Akkernatuur onder het nieuwe ANLb

Binnen de droogmakerijen zijn er vanuit ANLb op akkerbouwpercelen mogelijkheden om een leefgebied te creëren en te verbeteren voor akkervogels. Het beheer is gericht op de beschikbaarheid van voldoende voedsel en veilige broed- en rustgebieden. Daarnaast dragen akkerpakketten bij aan het beperken van verwaaien van gewasbeschermingsmiddelen naar de sloot, zorgen de akkerranden voor natuurlijke plaagbestrijding en trekken ze gewasbestuivers aan.

De beheerpakketten onder akkernatuur zijn:

Kruidenrijke akkerranden

In akkerranden wordt geen gewas geteeld. Ze zijn ingezaaid met een mengsel van kruiden en granen. Ze worden niet bemest en niet bespoten (uitgezonderd pleksgewijs). Akkerranden brengen het mozaïekpatroon terug in het cultuurlandschap en zijn positief voor akkervogels en insecten (voedsel, veiligheid en voortplantingshabitat). Tevens dragen ze bij aan de verbetering van de waterkwaliteit omdat ze als bufferzone fungeren tussen gewas en sloot. Hiermee wordt de drift van bestrijdingsmiddelen naar het water toe aanmerkelijk verkleind. Akkerranden fungeren ook als leverancier van natuurlijke vijanden tegen plaagorganismen (FAB-randen).

Kruidenrijke akkerranden die overlappen met de wettelijk verplichte bufferstroken ontvangen een lagere vergoeding. Deze randen worden afgesloten via pakketvariant 19b. Akkerranden die niet overlappen met een bufferstrook worden via pakketvariant 19a afgesloten.

Wintervoedselakker

Een wintervoedselakker is een perceel of strook waar granen en andere zaaddragende planten niet worden geoogst of ondergeploegd, maar tot ver in de winter blijven staan. Ze vormen in de herfst en winter een rijke voedselbron voor vogels en bieden dekking. Belangrijk is dat er op tijd gezaaid wordt, zodat de planten tot zaadzetting komen. Vogels komen in grote aantallen op deze wintervoedselveldjes af. Niet alleen zaadetende soorten (zoals geelgors, vink, kneu, keep, groenling), maar ook roofvogels (zoals torenvalk, buizerd, blauwe kiekendief, ransuil, velduil) die hier muizen en zangvogels vangen, profiteren van de wintervoedselakker.

Vogelakker

Een vogelakker is een volveldse, meerjarige maatregel die bestaat uit een afwisseling van stroken met een meerjarig eiwitgewas (bij voorkeur luzerne of grasklaver) en stroken ingezaaid met een mengsel van grassen, granen en kruiden (braak met inzaai). Het aandeel luzerne of grasklaver in de vogelakker bedraagt ongeveer 75% van de oppervlakte, het aandeel natuurbraak 25%. De stroken met luzerne of grasklaver worden maximaal 3 à 4 keer gemaaid en kunnen worden benut als groenvoer in de veehouderij. Bij het maaibeheer wordt rekening gehouden met de broedcyclus van de veldleeuwerik. Graan- en braakstroken kunnen fungeren als wintervoedsel voor vogels en worden dus niet geoogst of gemaaid.

Vogelakkers zijn bedoeld voor roofvogels en uilen, maar ook broedende veldleeuweriken en overwinterende akkervogels worden door vogelakkers aangetrokken. Om goed te functioneren moeten vogelakkers bij voorkeur meerdere jaren op dezelfde plek liggen. Voor het laatste jaar kan pakketvariant b gebruikt worden, zodat in het najaar de grond bewerkt kan worden.

Pakketbeschrijvingen, beheervoorwaarden en vergoedingen:

Nieuwe pakketten binnen het leefgebied open akker zijn de keverbank en het bloemenblok. Beide pakketten zijn afgeleide van de akkerrand maar zijn bij voorkeur wel meerderjarig.

Bloemenblok

Bloemenblokken bieden voedsel, veiligheid en voortplantingshabitat. Vogels vinden er veilige broedgelegenheid en voedsel voor kuikens. Boerenlandvogels eten in de eerste twee weken van hun leven voornamelijk insecten. Dit eiwitrijke voedsel is essentieel voor de groei van kuikens. Daarnaast is er volop zaad te vinden in de herfst en winter én bladgroen aan het einde van de winter als de zaden op raken. Bovendien biedt de begroeiing dekking tegen predatoren en slechte weersomstandigheden. Ook vlinders, bijen en hommels profiteren van het grote aanbod van bloemen.

Keverbank

Een keverbank is een verhoogde strook akkerland begroeid met ruige grassen en kruiden met een smalle strook kale grond. De verhoogde strook ligt een halve meter hoger dan de omliggende grond en is drie meter breed. Door de verhoogde ligging is een keverbank warmer en droger dan het omringende akkerland, waardoor insecten, zoals loopkevers, zich er thuis voelen. Insecten kunnen er ook overwinteren.

Voor akkervogels biedt een keverbank warmte, dekking, insecten als voedsel voor kuikens en een veilige plek om te nestelen. Keverbanken bieden akkervogels (o.a. veldleeuwerik en gele kwikstaart) in de lente en zomer voedsel, schuilplaatsen en nestgelegenheid. In de herfst en winter vinden ze er dekking.

Keverbanken zijn ook nuttig voor natuurlijke plaagbestrijding. In de lente trekken loopkevers en spinnen vanuit de keverbank het naastgelegen gewas in en vreten daar grote aantallen bladluizen, slakken en andere plagen.