrokken en dan ben ik met verschillende mensen met heel andere dingen bezig. Ook dat is heel fijn om te doen. Eén voorbeeld daarvan, en dat is dan een mooie combinatie met een andere ‘hobby’, is dat ik elke maand een dart avond organiseer, waarbij iedereen van elk niveau welkom is. Ontspannen en gezellig.

Of ik met andere ogen naar weidevogelbescherming kijk dan de oudere ervaren vrijwilligers? Ik heb nog niet veel veldervaring, maar ik zie dat we in ieder geval in mijn groepje weinig technologie gebruiken. Ik snap dat ik met internet, social media en apps ben opgegroeid in een andere tijd dan de meeste vrijwilligers, maar omdat er bij WLD een app beschikbaar is en een drone verbaas ik me dat we nog met papier en potlood werken. WLD heeft wel een website en een Facebook pagina, ik weet niet of die bekendheid hebben. Om meer jongere vrijwilligers te bereiken zou het mooi zijn als je mee kunt liften met een ‘influencer’ of ‘vlogger’ zoals Camilla Dreef, bekend van oa BinnensteBuiten en Youtube.

Net als velen maak ik me ook wel enige zorgen over de natuur in Nederland en dus ook over weidevogels die ondanks allerlei programma’s in aantal blijven afnemen. De druk van agrarische en niet-agrarische bedrijven en de groei van de bevolking (en dus bebouwing) op de toch al schaarse natuur is groot. Daarentegen zie je ook de overlevingskracht van de natuur die in staat is om ook  op moeilijke plaatsen zoals in steden toch in staat is zich aan te passen en te overleven.  Met mijn werk en vrijwilligerswerk hoop ik actief iets bij te dragen aan een gezonde natuur.

Wouter van der Vegt

Note Peter Degeling :    nu zijn drie mannen in de schijnwerper gezet.
Volgende keer zal dat zeer zeker een vrijwilligster zijn! 😉

Vrijwilliger in beeld – Sjirk de Boer

Zoals beloofd stellen we eenmaal per kwartaal het beeld scherp op één van de vele vrijwilligers. Ditmaal richten we de lens op Sjirk de Boer. Niet omdat zo’n naam bij mij direct een beeld oproept van frisse (of Friese) groene weides en een mooie veestapel, maar vooral omdat hij zich al ongelooflijk lang inzet voor de natuur en met name de weidevogel. Toen ik Sjirk belde voor een interview zei hij dat hij echt niet zoveel bijzonders te vertellen had. Nou, dat viel wel mee. Ik had een groothoeklens nodig om alles in beeld te krijgen 😉. Dit is in beknopte vorm zijn verhaal:

Geboren op het Friese platteland tussen weide, bos en water was ik zoals alle jeugd in die regio al zeer jong bezig met het zoeken van kievitsnesten. Niet om deze te beschermen, maar een kievit ei leverde al snel een gulden tot zelfs 3 ½ gulden per stuk op en dus een populaire bijverdienste.

De jaren zeventig, een heel andere tijd.  Natuurverenigingen en beschermers bestonden nog niet. Toch was er al wel enig natuurbewustzijn en bestond er een regel dat na 18 april niet meer geraapt mocht worden. Hoewel zeker niet bewust bezig met bescherming, ontstond in die tijd wel de liefde voor het platteland en de natuur.

Voor mijn werk verhuisd naar Amsterdam! Klinkt erg stads, maar Nieuwendam lag dicht tegen Waterland Oost aan en de natuur op de grens van stad en land was overweldigend en divers met weidevogels, roofvogels, fazanten en allerlei andere dieren. Ook daar ging ik eieren zoeken, niet alleen om te eten, maar begon deze ook te beschermen. Dat dat rapen niet mocht wist ik en dat wist de lokale ‘boswachter’ ook! Een boete van 25 gulden voor een milieudelict. Of die straf nou echt de aanleiding was voor mijn ruim 35 jaar weidevogelbescherming denk ik eerlijk gezegd niet.

Kort na de oprichting, midden jaren tachtig, werd ik na een oproep voor vrijwilligers lid van de natuurvereniging Waterland, een voorganger van Water Land en Dijken en actief rond Zuiderwoude onder leiding van Frans Parmentier, een autoriteit op gebied van weidevogelbescherming. Vanaf die tijd heb ik er met veel plezier veel tijd in gestopt. Ik ben toch wel een beetje een einzelgänger en nam een groot gebied voor mijn rekening. Daarnaast een volledige baan en dus was ik in het seizoen wel erg weinig thuis. Gelukkig had mijn vrouw Fokje hier geen probleem mee. Terugkijkende zal ik in die tijd best de nodige nesten ‘gemist’ hebben die ik nu bijna zeker gevonden zou hebben en ik realiseer me dat ervaring in het veld echt waardevol is.

Twintig jaar geleden verhuisd naar Purmerend en later ook mijn zoekgebied verlegd naar het gebied rond Purmerland. Met meer tijd en net zoveel enthousiasme.

Vijfendertig jaar klinkt lang en dat is natuurlijk ook zo maar als je iets leuk vindt, vliegt de tijd. Je doet het niet voor geld of om complimentjes te krijgen of om aan de grote klok te hangen wat je allemaal doet. Toch zijn er wel wat feitjes die me trots maken. Ik maakte al jaren foto’s met een camera die elke tien seconden een foto maakte. De voorloper van de wildcamera. Als ik dan in het jaarverslag één van mijn foto’s zie vind ik dat mooi. Ook dat ik een jaar het eerste Tureluur ei vond is prachtig. Niet zo veel aandacht als het eerste kievitsei, maar toch. En dan dit jaar waar ik op het gemeentehuis van Purmerend verrast werd met een ‘Het heeft Zijne Majesteit de Koning behaagd…..!’ en een Koninklijke onderscheiding kreeg voor mijn inzet voor natuurbescherming. Ik ben nu dus Lid in de Orde van Oranje Nassau! Dat is natuurlijk wel een heel grote klop op de schouder.

Hoewel ik nog steeds de nodige uren besteed aan de bescherming van onze weidevogels beperkt mijn gezondheid wel iets. Gelukkig heb ik een fantastische boer ( Jacob Willig ) waar ik actief ben en mag ik gebruik maken van zijn quad. Geweldig, ook om te merken dat vogels veel minder schrikken van iets op vier wielen dan iets op twee benen en het zoeken alleen maar makkelijker gaat. Ik hoop dit nog lang te kunnen doen want lekker in je eentje of met een maatje het veld in midden in de natuur het geeft mij zoveel genoegdoening.

Ik maak me geen echt grote zorgen over de natuur en vooral weidevogels, maar bescherming tegen de vos en andere predatoren en goed beheer is en blijft wel hard nodig. Los van alle serieuze problemen ben ik er van overtuigd dat de boerenbedrijven, samen met de natuurverenigingen en -organisaties in staat zijn die kwetsbare natuur in stand te houden zodat we daar nog lang van kunnen genieten.

Peter Degeling – Vrijwilliger

Vrijwilliger in beeld: Herman Froklage

De vrijwilligersraad wil graag elk kwartaal één van onze vele vrijwilligers in het zonnetje zetten. Niet de beste of de snelste, maar iemand die iets bijzonders doet, heeft meegemaakt tijdens het vrijwilligerswerk of iets interessants kan vertellen. Alle vrijwilligers mogen zichzelf aanbieden, maar zeker ook als je een andere vrijwilliger met een mooi verhaal of goede ideeën kent, laat het weten.

We starten deze eerste keer met Herman Froklage. Het feit dat hij onlangs is aangesloten bij de Vrijwilligersraad leek ons een goede reden om met een ‘interview’ eens wat meer te weten te komen over Herman.

Ik ben Herman Froklage en ik woon in het mooie de Rijp en natuurliefhebber van nature 😉. Al in 1992 heb ik mijn cursus natuurgids bij het IVN afgerond en daarna jaren rondleidingen in het Ilperveld gegeven. Er is een periode geweest dat de activeiten op een wat laag pitje stond, maar de liefde voor natuur is altijd  gebleven.

Na mijn pensionering in 2014 was ik op zoek naar invulling met een zinnige bezigheid en kwam ik weer bij de natuur uit.

Eén van deze activiteiten werd het monitoren van weidevogels en zoeken van nesten, waarmee ik in 2018 bij Water Land en Dijken gestart ben.

Wel eerst nog een opleiding gevolgd bij Landschap Noord-Holland, want ja, weten is meten nietwaar? En als aanvulling op mijn kennis als natuurgids ook zeer welkom. Verder doe ik nog wat ‘losse’ activiteiten zoals aanleg van schelpeneilandjes.

Dit jaar ben ik begonnen met het tellen van boerenzwaluwen bij WLD, ook weer een erg leuke bezigheid  en sinds kort dus ook lid van de vrijwilligersraad van Water Land en Dijken.

Buiten mijn activiteiten voor Water Land en Dijken heb ik voor de corona periode met een klein groepje voor Landschap Noord-Holland een aantal malen een oevermonitoring gedaan  langs de Knollendammervaart. Ook een prachtige bezigheid in de natuur.

En dan ben ik als vrij nieuwe inwoner van De Rijp (ik woon er inmiddels vier jaar) ook nog vrijwilliger bij museum Het Houten Huis, bij de VVV De Rijp en bij de Zonnebloem Graft- De Rijp.

Verder start binnenkort de voorbereiding voor het Midwinterfeest 2022 op 9, 10 en 11 december waar ik ook mijn medewerking aan toegezegd heb. Het is zeer de moeite waard dit feest te komen bezoeken, dus wees welkom. Al met al een hele lijst en je kunt nagaan dat ik me niet verveel.

Bij mijn vrijwilligerswerk voor Water Land en Dijken doe ik ook veel mooie ervaringen op, maar mijn ervaringen in de natuur rond Mecklenburg zal ik nooit vergeten. Vijf zeearenden tegelijk in de lucht en de onvergetelijke vlucht van honderden kraanvogels,  iedere avond op onze favoriete camping in Klockow in de Muritz, Mecklenburg. Prachtig om te zien en te beleven.

Blij in de natuur en bij mijn vrijwilligerswerk word ik van het geluid van de eerste grutto en tureluur. Daarmee begint voor mij de lente. De samenwerking en gezelligheid daarbij met de andere vrijwilligers maakt me vrolijk.

En ik geniet enorm van de momenten dat ik met mijn kleinkinderen allerlei natuuractiviteiten doe.

Natuurbescherming is en blijft voor mij zeer belangrijk, de transitie voor klimaat en duurzaamheid die nodig is om het leven op deze aardbol aangenaam te houden, is essentieel. We werken allemaal met verschillende uitgangspunten en aanpak met alle natuur- en milieu beschermingsorganisaties gezamenlijk naar dit doel toe.

De overheid is hierbij naar mijn mening duidelijk aan zet om de juiste richting, wetgeving en middelen aan te reiken voor de uitvoering van de ‘Green Deal’, structuur is hard nodig.

Water Land en Dijken is voor mij een belangrijke speler bij de realisering van de omslag die hiervoor gevraagd wordt in het overleg met overheden en de leden. Als lid van de vrijwilligersraad lijkt het me goed ook van het bestuur van WLD en de boeren te horen hoe zij tegen deze transitie aankijken en wat de vrijwilligersraad hierin kan betekenen.

Aan alle (potentiële) vrijwilligers zou ik willen meegeven, geniet van je werkzaamheden als vrijwilliger en weet dat je werk belangrijk is voor een betere en mooiere wereld.

En tenslotte :

Wij hebben op dit moment nog plekken beschikbaar in de vrijwilligersraad die ingevuld moeten worden. Kom als je interesse hebt vrijblijvend eens een keer kijken hoe het daar toe gaat.

Groet, Herman

Verslag wandelexcursie damhertenbronst in de Amsterdamse Waterleidingduinen, 14 oktober 2022

In oktober is het de bronsttijd van de damherten en dat is een mooie gelegenheid voor een spannende herfstnatuurbeleving in de Amsterdamse Waterleidingduinen, waar een grote populatie damherten leeft. Op 14 oktober 2022 vond daarom rond de avondschemering een excursie plaats onder leiding van boswachters Martin en Mark van terreinbeheerder Waternet. Overdag was er wat regen gevallen, maar tijdens de excursie was het prima weer.

Vanaf ingang Oranjekom/Oase wandelde de groep om 17:00 het gebied in. Eerst werden enkele elementen bekeken die met de drinkwatervoorziening te maken hebben, zoals de Oranjekom en de waterinlaat. Daarna voerde de wandelroute dieper het mooie duingebied in en lieten de eerste damherten zich horen. Onderweg waren er mooie paddenstoelen te zien, zoals groepjes zeer grote parasolzwammen. Gaandeweg lieten de eerste damherten zich ook zien. De volgroeide herten (mannetjes) zijn veel groter en imposanter dan de hinden.

Tijdens de bronst maken de herten een geluid dat lijkt op boeren en snurken. Dit wordt ook wel ‘knurren’ genoemd. Smakelijk klinkt het niet voor mensenoren, vermakelijk is het wel! Naar mate de bronsttijd vordert, kunnen de herten er schor van worden doordat hun adamsappel geïrriteerd raakt. Hinden die klaar zijn voor de paring, antwoorden met een heel ander geluid: het klinkt als een lief miauwtje. Tijdens de excursie lieten zij dit helaas nog niet horen. Iets later in oktober is daar meer kans op. In juni worden de kalfjes geboren.

Op een bij de boswachters bekende bronstplaats diep in het bos waren veel herten te zien die zich uitsloofden in hun bronstkuilen. De opwinding was af en toe goed te zien aan hun driftig ‘kwispelende’ jonge heer. Herten urineren in hun bronstkuil en gaan er vervolgens in liggen om de geur in hun vacht op te nemen en zo onweerstaanbaar te zijn voor de hinden. Loop je bij zo’n kuil, dan is de kenmerkende geur goed te ruiken.

Tot vechtpartijen is het tijdens de excursie niet echt gekomen. Damherten vechten ook veel minder dan edelherten en zullen elkaar vrijwel nooit doden. Toch kunnen er felle gevechten plaatsvinden en worden regelmatig herten gezien die daardoor mank lopen, zo ook tijdens de excursie. Sporen van gevechten kunnen ook aangetroffen worden, bijvoorbeeld op een zandpad, waar hoefafdrukken en door de geweien kriskras getrokken strepen te zien zijn.

Damherten zijn in de bronsttijd goed te bekijken vanaf geringe afstand. Ze zijn zo op elkaar geconcentreerd, dat de aanwezigheid van mensen hen niet deert. Op de bronstplaats genoten de excursiedeelnemers een tijd lang van het schouwspel. Er werd naar hartenlust gefotografeerd, door sommigen met joekels van lenzen. Geleidelijk viel de avond en werd het de hoogste tijd om terug te keren, want de route was nog enkele kilometers tot het beginpunt. Ruim na zonsondergang sloten we voldaan de excursie af.

Vrijwilliger Laura Overdijk:

“Naast de damherten waren er ook ontzettend veel paddenstoelen te zien. En voor mij en de rest ook een nieuw fenomeen: boomschuim. Zeepstoffen die in een boom zitten en in aanraking komen met zuurstof en water. Groetjes, Laura”


Zelf de damhertenbronst beleven in de Amsterdamse Waterleidingduinen? Echt een aanrader!

Het duurt nog even totdat het weer zover is: in de tweede helft van oktober, net na zonsopkomst of in de uren tot aan zonsondergang zijn de beste momenten voor deze natuurbeleving in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Overal kom je dan bronstige damherten tegen, bijvoorbeeld tijdens een wandeling van ingang De Zilk naar ingang Panneland of ingang Oranjekom/Oase. De bronstplaats van de excursie ligt vanaf laatstgenoemde ingang een klein stukje voorbij het Vliegermonument. In Nationaal Park Zuid-Kennemerland leven ook damherten, maar daar is de trefkans wat kleiner, doordat ze er in lagere aantallen voorkomen.

Beide gebieden zijn opengesteld tussen zonsopkomst en zonsondergang. Voor de Amsterdamse Waterleidingduinen is een toegangskaart nodig.

Excursiewerkgroep, Marjolein van der Tol

Fotografie: Laura Overdijk en Marieke Schous

Oproep voor een ‘razende reporter’

In de vrijwilligersnieuwsbrief van 27 oktober 2022  treffen jullie, na het vorige interview met Herman Froklage, een interview aan met één van onze andere zeer ervaren vrijwilligers Sjirk de Boer. Ik hoop dat jullie het een leuke invulling van de nieuwsbrief vinden om een paar keer per jaar iets meer te weten te komen van één van de meer dan 400 vrijwilligers binnen Water Land en Dijken.

Ik had hier totaal geen ervaring mee en zelf vind ik het wel boeiend en een leuke activiteit. Toch wil ik een oproep aan jullie doen. Is er binnen de grote groep vrijwilligers iemand die uit een ander of vorig leven ervaring heeft met interviews en het daarna in een leuk artikel te delen met de mede vrijwilligers? Die ervaring mag, maar hoeft niet persé professioneel te zijn. Ervaring met een clubblad, een schoolkrant (voor velen al enige tijd geleden😊) of iets anders is ook voldoende. Belangrijkste is dat je het leuk vindt om te doen en er vier keer per jaar een paar uurtjes tijd in wilt stoppen. Je kunt daarbij al je creativiteit kwijt, want (bijna) alles wat jij wilt is mogelijk.

Heb je interesse, of wil je graag iets meer weten, geef dan je mailadres of telefoonnummer door aan het secretariaat, dan neem ik contact met je op. (secretariaat@waterlandendijken.nl)

Met vriendelijk groet,

Peter Degeling – vrijwilliger

Dag Allen, die deze excursie mogelijk hebben gemaakt.

Joke Tierie ontving ons tegenover het Raadhuis op de Kleine Dam in de Rijp.

Er zou regen komen, maar die hebben we gelukkig niet gezien.

Na afloop was iedereen het erover eens: ”Dit was (weer) een geslaagde excursie.”

We hebben zelfs Museum in ’t Houten Huis bezocht en daar koffie of thee gedronken met koek erbij. Dat maakte de wandeling compleet.

Ank Rossenaar begeleidde ons door allerlei smalle steegjes en straatjes, waar je normaal niet zo komt. Je neemt de doorgaande wegen zoals de Rechtestraat en de straatjes daarachter bekijk je niet. Dat hebben we nu wel gedaan en met groot succes. We hebben de buitenkanten van verschillende weeshuizen bekeken. Die wezen waren er natuurlijk veel, met al die vaders en broers in de grote vaart. Verder waren er veel kleine huisjes te bewonderen onder andere langs het Langebrugspad, de Gevallen Vrouwensteeg, waar het moeilijk lopen was en de Keizerbuurt. Alle huisjes en gebouwen  goed in de verf tegenwoordig. Met Ank hebben we de ene kant van het dorp bekeken en met Herman Froklage het andere deel en het museum.

Hier en daar vertelde Trudy, ook vrijwilliger,  ook het één en ander. Zij is in De Rijp geboren en heeft daar de kleuter- en lagere school bezocht en ging met haar moeder naar het consultatiebureau.

We kregen ook de uitleg van woorden als: de makelaar, die de twee voorste delen van een huis verbond, waar de uitdrukking likkebaarden vandaan komt, en het woord goedejaarseindehuisje: Als je financieel een goed jaar had gedraaid, had je daarna voldoende geld om een stukje aan je woning te bouwen.

Omdat het Open monumentendag was konden we ook nog even de kerk bezoeken.

Al met al. Ik vond het een geslaagde excursie en ben zeker van plan om nog eens terug te komen om weer van alle moois te genieten.

Bedankt ALLEN, die deze excursie hebben mogelijk gemaakt.

Pia Mentz, vrijwilliger

Raadhuis De Rijp

De beroemdste inwoner van de Rijp was Jan Adriaanszoon Leeghwater, deze timmermanszoon bouwde het schitterende raadhuis van De Rijp, een voorbeeld van de Hollandse renaissancestijl.

Van het alleroudste dorpsgezicht is weinig over, want het dorp is in de 17e eeuw 3x getroffen door brand, toch is er genoeg geschiedenis over voor een mooie wandeling.

Onze gids Ank Rossenaar wist ons veel te vertellen over de Ebenist (houtbewerker) en de makelaar, een gedeelte dat de bovenkant van een houten huis afmaakt. Vaak verfraaid met een afbeelding van het bedrijf dat in het gebouw huisde.

Ook hebben we de goedejaarseindehuisjes, een uitbouw als er een goed jaar was geweest qua inkomen, gezien.

Ook de weeshuisjes en alle mooie steegjes, zelfs de Gevallen Vrouwensteeg, geweldig.

Ook is er nog een beroemde inwoner en wel Jan Janszn. Weltevree. Hij monsterde aan in 1626 op de Hollandia die via Batavia naar Japan ging, maar door slecht weer terecht kwam op het eiland Chesu ten zuiden van Korea. Normaal werden de vreemdelingen niet gedood maar mochten het land ook niet meer verlaten.

Jan kreeg een nieuwe Koreaanse naam: Pak Yon, en verbleef de rest van zijn leven aan het hof van de koning. Jan werd geroemd om zijn intelligentie en verstandige kijk op allerlei dingen.

Een mooi beeld van Weltevree staat bij de kerk

Joke Tierie, excursiebegeleidster

Verslag fietsexcursie Castricum en omgeving, zaterdag 20 augustus jl.

Onze twee gidsen Hans en Gerard waren prima op tijd, en na het bekijken van een korte film in het Huis van Hilde over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse landschap en in het bijzonder het Oer-IJ-gebied, stapten we op de fiets. We hadden geluk met een heerlijk zomers maar niet te warm weertje.

Het aantal fietskilometers viel erg mee maar de info was pittig, wat kregen we veel te verwerken over strand- en oeverwallen, dijkjes en kadetjesland (percelen met bolvormig land tussen de greppeltjes), kerkjes en uiteraard over het oude stroomgebied van het Oer-IJ, de meest noordelijke zijtak van de Rijn die hier was aan het begin van de jaartelling, in de driehoek Zaanstad, Velsen en Alkmaar, en die uitmondde in zee bij Castricum. Een zichtbaar restant is de Schulpvaart, waar we een mooi zicht op hadden vanaf een bruggetje tussen Castricum en Limmen.

Ieder die interesse heeft kan kijken op de website van Stichting Oer-IJ: oerij.eu

Ook een bezoek aan het Huis van Hilde is een aanrader.

Nogmaals dank aan onze uitstekende gidsen voor deze geslaagde excursie!

Excursiewerkgroep, Joke Tierie

Zomerexcursie 2022: Bustrip naar het Naardermeer op zaterdag 16 juli 2022

Verslag van een vrijwilliger.

Natuurgebied Het Naardermeer, het oudste natuurmonument van Nederland, was op zaterdag 16 juli j.l. het decor van de zomerexcursie voor vrijwilligers. De bus van vereniging Groengrijs bracht de deelnemers vanuit Purmerend naar de bestemming. De ene helft van de groep had ’s ochtends een vaartocht op het Naardermeer en wandelde ’s middags door de bosrijke natuur naar Meermolen de Onrust voor een rondleiding met de molenaar. De andere helft beleefde de dag andersom. Aan het eind van de middag werden de deelnemers weer opgehaald en terug naar Purmerend gereden.

De excursiewerkgroep van Water, Land & Dijken ontving van vrijwilliger Pia Mentz een heel leuk en enthousiast verslag van deze excursie, dat u hieronder kunt lezen. Pia, hartelijk dank hiervoor!

Dag Mensen Van De Uitjes,

Zeg in het geval van het Uitje Naardermeer maar gerust Uit Naardermeer. Wat een uitgelezen dag wat het weer betreft. Ook de plaatsen die we bezocht hebben. Mijn introducé had Corona. Daarom ging mijn kleindochter Jona van 7 jaar mee. Wat hebben we genoten en daarna geslapen.

De dag begon met een rit in een bus, waarin je alle weilanden en andere zaken goed kon bekijken. We keken onze ogen uit bij het zien van een aantal vogels en hazen. De buschauffeur deed zijn werk uitstekend en Wim controleerde of ieder van de groep wel aanwezig was. Joke deed dat voor de eerste vaargroep.

Na die busrit kwamen we aan bij de Meermolen De Onrust bij het Naardermeer. Daar vertelde de molenaar ons van alles over het werk, de geschiedenis en de waterverplaatsing van de molen.
Op een gegeven moment moest de vang gelicht worden en daarvoor werd de jongste nestzoeker uitgenodigd. Jona had er niet zo’n zin in, maar met mij erbij lukte het prima. Wij trokken aan een touw en de molen kon nu zijn werk doen, er stond een aardig windje.

Alles in de molen mocht bewonderd worden. We mochten zelfs tot boven in de molen, waar in het verleden een molenaar met zijn tien kinderen gewoond heeft.

Na deze bezienswaardigheid gingen we de wandeling van 5 km. maken naar Erf Stadzigt. Een aantal mensen vroeg Jona of dat niet te ver was op haar sandalen. Nee hoor, zij had daarop ook de avondvierdaagse van 5 km. gelopen dus… Henk stond ons terzijde met de route op zijn telefoon in de hand.
Jona en ik liepen helemaal vooraan. Wij hadden het idee, dat we daar helemaal alleen liepen. We kwamen prachtige bomen tegen. Er was er zelfs één bij, waaronder de grazers schuilden voor het zonnetje.

Halverwege kwamen we een klein huisje naast een groot huis tegen. Daar konden we koffie, thee, koek en ijs kopen voor €1. Twee oudere gezusters runden deze toko. Ze vonden het gezellig mensen te ontmoeten en een praatje te maken. Voor een gezelschap van meer dan tien personen was er geen koffie genoeg. Één van de zussen ging dan ook vlug met haar rollator nieuwe, verse koffie zetten. Jona kocht, na enig aandringen, een ijsje en Henk en Mieke namen er daarna ook één. Daar gingen we weer op weg. Nog 2 km. Bij Stadzigt konden we ons meegebrachte broodje en het komkommertje opeten.

Van daaruit gingen we met de boot het Naardermeer op. Het was zó warm en het zonnetje prikte zo erg, dat we onze vesten als bescherming gebruikten. De wind viel ook weg, doordat we veel aan twee kanten door het hoge riet voeren. De schipper droeg een groot aantal gedichtjes voor. Leuk om te horen. Hij gaat er zelfs binnenkort een boekje van uitgeven. Ook een aantal rijmpjes van Toon Hermans droeg hij voor.
We gingen uit de boot en liepen op het trilveen en over vlonders. Jona werd gewaarschuwd, dat ze goed op de planken moest lopen. Ze keek verbaasd op: zij is dat lopen op vlonders al jaren gewend in Zweden.

We zagen ook een eendenkooi. Daar zwommen een aantal mooie eendjes. Ook hoorden we het verhaal, hoe de overvliegende eenden met grote hoeveelheden werden gevangen genomen met behulp van lokeenden en kwispelende kleine hondjes.
Daar, op het open water van het Naardermeer zagen we ze eindelijk. Daar waren we als eerste voor gekomen: vier of vijf keer zagen we een purperreiger overvliegen! Onze dag kon helemaal niet meer stuk, toen we van heel nabij een fuut met drie jongen op haar rug zagen. Die hadden we meerdere keren op de Beemsterringvaart gezien, maar deze waren wel héél dichtbij.

Na dit bootreisje gingen we nog even zitten en zagen daar heel veel mussen op de picknickplaats. Dit waren toch vogels, die Jona niet vaak ziet. Wel wilde eenden en krakeenden. De bergeenden broedden onder hun planken vloer. Nijlganzen, kauwen, eksters en kippen lopen over het terrein. Soms een zilverreiger. Ook koolmeesjes, maar mussen, nee.

Jona en ik hebben een héérlijke dag uit gehad. Wij danken een ieder die deze dag heeft mogelijk gemaakt. We zullen er nog lang over napraten en hopen dat Jona over een aantal jaren in het voorjaar nog weidevogels zal kunnen tellen en daarna de weideoeverplanten zal gaan monitoren, want van planten weet ze ook het nodige. Zwanenbloem en gele lis staan bij haar in de voortuin.

Pia Mentz, 16 juli 2022, rondje Naardermeer.

Verslag rondleiding in natuurgebied Het Zwanenwater, zaterdag 25 juni 2022

Één van de mooiste natuurparels van onze provincie is zonder twijfel het Zwanenwater bij Callantsoog. Met z’n dertigen bracht een groep vrijwilligers en introducés op zaterdag 25 juni j.l. een bezoek aan dit prachtige natuurgebied voor een rondwandeling met een boswachter van terreinbeheerder Natuurmonumenten. Het was aangenaam lenteachtig weer.

De route ging voor deze gelegenheid vooral over smalle, slingerende, onverharde paadjes die voor publiek niet toegankelijk zijn. Er was veel te zien, zoals een stuifkuil en een bos met opvallend gevormde dennen. Deze dennen waren lang geleden van de dood gered met de verwijdering van zieke delen en dat had tot rare vervormingen geleid.

Een plek die vrijgemaakt is voor de ontwikkeling van rietland, maar die nu nog kaal is, is ontdekt door enkele kievitparen die er jongen wisten groot te brengen.

De prachtige soortenrijke hooilandjes in de vochtige en natte valleien stonden uitbundig in bloei. Van dichtbij waren mooie soorten te bewonderen, zoals Welriekende nachtorchis, Moeraskartelblad, Veenpluis, Stijve ogentroost en Tormentil.

Langs het pad in het moerasbos stonden o.a. de statige Moerasmelkdistel en de charmante Wateraardbei. Soorten als Muizenoor, Zandblauwtje, Hazenpootje en Duizendguldenkruid sierden de droge zandige delen.

In het vochtige bos langs het Eerste Water liep het paadje achter een broedkolonie aalscholvers langs; dat was goed te horen en te ruiken. Jarenlang broedden lepelaars met honderden paren in het Zwanenwater, maar sinds de aalscholvers dit gebied ook als broedplaats ontdekten, zijn ze vrijwel weggeconcurreerd. Tegenwoordig broeden er nog maar enkele lepelaarpaartjes.

Heel boeiend was het om harkwespen van dichtbij te zien graven in een zandbult.

In een poeltje verderop leeft de enige populatie knoflookpadden van West-Nederland. Hoe ze daar ooit terechtkwamen is niet bekend, maar moet wel het gevolg zijn van menselijk handelen.

Terug bij de ingang vond de afsluiting van de rondleiding wat later dan gepland plaats. De gids had ook zoveel te vertellen en wat viel er veel interessants te zien!

Excursiewerkgroep, Marjolein van der Tol

Verslag excursie schaapherder Marijke Dirkson zaterdag 7 mei 2022

Werken voor de natuur, met dieren, en mensen erbij betrekken. Dat is kort samengevat de passie en de doelstelling van schaapherder Marijke Dirkson.

Op zaterdag 7 mei j.l. bezocht een groep vrijwilligers van Water, Land & Dijken en enkele belangstellende introducés haar bedrijf, dat sinds twee jaar gevestigd is op een boerderij in Burgerbrug. De bedrijfsnaam Landschapsbeheer Rinnegom is behouden en herinnert aan de buurtschap bij Egmond-Binnen waar het allemaal begon in 2010.

Nadat we rond 10:00 hartelijk ontvangen werden met koffie of thee en een versnapering, gaf Marijke een zeer interessante en uitgebreide lezing over haar werk met kuddes van Kempische Heideschapen. Er komt heel wat kijken bij dit bijzondere vak. Er wordt gewerkt aan de hand van een begrazingsplan dat wordt toegespitst op de doelstelling van de opdrachtgever. Zo kan bijvoorbeeld het moment van begrazen zo worden gekozen, dat de groei van orchideeën wordt bevorderd.  Een kudde wordt vaak voor een bepaalde tijd binnen een raster van flexinetten gezet, maar kan ook met een herder door een natuurgebied trekken.

Na de lezing bekeken we de winterweides voor de schapen achter de boerderij en daarna de stal waar de schapen in het voorjaar zijn om af te lammeren. Niet allemaal tegelijk, want 2.000 schapen (uit acht kuddes) passen er niet in. Een slim kleurensysteem bij de dekrammen maakt het mogelijk om de schapen in groepen na elkaar op het juiste moment binnen te zetten. Tijdens ons bezoek trok een parmantige kalkoen tussen de schapen de aandacht.

Met de verhuizing naar Burgerbrug is een droom van Marijke en haar man in vervulling gegaan; alles komt hier samen. Hun ambitie is om de boerderij volledig circulair te maken. Voorbeelden zijn de bokashi die ze maken van de stalmest om de weides mee te bemesten en die zeer gunstige eigenschappen heeft voor de bodem, en het verbouwen van luzerne die als krachtvoer voor de schapen dient.

Tegen 13:00 sloten we deze leuke, boeiende en leerzame excursie af met een heerlijk glaasje troebele appel- of perensap.

Excursiewerkgroep, Marjolein van der Tol

Verslag rondleiding Ruïne van Brederode zaterdag 26 maart 2022

Op zaterdag 26 maart ging er na een lange pauze van twee jaar eindelijk weer een groep vrijwilligers van Water, Land & Dijken op excursie!

Deze keer stond er een bezoek aan de middeleeuwse Ruïne van Brederode met na afloop voor liefhebbers een duinwandeling op het programma.

In de theetuin bij de ruïne verzamelden de deelnemers zich vanaf 11:00 om een kopje koffie of thee met een lekkere koek te nuttigen. Het was een prachtige lentedag met volop zon, een zacht briesje en 17 graden.

De vrijwilligers van de ruïne waren allen in middeleeuwse stijl gekleed, zo ook onze gids Ferry. Hij heeft ons vele plekken buiten en binnenin de ruïne laten zien en veel verteld over het leven in het kasteel en erbuiten, en de bewoners. Ook over de kasteelruïne zelf hebben we veel opgestoken. Zo werden de wenteltrappen bijvoorbeeld bewust met ongelijke treden aangelegd, om het binnendringers zo lastig mogelijk te maken in hun weg naar boven. Aan de buitenzijde van de ruïne zijn verschillende sporen te zien van wat er vroeger heeft gezeten, zoals die van schuine daken die er ooit waren. De toiletten die ‘privaten’ genoemd werden, zijn nog aanwezig en aan de buitenkant zichtbaar als kokers met een schuin dakje. Binnen is te zien dat de privaten van het personeel eigenlijk geen privacy boden, maar die van de kasteelheer juist wel. Zo hebben wij nog veel meer leuke, boeiende en soms akelige anekdotes gehoord.

De buitenmuren van de ruïne zijn een groeiplaats van de zeldzame Muurbloem, een soort van de kruisbloemenfamilie met grote gele bloemen.

Na afloop van ons bezoek aan de Ruïne van Brederode was het tijd voor de wandeling door de Kennemerduinen. De helft van de groep wandelde mee. De route volgde mooie kronkelpaadjes met na elke bocht een ander beeld, soms fraaie vergezichten. Na enkele kilometers en een flinke klim bereikten we de top van de Brederodeberg. Dit duin is zo hoog doordat de heren van Brederode telkens nieuw afgezette zandlagen met beplanting lieten vastleggen, om onderstuiving van het kasteel te voorkomen. De 45 meter hoge top is het hoogste punt van de Kennemerduinen. Na de afdaling vervolgden we onze weg met een boog om de Oosterplas heen, waarna we al gauw het beginpunt van de wandeling bereikten en het uitje afsloten. Het was een geslaagde dag!

Excursiewerkgroep, Marjolein van der Tol

Ervaring uit het veld

Sinds de lente van vorig jaar ben ik samen met mijn buurman Jacob Jan Kooij begonnen met nestbescherming. Na een paar cursussen over vogels hun nesten en gedrag bijgewoond te hebben.
Eerst liepen we een paar keer mee met ervaren nestzoekers en toen kregen wij als tweetal al snel zelf een aantal boeren “toegewezen” in Beets. Gerard en Jan Milatz en Pleun van de Wel.
Wat doen we precies? Samen gaan wij naar één van de boeren, overleggen met hem wat hij al weet van de aanwezige vogels op zijn land en wat zijn wensen zijn. De boer is namelijk dagelijks in het veld en ziet heel veel vogels en hun gedrag. Dus het kan zijn dat de boer zegt: “Kijk even op dat perceel, want daar zag ik gisteren een kievit paartje.” of “Zouden jullie dat stuk land even willen controleren op nesten, want ik wil daar over een paar dagen gaan maaien.”
Wij gaan dan gewapend met een verrekijker, aangepaste kleding, schoeisel en genummerde stokken het land in en observeren het gedrag van de vogels (op ons eigen beginnersniveau).
Wij denken dan te weten waar zich een nest zou kunnen bevinden en behoedzaam begeven wij ons dan naar de bewuste plek. Vaak is ons door de baltsende vogels een loer gedraaid en is er niets te vinden. Maar uiteraard is het ook weleens raak en dan vinden wij een nest, meestal van een kievit, in mindere mate van een scholekster en in nog mindere mate van een grutto of tureluur. De laatste twee vogels hebben ook moeilijker te vinden nesten.
In het begin ben je ongegeneerd blij dat je wat vindt. Pleun zei een keer:” Ik zag dat jullie een nest hadden gevonden, want jullie stonden te juichen. Dat was ook zo. We zijn af en toe zo blij als een kind als we een nest met inhoud vinden. Vorig jaar konden we dan nog weleens midden in de Beetskoog een highfive “doen”, dit jaar blijft het bij een duim omhoog of een elleboogstoot.
Het zoekseizoen start begin maart en eindigt ergens in juni. Vorig jaar hadden we 31 nesten gevonden en dan rekenen we ook de nesten mee, waar de boer ons naar verwijst, omdat hij ze al gespot heeft tijdens zijn werk. Dat jaar hadden we geen tureluursnest gevonden.
Soms gaan we vroeg in de ochtend en dat is eigenlijk de beste en de mooiste tijd van de dag. Het is dan zo stil, dat je alleen de zingende vogels hoort en in de verte de A7, helaas. Vorig jaar liepen we tussen Beets en Oudendijk, toen ik een bekend, maar een toch al 30 jaar niet meer gehoord geluid, vernam: de roep van de veldleeuwerik die boven het weiland hing. Een geluksmoment, prachtig. Vroeger als kind, lag ik wel eens in het weiland en keek dan met mijn armen achter het hoofd omhoog naar de veldleeuweriken die toen nog talrijk waren. Kortom, we genieten wat af.
Dit jaar hebben we ruim 45 nesten gevonden! Merendeels dus kievitsnesten, dan scholeksters, een aantal nesten van grutto’s en 2 tureluursbroedsels. Kortom, we zitten in een stijgende lijn qua nesten. Maar dat heeft niets te maken met het weer. Het is zo (te) droog. En het land is keihard. We hebben al een stok gebroken die we in de grond wilden steken. Want wat ik vergeet te vertellen is dat we bij het vinden van een nest, een genummerde stok op een bepaalde afstand van het nest in de grond steken, opdat de boer er langs kan maaien. We hebben de stokken voorzien van een witte punt en een nummer. Bij de boerderij aangekomen, tekenen we de nesten in op een plattegrond van de weilanden van de boer en schrijven het nummer erbij, tevens het aantal eieren dat in het nest ligt en op welk weiland het gevonden is en op welk soort gewas (bijv. gras of mais). Tenslotte schrijven we de vinddatum en de data op wanneer wij het nest controleren. Soms liggen er bij controle meer eieren in of het nest is gepredeerd (lees: leeggeroofd).
Als het nest “uit” is, krijgt de boer daar een bepaald bedrag voor. Dus het is een win-win situatie. De boer zorgt beter voor de natuur, wij zijn van de straat, de vogelnesten worden beschermd en de vogelstand wordt beter. Dat laatste is de vraag, want er is een aantal factoren dat tegenwerkt: droogte, lage waterstand, predatie van kauw, meeuw, hermelijn, rat, soms zelfs vos. Het is soms om moedeloos van te worden. Maar omdat wij dit tweede jaar al ruim 10 nesten meer hebben gevonden, de boeren enthousiast meedoen en meedenken en omdat we ook vaker plas-dras gebied zien (een expres door de boer onder water gezet stuk land, waar vogels heerlijk kunnen foerageren) en door het “later-maaien” concept, houden wij de moed erin en gaan we volgend jaar weer fanatiek aan de slag.
Als u dus twee mannen in het land ziet lopen, stilstaan of zelfs liggen, dan zijn wij het. O, ja, we gaan ook geregeld met de auto het land in, want dan zijn de vogels minder schrikachtig.

Ik hoop u zo een tip van onze hobby sluier te hebben opgelicht.

Dick Knip

foto: Henk Laverman Fotografie

Tellen vliegvlugge grutto’s

Voor mij start het weidevogelseizoen in februari met een bezoek aan drasplassen om de grutto’s na hun inspannende reis uit het zuiden te zien opvetten. Daarna het zoeken en beschermen van de nesten, het zien van de eerste kuikens en de fladderende vliegvlugge jongen. Tijdens het seizoen doe ik een BTS-telling, waarbij het broedsucces duidelijk wordt.

En als laatste de telling van jonge grutto’s op de verzamelplekken. Voor mij zijn deze slaapplaatstellingen een leuke en logische afsluiting van het weidevogelseizoen. Ik werk hier heel graag aan mee, want ik vind het belangrijk om te zien hoeveel jonge grutto’s overleven

Zodra de jonge grutto’s vliegvlug zijn maken de ouders zich op voor de terugreis naar warmere oorden. Dat heb ik altijd beetje aso gevonden. De jongen verzamelen zich en vormen steeds grotere groepen, die uiteindelijk gezamenlijk aan hun eerste lange tocht naar het zuiden beginnen. Ze foerageren overdag in weilanden of plassen en zoeken tegen zonsondergang een plasdras op om in grotere groepen veilig te overnachten.

Op deze slaapplaatsen worden ze geteld en gecheckt op kleurringen. Die ringen zijn niet altijd te zien. Soms foerageren ze in diep water. En tegen zonsondergang zijn de kleuren niet altijd te onderscheiden. De telling start 20 juni en duurt t/m 10 augustus. Deze einddatum is gekozen omdat dan de jonge IJslandse grutto’s hier beginnen te arriveren en onze tellingen vervuilen.

Het is een kwestie van heel goed kijken. Er staan ook wel eens volwassen grutto’s bij. De vogels staan vaak aan het einde van de plas en in het bijna-donker kan het verschil tussen volwassen en jonge grutto’s lastig te zien zijn. Bovendien foerageren de grutto’s soms tussen wulpen en kemphanen. Een telescoop is echt noodzakelijk.

Het is heel leuk om tegen zonsondergang bij zo’n drasplas te staan. We komen natuurlijk om jonge grutto’s te tellen, maar het is fantastisch welke vogels er verder nog te zien zijn. Dit jaar zelfs een groep van 7 wilde flamingo’s.

De snavels van de jonge grutto’s zijn nog roze. De verschillen in bevedering kun je heel goed zien in YouTube-filmpje van Landschap Noord-Holland.

Er wordt op veel verschillende plaatsen in Nederland geteld. De resultaten worden doorgegeven aan Sovon, die hier een jaarlijks rapport over produceert. Het resultaat van 2020 wordt in 2021 verwacht maar het rapport van 2019 vind je hier

Enthousiast geworden en wil je zelf ook jonge grutto’s op slaapplaatsen gaan tellen. Neem dan contact op met Marieke Schous, marieke.schous@gmail.com
tel 06-34274571

Marieke Schous, vrijwilliger, 19 oktober 2020

Dagvlinders tellen!

In het voorjaar van 2020 kwam mijn vrouw Marjolijn met het idee om vlinders te gaan tellen voor het BIMAG project. Ze is al langer actief bij ‘weidevogelen’ en het inventariseren van botanische slootkanten.. Ik vond het wel een goed idee en wilde ook wel iets actiefs doen dat zou bijdragen aan de kennis van de natuur.

Zo begon ik dus begin april met het tellen van dagvinders op twee stukken weiland van Sjaak Hogendoorn.  Aanvankelijk was ik snel uitgeteld; op de eerste route, een stuk nat weiland achter een rietkraag, heb ik de eerste twee maanden alleen twee toevallig voorbij waaiende Koolwitjes kunnen tellen. Het tweede deel, gelegen in de luwte van een elzenbosje leverde iets meer vlinders op, maar nog altijd maar één of twee per keer. Met ‘alle beetjes helpen’ en ‘geen resultaat is ook resultaat’ hield ik de moed er een beetje in, maar het was allemaal wel wat teleurstellend.

Niettemin, het was leuk om zo elke week een keer dat weiland door te lopen en het zo te zien veranderen. Langzaam maar zeker  kwamen er meer planten in bloei en bleek er op de natte weide een klein botanisch paradijsje te groeien. Er groeiden Rietorchissen, Moerasrolklaver, Kantig hertshooi, enorm veel Watermunt en velden Veenmos, met daarop weer een eigen typische vegetatie met onder andere Rondbladige Zonnedauw.

Begin juni kwamen er ook meer vlinders, meer in aantal en ook meer soorten.

Ik merkte al gauw, dat het ontzettend lastig was om de vlinders in een oogopslag te herkennen. Sommige zijn onmiskenbaar, maar voor de meesten moet je toch echt twee keer kijken en zo makkelijk lieten ze zich niet bekijken. Als eerste hulpmiddel heb ik toen de verrekijker van stal gehaald.

Toen waren de vlinders beter te zien, maar dat is nog niet hetzelfde als ze herkennen. Al snel doken er allerlei kleine drukke bruine vlindertjes op die niet in mijn geheugen zaten.  Ik moest dan de kenmerken goed in mijn hoofd houden en thuis in de vlindergids zoeken op de pagina’s met bruine vlinders met oogvlekjes welke ik gezien had.  Om dat wat makkelijker te maken heb ik de volgende keren ook mijn fototoestel met telelens meegenomen. De foto’s die ik daarmee maakte waren meestal niet echt toonbaar, maar goed genoeg om er de vlinders mee te determineren. Handig is ook, dat  er op die manier ook meteen bewijs is van de waarneming. Als iemand het lastig vindt te geloven dat ik echt een Bruin blauwtje gezien heb, heb ik hem op foto.

Ik de weilanden gedurende het jaar zien veranderen, planten in bloei zien komen en weer  zien verdwijnen. Dat is ‘bijvangst’, maar het maakt het al met al wel de moeite waard om zo eens per week er op uit te trekken. Bij de tellingen noteer ik altijd de weersomstandigheden en het gekke is dat ik kennelijk alleen geteld heb bij niet al te warm weer (19-21 graden) of op echt hete dagen. Dat bevestigde mijn beeld dat 2020 op een paar hittegolven na eigenlijk helemaal niet zo warm was.

Ik heb ook gemerkt dat met z’n tweeën tellen productiever is. Je loopt al snel een verstopt vlindertje mis, denk ik. Marjolijn had in de zomer andere zaken te doen en kon niet altijd mee, dus heb ik veel tellingen alleen gedaan. De laatste keren werd ik bijgestaan door Henri Wals en die tellingen leverden meer op dan die ervoor. Dat kan natuurlijk aan de toename van het aantal vlinders gelegen hebben, maar ik denk eigenlijk dat ‘twee zien meer dan één’ de beste verklaring is.

Mijn laatste telling deden we bij omstandigheden die eigenlijk ongunstig waren: het was met 16 graden onder de minimumtemperatuur voor tellingen en grotendeels -7/8e –  bewolkt. Niettemin telden we toch nog zeven vlinders in drie soorten.  Misschien zijn vlinders toch ruimer van opvattingen, qua temperatuur en zonnigheid, dan we denken.

Ik zie er nu al naar uit volgend jaar weer te tellen.

Hierbij het lijstje van de gevonden soorten en de aantallen die geteld zijn gedurende het seizoen.

argusvlinder 11
atalanta 3
boomblauwtje 1
bruin blauwtje 1
bruin zandoogje 4
dagpauwoog 3
groot koolwitje 6
icarusblauwtje 1
klein geaderd witje 1
klein koolwitje 103
kleine vos 33
kleine vuurvlinder 12

Verder nog de Sintjansvlinder geteld, maar dat is officieel een Nachtvlinder en staat niet op de tellijsten.

Ilpendam oktober 2020

Peter Mudde
Bruin blauwtje en kleine vuurvlinder

Aanleg visdiefeiland

Zaterdagochtend negen uur staat koffie klaar bij Frank en Els Wennekers in Hobrede! Met dat bericht togen Herman, Anne-Marie, Willem en ik in de vroege ochtend in oktober naar boerderij Wennekers.

Na dagenlang regen was het deze ochtend met af en toe een klein beetje zon en veel dreigende donkere wolken toch een goede dag om ons eerste visdief eilandje aan te leggen. Materialen als paaltjes, schelpen en een zogenaamde Ecoboard waren vooraf door Frank en Willem (Overweg) al verzorgd zodat we zelf alleen nog wat klein gereedschap mee hoefden nemen. En natuurlijk laarzen en regenkleding want dat we het niet droog zouden houden was wel te voorzien.

Maar, eerst verwend met koffie en een appelpunt, zaten we mooi te kletsen tot iemand ons tot de orde riep dat we nou toch echt aan de slag moesten. Goed punt, daar kwamen we tenslotte voor.

Met trekker en kiepwagen en anderen op laarzen door het zompige weiland want natuurlijk moesten we weer helemaal achterin het land van Frank zijn. De zon scheen op dat moment en voor natuurliefhebbers een lekkere wandeling door weilanden tussen de schapen en koeien door.

Samen met Frank een mooie plek uitgezocht en vervolgens een geinige discussie gevoerd over de gewenste vorm. Vierkant, rond, ovaal of……. Uiteindelijk kozen we voor een soort van hartvorm. Of dat er helemaal uit is gekomen laten we aan de neutrale kijker over. Nadat we het anti worteldoek op zijn plaats gelegd hadden, werden de schelpen uit de kiepwagen gestort en waren de eerste contouren van het eilandje al zichtbaar. Goed gereedschap in de vorm van zo’n kiepwagen is wel heel veel waard. Het scheelt echt een hoop tijd als je niet met scheppen, emmers  en een kruiwagens drie kuub schelpen moet verspreiden.

Na een soort van “technisch werkoverleg” waren we het eens over de aanpak en toen bleek maar weer eens dat vele handen licht werk maakt. Ook bleek dat de verwachting van regen terecht was en flinke buien storten zich op ons. Er werd echter gewoon stug doorgewerkt of er niets aan de hand was. De Ecorand werd uitgerold naar de gewenste plaats en in de gewenste vorm. Anderen zaagden de bijgeleverde palen op maat (de helft van de lengte was voldoende) en plaatsten deze op de gewenste plek. Eén boorde de palen voor en een ander liep er achteraan om deze rand op de palen vast te schroeven. In de tussentijd werden de schelpen verder verspreid en het worteldoek uit het zicht gewerkt. We wisten niet zeker of visdiefjes daar nou echt op letten, maar namen het zekere voor het onzekere. Daarbij, wij wilden het voor onszelf en eventuele kijkers netjes opleveren.

De palen in de grond, schelpen verspreid, ecorand vast en worteldoek onzichtbaar. Klus geklaard! Gereedschap verzamelen en terug naar de boerderij. Laarzen en regenkleding uit en Els had weer voor koffie gezorgd. Er ontspon zich nog een zeer levendige discussie over het boerenbedrijf en alles wat daarbij hoort. Een leuke afsluiting van een voor vrijwilligers en boer/boerin nuttige en goed bestede dag.

Peter Degeling – vrijwilliger

Vrijwilligers monitoren botanische weiderand

Vrijwilliger Hanneke Waller heeft een leuk verslag met foto’s gemaakt van het werk in het veld.

Lees hier het verslag…….