Onderzoek naar insecten met plakstrips

Water, Land & Dijken plaatste samen met vrijwilligers in de maand mei op 6 bedrijven series plakstrips. daarmee meten ze de voedselbeschikbaarheid voor weidevogelkuikens. De bedrijven hebben verschillende beheerpakketten, bijvoorbeeld uitgestelde maaidata en kruidenrijk grasland.

Hoeveelheid en grootte van insecten

In totaal zijn op 47 percelen meerdere malen 10 plakstrips geplaatst die steeds 2 dagen bleven staan. Als de plakstrips tegelijkertijd op meerdere plekken staan valt er iets te zeggen over de verschillen, bijvoorbeeld tussen de beheerpakketten. Hoeveel insecten zijn er aanwezig en waar zitten de grotere insecten? Want de grote insecten zijn vooral van belang voor kuikens in de opgroeifase.

Meetlat voor beschikbaarheid kuikenvoedsel

De strips zijn in een database geplaatst op een website en worden handmatig nagelezen. Vanaf volgend jaar kunnen de strips via een site worden ingevoerd. Bedoeling is om 3 jaar lang plakstrips plaatsen. Daarna zijn er waarschijnlijk genoeg gegevens verzameld om een meetlat te kunnen ontwikkelen die iets zegt over de hoeveelheid beschikbare voedsel voor de weidevogelkuikens.

Nationale insectentelling

Het onderzoek met plakstrips kon van start dankzij de steun van de Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied en de Rabobank Waterland en omstreken.  En door de inzet van vrijwilligers van Water, Land & Dijken. Zij weten hoe cruciaal insecten zijn voor de weidevogelpopulatie. Het Louis Bolk Instituut heeft in samenwerking met Bureau EIS, een kenniscentrum voor ongewervelden en insecten, een handleiding opgesteld voor het plaatsen van de plakvallen.
Voor de toekomst hebben we een nationale insectentelling voor ogen waar onze vrijwilligers aan mee zouden kunnen werken.

Het Noord-Hollands Dagblad besteedde eind vorig jaar aandacht aan het insectenonderzoek.