Column van Willem

Onze veldcoördinator Willem werkt voornamelijk in werkgebied de Zeevang. Al vanaf zijn vroege jeugd is hij gek op vogels en dan vooral weidevogels. Willem zal op deze plek, onregelmatig, een ervaring delen. Zijn anekdotische, ontroerende, leuke, maar bovenal super enthousiaste verhalen zullen u laten glimlachen, zo niet dan schaterlachen.

Bijzondere gasten

Bij tijd en wijle nemen we gasten mee. Vorig jaar wilde een kennis uit Nico’s jagerskring al eens mee maar het kwam er steeds niet van. Dit jaar moest het dan maar gebeuren. Nico had mij al wat verteld over deze Herman. Naast jager zou Herman ook een echte natuurfreak zijn. Echt een type waar ik mij wel zou mee kunnen verstaan als ik Nico mocht geloven. Op de afgesproken zaterdag kwam Herman helemaal uit de omgeving van Deventer naar Oterleek. Herman had in vroeger jaren zelf ook naar kievitseieren gezocht en verheugde zich erop met ons het veld in te gaan temeer daar er in zijn omgeving geen grutto’s en tureluurs meer waren. Ik had mij bedacht twee weilanden van Gerard af te zoeken en daarna de maïsakker van Marco. Daar moesten genoeg nesten liggen om Herman aan zijn trekken te laten komen. Het was die ochtend hufterig weer en ik wilde niet te lang op een plek blijven. Even snel twee weilanden pakken, een aantal nesten vinden en dan hup weer weg. Nou dat pakte toch wat anders uit. Ikzelf ben meer het type die snel zijn ”padje” breed scant en in een hoog tempo over de weilanden loopt. Herman niet. Integendeel. Herman liep behoedzaam door het land. Het was alsof hij op eieren liep. O zo bang om op een nest te trappen en in een tempo waar een slak geen moeite mee zou hebben. Ik weet niet of u wel eens gelopen heeft met iemand wiens tempo minstens 2 x zo laag ligt als je zelf loopt. Nou daar wordt een mens doodmoe van. Telkens als ik al bijna aan het eind was moest Herman bij wijze van spreken nog aan zijn padje beginnen. Gelukkig vond Herman wel een kievit- en gruttonest dus zijn dag kon niet meer stuk. Ondertussen bleef Herman zich excuseren voor zijn moordende tempo en vroeg honderduit. Normaal gesproken lult Nico ook vijf kwartier in een uur maar op de één of andere manier die ochtend niet. Nee dat liet Nico dit keer maar aan Willem over, evenals het maken van de foto’s, de verzending hiervan en het latere mailcontact terwijl het toch echt Nico’s gast was. Nadat ik enkele dagen later de foto’s naar Herman had gemaild kreeg ik een uitgebreide mail terug. Enkele passages wil ik u niet onthouden.

In opperste concentratie met slakkengang telkens ‘mijn straatje’ minutieus onderzoekend op zoek naar het legsel van grutto, tureluur en/of kievit .. onder deskundige (bege)leiding met vleugjes humor heb ik oprecht genoten ..
kortom een boeiende, succesvolle en leerzame dag in een fraai stukje natuur onder de rook van Heerhugowaard. Wellicht enigszins een tikje naïef maar wat mij betreft had deze activiteit tot zonsondergang mogen duren .. met Nico aansluitend grutto’s, tureluurs, kieviten, scholeksters, smienten en krakeenden gespot.
Prachtige foto’s van Willem illustreren het bewijs dat Herman na ca. 45 jaar het traceren van weidevogels is blijven waarderen .. mijn bijnaam ‘Nature Man’ is ontleent aan activiteiten o.a. op het terrein van jagen, herpetologie en mycologie.. krijgt nu nog meer cachet!

Mijn interesse is zeer zeker aangewakkerd en zie derhalve reikhalzend uit naar de volgende  gelegenheid om bij uitstek de summiere kennis bij te schaven ..”

Kijk dat raakt nog eens de kern en het is toch schitterend om ook eens te lopen met andersoortige types dan Nico, Clementine en Simon. Bij het woord jagen heb ik wel beelden maar de woorden herpetologie en mycologie waren nieuw voor mij. Ik heb het maar even voor u opgezocht.

Herpetolgie houdt zich bezig met de leer en wetenschap van kikkers, padden en amfibieën en mycologie met die van paddenstoelen, zwammen en schimmels. Het is maar dat u het weet en zo werd ik ongevraagd ingewijd in deze mij onbekende materie inclusief tekst, uitleg en foto´s. Toch hou ik mij voorlopig maar bezig met de weidevogologie en de gruttologie. Daar heb ik gelukkig meer verstand van. Die Nico lachte zich natuurlijk weer een ongeluk en vond het allemaal erg komisch toen ik hem vertelde wat voor mail ik van Herman terug had gekregen. Daarbij doodleuk zeggend: “Ik had je toch gewaarschuwd dat het een bijzondere man met bijzondere interesses was.”  Kijk, dat flikt die Nico nou elke keer met het excuus dat ik in dit soort dingen nu eenmaal beter ben dan hij. Jaja maar waarom blijf  ik dan aan de pan hangen zelfs als het zijn gasten zijn.

Ik denk dat ik volgend jaar ook maar eens een speciale gast uitnodig. Iemand die bijvoorbeeld mordicus tegen de jacht is en dit niet onder stoelen of banken steekt. Die laat ik dan lekker naast Nico lopen. Ik verheug me nu al op zijn gezicht hoe hij zich daar uit gaat redden.

De tweede bijzondere gast kwam ook uit Nico’s koker. Op een zaterdagavond belde Nico mij met de vraag wat ik aan het doen was aan de Huijgendijk. Nou niks dus. Ik was gewoon thuis. “Oh, ik dacht dat je aan de dijk liep en kon het al niet plaatsen. Ik rij er wel even heen om te informeren wat die man daar uitspookt.” Even later belde Nico weer dat hij de man, Ruud genaamd, had gesproken en Ruud bleek een hobby fotograaf te zijn. Nico was met hem aan de praat geraakt en had uitgelegd wat wij allemaal deden in de polder. Ruud vond het hoogst interessant en vroeg of er een mogelijkheid was om eens mee te gaan en foto’s te nemen. Nico zei dat ik vast de volgende ochtend wel op pad zou gaan en vroeg of ik die Ruud mee wilde nemen. Nou ben ik ook niet de beroerdste dus ik belde Ruud. Nico kon zelf niet mee. Kwam mooi uit dat Ruud vlak bij mij woonde. Toen ik op de afgesproken tijd bij hem kwam wist ik niet wat mij overkwam. Wat had die Nico nu weer aangehaald. Ruud had een apparatuur daar lusten de honden geen brood van. Ik dacht werkelijk dat we eerst minimaal twee weken op fotosafari zouden gaan in Afrika en aansluitend nog een week natuurexpeditie in de Rocky Mountains. Ruud bleef spullen in de auto laden, vertelde dat hij zich sinds kort helemaal op natuurfotografie had gestort en gisteravond aan de dijk tureluurs aan het fotograferen was. Hij was bijzonder vereerd dat hij mee mocht want anders zou hij al om 05.00 uur bij het Zwanenmeer hebben gezeten. Heb Ruud een mooie ochtend kunnen geven waarbij hij schitterende foto’s heeft kunnen maken van de grutto’s die hij trouwens tureluurs noemde. Hij had dus nog wel wat bij te leren. Kon hem jonge grutto’s, kieviten en zelfs een nestje met 4 net uitkomende tureluurpullen laten zien. Hij maakte hier een prachtige foto van die ik op canvas heb laten printen en nu bij mij in de gang hangt.

Groetjes, Willem

Clementine is de weg kwijt.

Ik heb al een puntje van de sluier opgelicht. Die 3x bijna de 1e van Clementine had  een hele negatieve uitwerking. Op de één of andere manier moest ze haar teleurstelling compenseren en zoals het dan meestal gaat wordt de frustratie botgevierd  op degenen die het dichtst bij je in de buurt zijn. Die krijgen dan ongevraagd de rekening gepresenteerd. Wij dus. We hebben het de rest van het seizoen dan ook zwaar te verduren gekregen.

De 1e voortekenen beginnen al bij John van Langen in de pioenen. Toon, Clementine en ik lopen naast elkaar het land op. Clementine links, ik in het midden en Toon rechts.  Allen met een behoorlijke tussenruimte.  Clementine had die ochtend nog geen ei gescoord en  werd al ietwat chagrijnig. Naarmate we meer naar achteren geraken begint Clementine ineens uit het niets een aantal meters vooruit te lopen om dan plots te roepen. “Kijk, daar ligt een 3-tje” daarbij wijzend op een kievitsnest die nota bene een groot aantal meters voor ons en tussen Toon en mij in ligt. Het moet toch niet gekker worden.

Wat zijn we aan het doen Clementine. Je kaapt zomaar een nest bij ons vandaan. “Ja, ik zag hem ineens liggen en het floepte er toen zo maar uit”. Nou lekker dan zeggen Toon en ik. Denk je soms dat we met ons ogen dicht lopen. Let jij maar gewoon op je eigen padje.  Je hoeft ons niet te helpen. We redden het wel. We besluiten door te lopen. Kan gebeuren zullen we maar zeggen. Gewoon iets te enthousiast. Is mij ook wel eens overkomen.  Verder geen woorden aan vuil maken.  Even later vindt Clementine nog een kievitsnest die gewoon op haar eigen padje ligt. Dan kan ze het toch niet nalaten om even op te merken dat ze ook de eerlijke vinder was van het 1e nest want Toon en ik zouden er toch wel aan voorbij gelopen zijn.  Pfff. “Spreken is Zilver. Zwijgen is Goud” luidt het spreekwoord.  Toon en ik besluiten maar het laatste te kiezen.

Een week later gaan we met z’n drieën weer op pad.  We klimmen het hek over. Clementine pakt een hele bos stokkies die ze  gaat uitdelen. Toon en ik mogen blij zijn dat we ook een  paar stokkies krijgen. Zonder blikken en blozen zegt ze dat zij er genoeg heeft en wij eigenlijk ook wel want ze heeft er niet al te veel vertrouwen in dat wij veel  gaan vinden. Zij daarentegen gaat fors scoren en heeft dus die stokkies echt wel nodig. Oei, dat gaat weer de goede kant op denk ik bij mezelf. Zo, ze zet gelijk weer even de toon.  Dat wordt weer een mooie ochtend.

Als het even kan zal ik haar bij de enkels afbranden. Wat denkt ze wel niet met haar praatjes.

We lopen het land op en dan is het gebruikelijk dat we even aan elkaar vragen wat en hoever de ander het visueel kan behappen. Het lijkt er wel op of Clementine 3 akkers kan overzien want zij wil de meeste ruimte om haar heen en het  liefst niet naast mij lopen. Nee dat snap ik. Dan gaan haar kansen zienderogen slinken en dat wil ons Clementientje natuurlijk  niet.

Opvallend is dat zij altijd aan de buitenkant wil lopen en de ander eigenlijk geen meter ruimte gunt. Tussen ons in kun je haar niet vinden. Heel subtiel  loopt ze dan stukje bij beetje naar ons toe zodat Toon en ik bijna hand in hand  lopen en wij weer bijna op het gedeelte lopen wat we net afgezocht hebben of ze duwt ons nagenoeg de greppel in. Zij heeft dan of links of rechts bijna de hele akker voor haar zelf. Protesteren haalt niet veel uit. Ze zegt glashard dat ze op haar eigen padje loopt. Maar wat erger is. Ze pikt gewoon de nesten voor ons vandaan en als ze op ons gedeelte of op ruime afstand iets veelbelovends ziet wat een nest zou kunnen zijn staat ze er al bij en ondertussen maar sketteren: ” Kijk, ik heb er weer 1, Hier ligt nog een 2 grutto, hier heb ik weer een 3 tureluur en daar nog een viertje kievit”. Geef die stokkies maar hier. De mijne zijn al op.  Hebben jullie toch niet nodig.   Als ze zich beseft dat ze weer “een fout nest” had gevonden was ze wel zo quasi fatsoenlijk om sorry te zeggen en beterschap te beloven.  Jammer was dan weer dat haar korte termijn geheugen dan ook precies  duurde tot het volgende nest.  Ja het was weer  fijn lopen met Miss Drakensteijn die ochtend.

Het stopte ook niet bij deze ochtend. Het hele seizoen vertoonde ze dit soort trekjes.

Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat 3 x bijna de 1e zijn de nodige sporen heeft achter gelaten. Maar hierdoor zaten wij  mooi met de gebakken peren.

Maar denk nou niet dat ze oprechte spijt had van deze acties. Wel in woord maar niet in geest want ze maakte het nog een stuk bonter. Wat ik al zei. Het “nesten pikken” door Clementine ging het hele seizoen door.  Ze vertoonde wat dat betreft wel consistent gedrag maar dat ze haar eigen dochter Sandra hierbij ook niet zou ontzien overtreft toch je stoutste verwachtingen.  Sandra wilde ook  weer eens een keertje met ons mee. “Kom Sandra. Ga maar naast mij lopen. Dan maak je de meeste kans zegt ze nog.”

Nou dat had Sandra nou net niet moeten doen. Op het 1e de beste akkertje gaat het al fout. “Kijk San daar ligt een kievit met 3. Ja, Mam. Ik zie hem liggen maar die had ik zelf ook wel gevonden hoor als ik was doorgelopen. Hij ligt recht voor mij”.

Zo het eerste barstje tekent zich af. Ben benieuwd hoe dit verder gaat. We lopen door.

Schaamteloos en zonder zich te generen pikt Clementine hondsbrutaal de nesten weer voor ons weg. Niet alleen bij Toon en ik. Zelfs nog 2 x bij dochter Sandra.  1 x een grutto en 1 x een tureluur. Bij ieder nest verontschuldigt  ze zich ging dat ze te snel en voor haar beurt had gemeld. Dat het toch echt per ongeluk ging en ze het niet meer nou doen.  Soms zag ik een nest ook al van ver liggen maar wist mij dan keurig in te houden om Sandra het nest te gunnen. Ik hoopte dan ook dat Clementine het nest niet te snel zag liggen maar dat bleek ijdele hoop. Nog geen paar seconden later  stond ze alweer bij het nest wat toch echt voor Sandra had moeten zijn. Sandra werd het gedrag van haar moeder onderhand ook  beu en stak dit niet onder stoelen en banken. “Mam, ik wil zelf ook wel eens een nest vinden. Kun jij niet ergens anders gaan lopen”.

We besloten hierna hard in te grijpen. Clementine werd verbannen naar een andere akker dan waar wij liepen. Wie niet horen wil moet maar voelen. Daar kon ze geen kwaad. Dit zette zoden aan de dijk want binnen de kortste keren vond Sandra een kievit met 3. Was ze superblij mee: “Kijk Mam, helemaal op eigen kracht gevonden. Ik heb jou helemaal niet nodig.” Sandra vond daarna nog meer nesten waaronder grutto en tureluur. Ze was er maar wat trots mee.

Nadat we Clementine van onze loopakker hadden verbannen ging het goed. Vol trots poseert Sandra  bij een op eigen kracht gevonden nest

Verhaal van Willem

3 keer bijna de 1e

Al vroeg in het nieuwe jaar kwamen enorm veel scholeksters terug uit hun overwintering gebied. Duidelijk meer dan voorgaande jaren en dat komt denk ik toch omdat we de laatste jaren veel jongen groot hebben gekregen. Niet alleen grote groepen in soosverband maar ook al de oudere paartjes die direct bezit nemen van hun eigen broedplekjes. Wat dat betreft zijn die scholeksters bijzonder plaats trouw.

De 1e grutto’s waren op 4 maart binnen en op 9 maart de 1e tureluurs. Duidelijk weer vroeger dan vorig jaar. Zouden we dan toch langzaam opschuiven naar een warmer klimaat.

Begin maart werd het  prachtig weer en de kieviten buitelden en baltsten dat het een lieve lust was. Zo vroeg waren ze nog nooit geweest aan de Dijk. Elk akkertje werd bezet, ingenomen als territorium en fel verdedigd. Wij zagen het hoopvol en blijmoedig aan maar konden geen tijd vrijmaken om serieus te gaan zoeken. Dan kon de één niet en dan de ander weer niet en het is een stilzwijgende afspraak dat we daar niet individueel gaan zoeken. Knarsetandend moesten we toezien hoe links en rechts de 1e eieren werden gevonden in omringende provincies maar vanuit Noord-Holland kwam nog geen enkele melding. 12 maart was de start van het weidevogelseizoen bij Hotel De Rijper Eilanden. Het 1e kievitsei was nog steeds niet gevonden en het zou zomaar kunnen dat er geen prijsuitreiking zou plaatsvinden bij de officiële opening van het seizoen.

12 maart was ook de datum dat Clementine en ik voor het eerst de wei in konden. Toon had helaas andere bezigheden. Vlak voordat we beginnen heb ik nog even SMS-contact met onze Provinciale coördinator Wim Tijsen. Het 1e ei is nog steeds niet gevonden.  Onze kansen namen dus met het uur toe en ik had er rotsvast vertrouwen in dat het ons ging lukken.  Maar ik was ook als de dood dat iemand anders uit de provincie enkele tellen eerder zou zijn dan wij.  Wij zouden echt niet de enige zijn die met dit mooie weer op pad waren om het 1e eitje te scoren. Haast was dus geboden.

Ik hou nogal van ferme taal en soms een beetje grootspraak. Zocht weer SMS-contact met Wim en maande hem  alvast zijn kantoor te verlaten, de auto te starten en koers te zetten naar Oterleek want daar zou over enkele ogenblikken het spits worden afgebeten. Ondertussen Gerard gebeld dat die zijn haar vast moest kammen want de media en de fotografen zouden zo op zijn land verschijnen want Oterleek zou weer historie schrijven. Wim gooide wat olie op het vuur en kon niet nalaten mij te attenderen dat ik niet mocht zoeken op een laat maai perceel. Dacht bij mezelf: nou die vlieger gaat toch mooi niet op als het nog maar 12 maart is. Dat is pas vanaf 1 april. Je zoekt het maar uit met je laat maaien geneuzel. Ja soms is burgerlijke ongehoorzaamheid mij ook niet vreemd en wil ik gewoon frank en vrij zonder enige beperking de wei in.

Ik was toch wel lichtelijk gespannen toen we het weiland opliepen. Wie zou hem vinden. Clementine of ik. Was er heilig van overtuigd dat ie er zou liggen. Dat kon niet anders met dat mooie weer en alle activiteiten die we eerder hadden gezien. Zelfs kraaien werden al geattaqueerd.  Wie de eer heeft de eerste te zijn heeft natuurlijk praatjes voor 10 de rest van het seizoen en zal zeker niet nalaten de ander daar even fijntjes aan te herinneren. Zo zijn Clementine en ik dan ook wel weer.

Maar zoals altijd komt hoogmoed voor de val en vonden we helemaal niks. Je struikelde bijkans over de proefnestjes en kuiltjes maar een eitje werd ons niet gegund.

Wim kon uiteraard niet nalaten bij tijd en wijle even SMS-verbinding te zoeken en al dan niet met een ondertoon te informeren naar de stand van zaken. Heb mooi geen sjoege gegeven wetende dat ik een extra sneer zou krijgen. Deed net of ik niets hoorde.

Teleurgesteld verlieten we het weiland. ‘s Avonds bij de vergadering bleek dat het 1e kievitseitje die dag, later in de middag, toch was gescoord. Dus als het ooit had gekund dan was het die dag. Kon het niet nalaten om Clementine te vragen of ze echt wel goed had gezocht want ik kreeg een beetje de indruk dat ze er nog in moest komen. Heb het antwoord maar niet afgewacht maar weet nu heel goed waar het spreekwoord: “Als blikken konden doden” vandaan komt.

Nadat Clementine de slag had gemist bij het vinden van het 1e ei van onze provincie restte ons niets anders dan ons maar bij onze stichting in de kijker te zetten.

Vrijdag, 20 maart, de dag van de zonsverduistering,  bij Gerard een 2e poging ondernomen. Ik zei nog tegen Clementine dat ik,  het vinden van het 1e ei,  haar meer gunde dan ikzelf en dat het ook weer tijd werd dat zij de 1e zou zijn. Er was nog geen mail of bericht uitgegaan dat het eerste ei was gevonden dus de kansen namen voor ons toe. Zo keuvelend liepen we het land op.  Door de zonsverduistering hoefden we geen zonnebril op. Dat was in het voordeel van Clementine want vlak voordat het bijna donker werd vind ze een compleet legsel met 4. Da’s toch ook wat. Normaal vind je een ééntje als 1e  en nu een compleet nest met 4.

Kon het niet nalaten te vragen of ze echt wel goed had opgelet vorige week!!

Zou ze de 1e zijn van onze stichting?? De voorzitter en secretaris waren niet te bereiken maar volgens de echtgenote van de secretaris  had zich nog niemand gemeld. Zij wist niet beter dat er nog geen melding was gedaan en feliciteerde ons en zou de vondst doorgeven. Clementine en Oterleek waren dit jaar weer de 1e. Ik feliciteerde Clementine en zij was maar wat blij. Je had haar moeten zien springen toen ze hoorde dat ze de 1e was maar nog meer dat ze mij had afgetroefd. Ik was erg blij voor haar en zei dat het precies zo gegaan was zoals ik had gehoopt en zei dat ik het eerste mooie verhaal voor het jaarverslag nu al weer binnen had.  Ik belde daarna naar Wim Tijsen om daar ook de vondst door te geven en Gerard als eigenaar van het weiland en maakte nog wat foto’s.

Kort na het middaguur werd ik gebeld door de secretaris. Hij had nog geen melding gehad en feliciteerde ons. Ik sprak af dat ik de foto en bijzonderheden zou mailen zodat hij het bericht kon rondsturen. Ik moest nog wel even officieel melding doen bij de voorzitter omdat het zo hoort. Ik zei dat ik dat wist en al meerdere keren had gebeld maar hem niet te pakken kreeg.

De druiven zijn echter zuur toen ik aan het eind van de middag werd gebeld dat het 1e nest gisteren al door een andere vrijwilliger gevonden was en officieel gemeld. De voorzitter had de secretaris donderdag vroeg in de avond gemaild met verzoek bericht te verspreiden dat een andere vrijwilliger een nestje met 3 had gevonden.

De secretaris had vrijdag toen ik hem belde kennelijk zijn mail nog niet gelezen en wist dus op dat moment nog niet dat die de 1e was. Je begrijpt dat ik not amused was dat ik Clementine moest vertellen dat zij niet de 1e was en die vrijwilliger een dag eerder de gelukkige vinder was maar dat dit door miscommunicatie nog niet bekend was gemaakt.  Een sip kijkende Clementine moest wel even de teleurstelling verwerken. Clementine kon dus maar een paar uurtjes van haar succes  genieten.

Zijn we er dan. Nee hoor. Het kan nog erger.

Vrijdagochtend, 9 april ga ik nog even Gerard helpen bij het beschermen van een aantal kievitsnesten. Ik zou zekerheidshalve wat teiltjes over de nesten zetten zodat Gerard snel kon doorrijden en ik wilde gewoon niet dat de eieren zouden beschadigen tijdens het kunstmest strooien. Overdreven natuurlijk en hoor mensen al denken. “Die Overweg heeft ze niet op een rijtje. Die slaat weer door.  Zo’n enkel korreltje in het nest kan echt geen kwaad.” Klopt wat de mensen denken maar ik sluit liever elk risico uit. Terwijl ik hiermee doende ben vind ik een tureluurnest met 1e ei. Gelijk maar even melding van gemaakt.  Ja hoor. Ik ben de eerste dit jaar.  Altijd weer leuk temeer daar dit een onverwachte vondst is. Clementine maar even ingeseind dat ik de 1e met de tureluur  ben. Het commentaar zal ik maar niet met u delen maar lieftallig klonk het niet bepaald. Ze had hem liever zelf gevonden maar deze teleurstelling kon ze nog wel aan omdat de eer naar Oterleek en naar mij ging. Kon niet nalaten minzaam op te merken dat zij als onze tureluur specialist deze vast niet gevonden zou hebben. Lag voor 1e ei al knap verscholen. De diepe zucht aan de andere kant van de lijn zegt genoeg.  Als pleister op de wonde zeg ik dat we vanavond nog wel even op pad konden. Ze kon nog voor de 1e grutto en 1e scholekster gaan. Die waren nog niet gemeld en ik wist op zeker een grutto en scholekster met eieren bij Gerard en René omdat ik die zojuist toen ik over de dijk reed beide furieus had zien aanvallen op een kraai. Kop d’r af als die geen nest hebben en ik zou Clementine de eer gunnen.

Vol verwachting stappen we ’s avonds even na zessen het land op. Na nog even de boel geobserveerd te hebben weten we het zeker. De grutto ligt op het 4e akkertje. Dat wordt geen moeilijk verhaal. Laat Clementine voorop lopen om het nest te scoren die ze dan ook binnen de kortste keren vindt. Ook nu weer een compleet legsel met 4. Terwijl ik naar haar toeloop stuit ik op enkele meters afstand op een tureluurnest eveneens met 4 en je zult het geloven of niet. Ligt er ook nog een kievit met 4 tussen. Het moet toch niet gekker worden. Clementine is weer zo blij als een kind, huppelt een beetje in de rondte en heeft praatjes voor 10. Toch nog in de prijzen dit jaar. Van de vondst van de grutto ook weer melding gemaakt en wat blijkt. Het 1e grutto-ei was vorige week al gevonden. (vanuit onze stichting was men vergeten hier melding van te maken onder de leden) en voor de 2e keer een teleurgestelde Clementine. Eerst met de kievit en nu met de grutto. Hoeveel kan een mens hebben.

Nu is Clementine gelukkig redelijk flexibel met een hoog incasseringsvermogen. Ze laat zich niet zo gauw uit het veld slaan. We zoeken verder en besluiten onze avond niet te laten verpesten.  Gelukkig hebben we een top avond en scoren 19 kieviten, 4 grutto’s en 1 tureluurnest.

Maar nu komt het klapstuk van de avond. Vorig jaar vonden we een combinest tureluur/grutto.

Jullie zullen het geloven of niet. Clementine vind op het land van de gebroeders Beers een combi scholekster/grutto. (dit jaar won de scholekster).  We hebben toch wel bijzondere vogels in de Oterleek en gelukkig is het 1e scholekster-ei voor haar. Is ze toch nog ergens de 1e mee. Hè, hè als pleister op de wonde kunnen we de avond toch nog positief afsluiten.  Ja dat zou je denken. U raadt het al. Ik bel en aan de andere kant van de lijn hoor ik het onheilspellende bericht. Oh, sorry.  Is vanmiddag net gevonden. Ook weer niet doorgemaild naar alle leden. Wederom pech en teleurstelling. Iedereen snapt dat Clementine een zenuwinstorting nabij was. Psychische hulp keek al stiekem om een hoekje. Heb zelfs overwogen stichting Correlatie in te schakelen. 3x een 0 scoren valt niet uit te leggen maar 3x bijna de eerste zijn ook niet. Zou daar een ook een prijs of oorkonde voor zijn?

                                                 Het spreekwoord 3 x is scheeprecht ging deze keer toch mooi niet op

Maar de moraal van dit verhaal is natuurlijk dat dit soort miscommunicatie eigenlijk niet meer van deze tijd is. Met de hedendaagse supersnelle communicatie middelen die ons allen ter beschikking staan zou je elkaar razendsnel kunnen informeren. Een mail eruit gooien kan in een oogwenk. Kan mij niet voorstellen dat er tijdens de jaarlijkse  bestuursvergadering niet over deze zaak gesproken is.  Ik vertrouw er op dat het volgend jaar beter zal gaan. En verder. No hard feelings.

Maar wat erger  is. Door deze aaneenschakeling van teleurstellingen heeft Clementine een  gedragsverandering ondergaan die zijn weerga niet kent en het hele seizoen heeft geduurd. Ik en anderen zijn hier zwaar de dupe van geworden. Het was net of ze de opgekropte frustratie op ons moest botvieren.  We hebben er knap last van gehad en u gaat de uiteenzetting van dit normafwijkend gedrag nog lezen.

Groetjes, Willem

Het verhaal van Willem

Honden aan de lijn

Eén van mijn boeren heeft zijn mooie vogelrijke percelen inclusief een plas dras aan een doodlopend weggetje. Een prachtig en drukbezet stukje weidevogel gebied. Nadeel is dat een grote schare hondenbezitters, veelal dorpelingen,  juist op dit weggetje hun hond(en) uitlaten. Op zich niet zo bezwaarlijk maar tijdens het broedseizoen is het niet altijd wenselijk om de honden los te laten lopen. Zeker als de vogels pullen hebben en dichtbij de weg foerageren reageren ze voortdurend op de loslopende honden.

De eigenaar van de plas dras heeft al heel wat keren de hondenbezitters aangesproken maar de reacties waren nogal uiteenlopend en divers. Van begripvol tot grof verbaal geweld. Kreeg regelmatig scheldkanonnades en tirades over zich heen. Uiteindelijk besloot hij de hondeneigenaren maar zoveel mogelijk te negeren. Waarschuwen haalde niet veel uit.

Een aantal weken geleden zijn er 2 mooie waarschuwingsbordjes opgehangen met verzoek om de honden aan de lijn te houden gedurende de periode van 15 maart tot 15 juni i.v.m. weidevogelseizoen. De bordjes die WLD had laten maken waren zagen er solide en hufterproof  uit en werden op 2 plekken die in het oog sprongen opgehangen. Dat was van korte duur. Eén bordje was al  na 1 dag al met grof geweld van de boom getrokken en in de sloot gesodemieterd. Toch kreeg de boer wel het idee dat het wat effect sorteerde.

Afgelopen week was ik weer even in dit mooie gebiedje. Een auto die voor mij reed stopte precies voor het bordje. Een oudere vrouw stapte uit en met haar sprong er ook een hond ongelijnd naar buiten. De vrouw was duidelijk ouder dan ik en dan ben je oud hoor!. Ik attendeerde de vrouw op het bordje. Oudere mensen zijn nou eenmaal meer ontvankelijk en begripvol dacht ik in mijn onnozelheid. Ik wees de mevrouw op het bordje. Ietwat hautain en uit de hoogte zei ze dat dat bordje niet voor haar bestemd was en zich daar ook niet aan hoefde te houden. Dat was voor mensen met die ongemanierde honden die niet onder controle waren. Haar hond gedroeg zich keurig, liep niet weg en hoefde niet aangelijnd. Bovendien was het nog lang geen weidevogelseizoen en ze had hier nog nooit een weidevogel gezien. Op mijn opmerking dat we midden in het seizoen zaten en dat het hier wemelde van de weidevogels keek ze mij vol ongeloof aan. Ik kon haar niet overtuigen. Ze zag nergens een weidevogel. Op mijn vraag of ze überhaupt wel wist hoe weidevogels er dan uitzien wees ze op een paar eenden die voor ons in de sloot zaten. Ja hoor. Kijk daar. Die zitten hier altijd. Dat zijn weidevogels en hebben nog nooit last van mij of mijn hond gehad. Ik ga verder wandelen met mijn hond die ik overigens niet zal aanlijnen. Ik negeer dat bord gewoon. Daar moest ik het mee doen. Als blikken konden doden had ik daar nog stuiptrekkend op de grond gelegen.

Hoofdschuddend rij ik verder. Nog geen 100 meter verder stopt er weer een auto. Nu bij het andere bordje. Een hond springt uit de auto gevolgd door een echtpaar. De hond vliegt alle kanten op en ik moet remmen om de hond niet onder de auto te krijgen. Ik doe een 2e poging. Vraag beleefd of ze het bordje hebben gezien. Zeker wel maar ze voelden zich niet geroepen om de hond aan te lijnen. Ze hebben de hond helemaal onder controle en die vliegt echt niet de weilanden in. Dat onder controle zag ik zojuist refererend aan mijn afremmen. Dat was enthousiasme. Hij moet even zijn energie kwijt. De man wil er verder niets over horen en wandelt verder. De vrouw wil nog wel even iets vertellen. Ik ben ruim 80 kilo, loop bepaald niet lichtvoetig dus ik denk dat de vogels in de weilanden meer last hebben van mijn gestamp dan het loslopen van mijn hond. Bij dat laatste had ik wel beelden en wie ben ik om haar daarin tegen te spreken dacht ik mij mezelf.  Zij had mijn boodschap begrepen maar zat in deze tijd helemaal niet te wachten op extra beperkingen. Goedemiddag meneer.

Heb maar van de 3e poging afgezien bij nog een hondeneigenaar die ook zijn hond onaangelijnd  uitliet. Bij nog zo’n verhaal was ik plat op mijn rug op de grond gaan liggen en had ik de witte vlag gehesen. Zover wilde ik het niet laten komen.

Groetjes, Willem

Het verhaal van Willem

Van sleeptouw tot  vlaggenstok

Dit jaar had ik mij voorgenomen om eens met een sleeptouw te werken in enkele laat maaien percelen en vertelde aan Gerard, de boer waar ik help met het beschermen van de weidevogels, wat ik voornemens was.  Ik wilde eens proefondervindelijk vaststellen of het werkte. Gerard zei dat het maken van een sleeptouw een mooi klusje voor zijn vader was. Twee dagen later lag er een mooi sleeptouw compleet met  kettinkjes,  ter breedte van een akkertje, voor mij klaar. Eind mei gingen we touw in het laat maaien perceel van Gerard aan de Huijgendijk  uitproberen. Heel toevallig liep ik net weer in het midden achter het sleeptouw om de boel te coördineren. (waar hebben we dat toch eerder gelezen). Nico mocht bij gratie naast mij lopen als 2e coördinator, haha. Na enkele akkertjes afgelopen te hebben vloog er plots een kuifeend van het nest toen het sleeptouw over haar heen ging. Er lagen 8 eieren in.  Nico, Ruud en ik waren ervan overtuigd dat het een kuifeend was maar ons op z’n retour mannetje wist het beter en zei dat het geen kuifeend kon zijn. Die broeden echt niet midden op het weiland. Dat had hij nog nooit meegemaakt dus volgens Simon was het een krak- of een slobeend. Ik zei dat je duidelijk aan de eieren en het nest kon zien dat het een kuifeend was. Komt bij dat Nico en ik vlak achter het touw liepen en duidelijk zagen dat het een kuifeend was. Zij kwam vlak voor onze voeten op en maakte ook nog het typische kuifeend geluid. Wil je nog meer aanwijzingen hebben. Simon was het er nog steeds niet mee eens. Een kuifeend ligt niet midden op het land. Punt uit.

Heb het nest voor zekerheid maar even gefotografeerd.  We lopen verder. Ik met de gedachte dat gelijk hebben iets anders is dan gelijk krijgen. In ieder geval hadden we succes geboekt met ons touw en daar ging het tenslotte om. We hebben het sleeptouw maar niet uitgeprobeerd op de 3 broedende slobeenden die we al eerder op dit weiland hadden gevonden.  Om ze niet extra te verontrusten zijn we er maar met een boog omheen gelopen.  Nadat we ook nog het late maaien perceel van René Beers zonder resultaat  hadden meegepakt zat de avond er op. Het bleef bij één nest. Stiekem had ik gehoopt op nog enkele nesten van de krakeend en de 2 zomertalingen die ook nog geheid ergens moesten liggen.  Maar krijg ze maar eens van het nest. Ze liggen naarmate de broedtijd vordert muurvast  en zijn niet van het nest te slaan. Ook onze kuifeend ging steeds vaster broeden. Toen Gerard ging maaien bleef de kuifeend keurig zitten. Kort daarna gingen de pinken het land in.  Gerard zette er zekerheidshalve maar een nestbeschermer overheen.  Geen beweging . Zelfs niet bij het fotograferen waarbij ik het gras wat wegduwde om een mooie foto te maken. Onze kuifeend bleef zitten  waar ze zat en broedde keurig haar eieren uit.

Toch was dit niet de enige kuifeend in het lange gras. Ook bij Nico Kuilboer vond ik nog 2 kuifeendjes in een laat maaien perceel die hoog op de kant zaten en zeker uitgemaaid waren geweest. Nu kon Nico er keurig om heen maaien. Het gegeven dat kuifeenden diep weggedoken in de kant vlakbij de waterlijn  liggen gaat dus niet altijd op. Nog sterker. Op een ander laat maaien perceel maaide Gerard nog een kuifeend van het nest die ook nagenoeg midden op het  weiland lag. Helaas hadden we deze niet gevonden maar hadden daar ook niet gesleept.

Voor de liefhebbers een foto van het broedende kuifeendje in het lange gras. Let op het  karakteristieke gele kraaloogje wat enkel de kuifeend kent. Wellicht is vriend Simon nu ook overtuigd. (ik denk dat het kratje bier hiermee wel weer vereffend is !!!!)

Begin juni werd ik gebeld door Aldert Dekker. Hij wilde de volgende dag gaan maaien maar had gezien dat er  jonge grutto en tureluur pulletjes liepen. Of ik een oplossing wist. Toepassing last minute beheer was geen optie. Wellicht plaatsen van vlaggenstokken. Zei tegen Aldert dat ik zou gaan kijken. Toen ik ‘s-avonds bij Aldert het land inliep kwamen 6 alarmerende grutto- en  tureluurparen en 1 scholeksterpaar mij al snel tegemoet. Zoals ik eerder vertelde waren de grutto’s en tureluurs die bij Gerard en René waren uitgekomen breed gaan zwerven en ook Aldert zijn land in getrippeld.  Ik belde Nico of hij kwam helpen en de stokken wilde halen. Onderwijl kon ik nog mooi even de kantjes van de maaipercelen aflopen op zoek naar een broedende kuif-krak of wilde eend. Dekker sr. was ondertussen ook gearriveerd voor zijn dagelijkse schapeninspectie. Volgens Dekker sr.  liepen de pullen al een aantal dagen in de maaipercelen en zou het niet makkelijk zijn om ze eruit te krijgen. Vroeger in zijn tijd was het allemaal geen probleem. Dan tufte je rustig met lage snelheid door het gras, lette je goed op en konden de pulletjes zich makkelijk uit de voeten maken. Maar in de huidige tijd met al die grote trekkers die op hoge snelheid gras maaien met brede soms dubbele maaibalken dan hadden de vogeltjes geen enkele kans meer om te ontsnappen.  Nadat ik hem had uitgelegd wat de bedoeling was keek hij bedenkelijk en dacht er zo het zijne van. Hij had wel eens vaker van die stokken zien staan maar dacht altijd dat het was om ganzen te verjagen. Hij was benieuwd naar het resultaat en wenste ons succes.

Nico arriveerde.  Hij had een forse lading vlaggenstokken meegenomen die we daarna in patroon in de maaipercelen stevig in de greppels staken. Er stond die avond, zoals gewoonlijk dit  voorjaar, weer een forse straffe wind en de  plastic vlaggen wapperden flink en maakten goed lawaai toen we het veld uitliepen. Ik had er vertrouwen in.

De volgende dag rond het middaguur belde Aldert. Het was bijzonder goed gegaan. ‘s Ochtends toen zijn vader de schapen controleerde was er al geen leven meer te bekennen. Tijdens het maaien had Aldert nog 1 klein tureluurtje gezien die in het uiterste puntje van het maailand liep die zich snel uit de voeten maakt en  de sloot over stak retour naar Gerard. Dat gaf toch een beter gevoel tijdens het maaien.  We waren blij dat het zo goed gegaan was.  Aldert maakte nog wel even een  statement:  “Mooi is dat. Moet ik een beetje op Gerard zijn pulletjes passen terwijl hij de subsidie vangt.” Ik vond het wel een grappige opmerking  en bedankte hem namens Gerard en de pulletjes. We hadden wel het gewenste effect bereikt en een 100% score gehaald. Toen we het gesprek wilden beëindigen zei Aldert: “Hé Willem nog even wat …..ja zeg het maar ….. wat zullen jullie een lol hebben gehad gisteravond….hoezo, wat bedoel je.. nou jullie hebben vast gedacht, we gaan die Aldert eens flink in de maling te nemen door elke stok extra diep in de greppels  te steken. Wat een werk heb ik er aan gehad om die stokken er weer uit te krijgen. Ik dacht effetjes al lopend die stokken er met 1 hand uit te trekken maar telkens moest ik die steeds grotere groeiende bundel stokken weer naast me neerleggen om elke stok er met 2 handen uit te trekken. Kostte me een hoop extra tijd. Wat zullen jullie gelachen hebben gisteravond.”  Ik verzekerde Aldert dat er geen kwade opzet bij zat en daar geen moment bij hadden stil gestaan maar moest inwendig wel lachen. Ik zag Aldert in mijn gedachten al mopperend  en foeterend  door het land lopen bij het weghalen van de vlaggenstokken.

Groeten, Willem

Jeugdherinneringen

Op zondag eieren zoeken

Na een uitzonderlijke zachte maar ook natte winter en zonder noemenswaardige vorst gingen we naadloos over van het winterseizoen naar het vroege voorjaar in 2014.  Kieviten waren de hele winter in grote aantallen in de polder aanwezig geweest en ik hoopte dat een flink aantal Oterleek als broedgebied zou kiezen. De 1e scholekster was half januari al terug en zat een beetje wezenloos in zijn ééntje te pietepieten. Half februari keerden de 1e grote groepen scholeksters  terug en verzamelden zich  in paartjes en soosen. 8 maart waren de 1e Oterleekse grutto’s en tureluurs terug. Ruim een week eerder dan vorig jaar.  Nadeel van deze uitzonderlijk zachte winter was dat pas begin maart de ruige mest kon worden uitgereden en dan nog niet eens overal. Op het natte weiland aan de Huijgendijk kon het pas rond half maart. De kieviten zaten er kennelijk op te wachten want 2 dagen later lagen de 1e eieren er al.  Alle tekenen waren aanwezig dat het een bijzonder vroeg vogelseizoen zou worden. De kieviten waren begin maart al aan het baltsen dus moest het nu of nooit. Zou ik dan dit jaar eindelijk  mijn 1e kievitsei record  van 14 maart 1970 scherper kunnen stellen. Ja, u leest het goed. 1970…gevonden in Hardenberg. Het zou toch tijd worden na 44 jaar. Dit zo schrijvende gaan mijn gedachten onwillekeurig terug naar mijn jeugdjaren in het oosten van het land. Ik groeide op in het buitengebied van Hardenberg waar toentertijd volop kieviten, grutto’s en wulpen zaten. Tureluurs en scholeksters zag je bij ons hoegenaamd  niet. Vanaf heel klein mannetje liep ik al door de weilanden te struinen. Elk jaar was het weer een uitdaging om de vinder te zijn van het 1e kievitsei van Hardenberg en omstreken.  Als kleine jongen droomde ik ervan om ook 1 x de 1e te worden en uiteindelijk lukte dat op 14 maart 1970. Ja de lezer leest het goed. 44 jaar geleden en de datum staat in mijn geheugen gegrift. Ik was de koning te rijk en verkocht het 1e kievitsei  volgens traditie voor een rijksdaalder wat toen een hoop geld was. Zoals elke jongen verzamelde ik eieren in alle soorten en maten die uitgeblazen in een lange slinger op mijn slaapkamer  hingen.

Ieder vrij uurtje
Je wist in die tijd niet beter.  Elke dag en elk vrij uurtje was ik in  het voorjaar in het veld te vinden op zoek naar eieren van kievit, grutto, meeuwen en wilde eenden. Je mocht toen nog kievitseieren zoeken tot 14 april en ik nam alle gevonden eieren mee naar huis. Het merendeel verkocht ik wat een leuk zakcentje opleverde maar thuis aten we ook menig eitje op. Ik kan je verzekeren dat ze met een beetje peper en zout verdraaid lekker smaken. Naar mijn  idee werd de vogelstand geen geweld aangedaan. Er zaten volop weidevogels en na 14 april werden er geen eieren meer geraapt. Wel deed ik op mijn manier toen al aan weidevogelbescherming want geen ei van kraai, ekster, gaai en roofvogel was daarna meer veilig.

Op zondag
De meeste boeren kenden mij en ik mocht frank en vrij op hun land nesten zoeken. Er waren echter ook een paar  boeren bij wie ik absoluut niet op het land mocht komen. Of ze zochten zelf naar eieren of waren van een ander kerkgenootschap, wat nogal een heikel punt was en erg gevoelig lag in onze omgeving. Er waren allerlei soorten geloof waaronder extreem streng gereformeerd waartoe sommige van die boeren behoorden. Alhoewel wij van huis uit ook christelijk waren en ook naar de kerk gingen waren wij van de lichte soort namelijk Nederlands Hervormd en in hun ogen afvalligen. Wij waren min of meer van die wilde heidenen. Waar ze dat op baseerden weet ik niet en het kon mij als kleine jongen eigenlijk ook geen sodemieter interesseren. Als ik maar eieren kon zoeken. Een paar van die boeren zaten dus in de zwaarste categorie wat geloof betreft  en daar was op zondag niets maar dan ook niets toegestaan. Maar ja. Het gras bij de buren is nou eenmaal altijd groener en ik had altijd het idee dat er toevallig net wat meer nesten lagen op de weilanden van die super gelovige boeren waar ik niet mocht komen. Dat geeft onrust en spanning in je lijf.  Ik moest en zou die weilanden afzoeken. Wat ga je dan doen. Nou gewoon lekker op zondag die weilanden afzoeken. De boeren moesten op zondag in vol ornaat 2 x ter kerke en dat gaf mij steeds voldoende ruimte om hun weilanden leeg te roven. Moeilijk was het niet. Je verstopte je gewoon in een sloot tot de boer met zijn hele gevolg naar de kerk ging. Bij sommige boeren aan wie ik een hekel had en andersom stond ik al uitdagend in de nabijheid van hun boerderij te wachten. Ze wisten precies wat er ging gebeuren maar konden weinig uithalen in hun nette zondagse pak. Ze waren geharnast door het geloof. Zondag is rustdag dus geen gekkigheid. Ze mochten bij wijze van spreken als ze moesten pissen amper de rits van hun broek naar beneden doen. Keurig 2 x naar de kerk en zeker niet op zondag achter vervelende eierzoekende pestjochies aanrennen ook al verstoren ze op gruwelijke wijze de door hen ge-eerbiedigde zondagsrust. Enkele boeren spraken mij wel eens aan wat ik op zondagochtend zo vroeg aan het doen was en op voorhand zeiden ze al dat ik het niet moest wagen om op hun land te komen want dat zwaaide er wat. Ik antwoordde steevast dat ik op weg was naar mijn Opa en Oma die een eindje verderop woonden. Daar was geen letter aan gelogen maar moest voor die tijd wel even een ommetje over hun land maken maar dat laatste vertelde ik er uiteraard niet bij. Ze wisten gevoelsmatig allemaal wat er ging gebeuren en reden knarsetandend weg. Ik lachte en zwaaide ze gewoon uit.

Hard rennen
Ze waren nog niet uit het zicht of ik liep al op hun land na eerst altijd mijn fiets verstopt te hebben. Je weet maar nooit met die wraakzuchtige boeren. Het moet gezegd. Op de verboden weilanden kon ik heel wat eitjes scoren.  Een enkele keer liep het wel eens fout. De tijd totaal vergetend zag ik dan ineens een tierende boer op mij afrennen. Wel handig en slim van die boeren dat ze al schreeuwend op je afkomen. Dat geeft  je dan ruim de tijd om hard weg te rennen. Als kleine jongen kon ik ook hard rennen dus die boeren  kregen me nooit te pakken en het waren überhaupt  toch geen hardlopers in hun strakke zondagse pakken.  Komt bij.  Enkele boeren waren “onmeunig en gloepens sterk”  (zoals ze dat hij ons in het oosten zeggen) dus je wilde wel uit hun grote knoesten blijven en rende dus  de vouwen uit je broek. En maar goed dat in mijn jeugd in mijn buurt geen Gerard van der Krogt types woonden want die kan namelijk wel heel hard rennen en kan dat heel lang volhouden. Als je bij de beddenrace samen met Tim op 14 juni  in Hensbroek nog 56 rondjes x 500 meter om de kerk kunt rennen en dat 90 minuten kunt volhouden en 2e wordt in de einduitslag kun je best wel een aardig stukje lopen. Al met al ruim meer dan een halve marathon en dat ongetraind en een uur voor de wedstrijd nog niet wetend dat je mee zou doen. Ik doe het hem niet na. Nu is het mij ook niet helemaal duidelijk geworden of Gerard op bed lag of erachter liep en Tim het merendeel van het lopen voor zijn rekening heeft genomen. Een duidelijk antwoord komt er ook niet  van Gerard en blijft het een beetje bij onverstaanbaar binnensmonds gemompel. Op dat punt blijft het verhaal dus een beetje vaag. Afijn. Genoeg hierover, zo’n wereldprestatie is zo’n stukkie rennen nou ook weer niet.

De jaren gaan echter ook bij Gerard tellen want de volgende dag tijdens het maaien kon hij door de spierpijn en vergezeld van een hoop onnodig gepiep en gejammer amper van de trekker afkomen. Hij leek wel zo’n stram en stijf boertje uit mijn jeugd.  Maar wat ik al zei, i werd nooit achtervolgd door die Gerard types en kon steevast door de weilanden naar mijn Opa en Oma rennen.De fiets was van latere zorg. Die haalde ik wel op als de boeren enkele uren later voor de 2e keer die dag te kerke gingen. De tussenliggende tijd verbleef ik bij mijn Opa en Oma die zelf ook boerden maar dan meer van het type keuterboertje. Voor de buitenwacht en de klagende boeren deden ze net alsof ze mijn zondagse acties zwaar afkeurden maar ze konden wel lachen om mijn capriolen en lieten zich de eitjes ook altijd goed smaken. Ook mijn ouders werden vaak aangesproken dat ze mij moesten verbieden op zondag eieren te zoeken. Ze zeiden Ja maar deden Nee.  Wat valt er ook te verbieden als je vader je het eieren zoeken heeft geleerd op:  Jawel. De zondag. De enige dag die hij vrij had. Trouwens als het niet had gemogen dan had ik het toch wel gedaan. De onweerstaanbare drang van het eieren zoeken was immens groot en ik zou me door niets en niemand hebben laten weerhouden. Een beetje zoals ik dat nu ook nog beleef .

Lekke banden
Liep het dan altijd goed af. Nee, één keer liep mijn fietsie de klappen op die mogelijk voor mij bestemd waren. Toen ik na een zondagse actie een keer mijn fiets wilde ophalen vond ik deze terug met lekke banden, kromme wielen en ingetrapte spaken. Cadeautje van 1 van de boeren wiens toorn kennelijk groter was dan het eerbiedigen van de zondagsrust. Bedrijfsrisicootje zullen we maar zeggen. Maar het spreekwoord; ”Wat u niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet” ging hier toch mooi niet op. En dat op zondag. Het is een schande. Ik hoefde er thuis niet mee aan te komen en reclameren bij die boeren had ook geen enkele zin.

Als ik eens in de zoveel tijd terug ga naar mijn roots neem ik ook wel eens een kijkje in mijn voormalige zoekgebied. Ik sta dan met lede ogen te kijken naar een bijna uitgestorven voormalig top weidevogelgebied en haal bijna sentimenteel in gedachten weer jeugdherinneringen op.  Een enkele grutto en kievit blijven nog trouw aan hun geboortegrond en houden stand. Hoe lang nog. De eens zo prachtige bloemrijke weilanden zijn veranderd in biljart strakke monotone graslanden. Om in de woorden van Bredero te blijven. Het kan verkeren.

Maar goed. Genoeg over mijn jeugd herinneringen. Terug naar het heden en terug naar Oterleek waar de weidevogelstand nog top is en ik mijn hart kan ophalen zonder achter mij aanrennende boeren die mij op zondag hun land uit jagen. Zou ook niet weten hoe ik dat dan had moeten oplossen want echt hard rennen is er niet meer bij. De jaren gaan tellen. Trouwens sommige boeren in Oterleek gebruiken andere tactieken om hun weidevogel coördinator het leven zuur te maken en vinden dat nog reuze grappig ook.  Ik kom hier een volgende keer nog op terug.

Groetjes, Willem